Passeggiata. Een elegant woord voor een mooie Italiaanse traditie. Op zomeravonden worden de haren gekamd en jurken en hemden gladgestreken, want dan gaat de hele famiglia een wandelingetje maken door het dorp en over het stadsplein. De bedoeling is aan de praat raken met de buren en vooral naar elkaar kijken. En nee, het zijn niet alleen de Italianen die dat doen. Laat ons eerlijk zijn, we maken onze wandelingetjes op de dijk niet om naar de zee te kijken, en we gaan niet op terrasjes zitten voor dat koude pintje. We doen dat om mensen te kijken. En het is verrassend eerlijk van Knokke dat het zijn Albertplein openlijk de Place Matuvu noemt.
...

Passeggiata. Een elegant woord voor een mooie Italiaanse traditie. Op zomeravonden worden de haren gekamd en jurken en hemden gladgestreken, want dan gaat de hele famiglia een wandelingetje maken door het dorp en over het stadsplein. De bedoeling is aan de praat raken met de buren en vooral naar elkaar kijken. En nee, het zijn niet alleen de Italianen die dat doen. Laat ons eerlijk zijn, we maken onze wandelingetjes op de dijk niet om naar de zee te kijken, en we gaan niet op terrasjes zitten voor dat koude pintje. We doen dat om mensen te kijken. En het is verrassend eerlijk van Knokke dat het zijn Albertplein openlijk de Place Matuvu noemt. Zonder erbij stil te staan, beslissen we of de mensen die voor ons spiedend oog passeren interessant of saai, aangenaam of arrogant, gelukkig of nerveus, stijlvol of excentriek zijn. De kans bestaat zelfs dat we in ons hoofd theorieën en verhaaltjes verzinnen. Dat koppel is zo tactiel omdat ze nog maar net samen zijn, die mevrouw ziet haar hond liever dan haar man, dat jengelende jongetje is strontverwend en die stuurse man is een moeilijke baas. Meer dan een gezichtsuitdrukking, een outfit of een handgebaar hebben we niet nodig. Soms voelen we ons een beetje schuldig over onze nieuwsgierigheid, alsof we iemands privacy schenden door hen met de ogen te volgen terwijl ze over een plein struinen. Alsof het onze zaken niet zijn wat ze aanhebben en hoe ze met elkaar omgaan. Maar dat schuldgevoel houdt ons niet tegen, daarvoor is mensen kijken veel te boeiend. Dat we onverbeterlijke mensenkijkers zijn, blijkt niet alleen als we op een Knoks terras zitten. Als we onze blik neerslaan op ons gsm-scherm, dan is het om op Instagram en Facebook naar andermans leven te kijken. Zelfs kwaliteitskranten hebben vandaag roddelrubrieken en jarenlang was de On The Street-fotoreeks - waarin Bill Cunningham stijlvolle mensen fotografeerde op New Yorkse straten en feesten - de meest gelezen rubriek in The New York Times. Of het nu gaat over trouwen, taarten bakken, reizen in een bus of huizen kopen, we kijken massaal naar reality-tv en talkshows. Tieners spelen niet alleen games, ze kijken minstens even graag naar andere gamers die aan het gamen zijn. We genieten blijkbaar ontzettend van andere mensen in al hun vormen. De vraag is, waarom? Met die vraag trekken we naar professor emeritus biologie Mark Nelissen, die in zijn boek De Club van Ik, precies uitlegt hoe sociaal we zijn. 'Mensen kijken is een noodzaak voor onze soort', legt hij uit. 'We zijn de meest sociale diersoort op deze planeet en gebruiken alle middelen om ons groepsleven in stand te houden. Bijna al ons gedrag is gericht op die socialiteit, ook het mensen kijken. Eerst en vooral geeft het zien van andere mensen ons een groepsgevoel. We zitten misschien wel alleen op een terras, maar we worden omringd door anderen en dat maakt ons blij. We zijn niet alleen. Misschien hebben we dat na de lockdown zelfs nog iets meer nodig dan anders. Terwijl we rondkijken, zijn we ook altijd op zoek naar bekende gezichten. Millennialang leefden we in relatief kleine groepen van honderd tot tweehonderd mensen, en die kenden we allemaal. Nu leven we in veel grotere groepen, maar het doet nog altijd deugd om een gezicht te herkennen. Misschien kunnen we even een praatje slaan of samen een pintje drinken, en dat soort sociaal contact is cruciaal.' 'Of we nu gewoon rondkijken of een gesprek voeren, we zijn de hele tijd bezig met informatie verzamelen. Details over andermans leven, roddels, echt nieuws, ze zijn voor vriendschappen en voor de cohesie van een groep heel belangrijk, en dus zijn we er altijd naar op zoek. En ja, we willen behalve alle fijne nieuwtjes ook de calamiteiten en problemen horen, want die informatie helpt ons om lastige of gevaarlijke mensen te vermijden. Vandaar dat we allemaal zo verslaafd zijn aan onze smartphone, zowel jong als oud gebruikt die om informatie te verzamelen over de mensen die we goed en de mensen die we minder goed kennen. Wat doen ze, wat denken ze, wat hebben ze? Al die details vinden een plaatsje in de databank in ons brein.' En nee, die informatie gaat niet alleen over individuen, weet Nelissen. 'Door te observeren hoe anderen zich kleden, ontdekken we bijvoorbeeld wat in de mode is, en dat helpt ons te beslissen of we bepaalde trends volgen of niet.' Omdat we zo lang in relatief kleine groepen leefden, hebben we een ingebouwd wantrouwen tegenover mensen die we niet kennen, en ook dat stimuleert ons kijkgedrag, vertelt Nelissen. 'Op basis van wat we zien, beslissen we of iemand tot onze groep behoort of niet. Kleding, hoe iemand zich gedraagt, als we iets spotten wat buiten onze eigen norm valt, beoordelen we of iemand vriendelijk of gevaarlijk is. En waarop we mensen taxeren, verandert en evolueert constant. Nog niet zo lang geleden keken we op van iemand met een scheur in zijn of haar broek, vandaag is dat heel gewoon en zelfs trendy. Hetzelfde geldt voor dingen als tatoeages of kapsels. Als iemand buiten 'onze norm' valt, doen we daar niet per se iets mee, maar we hebben het wel gezien. En we beseffen dat ook. Eigenlijk hebben we in ons dagelijkse leven altijd twee keuzes. Of we conformeren ons om bij de groep te horen waar we bij willen zijn, of we doen daar niet aan mee. Dat laatste doen we dan vaak op een manier die duidelijk te zien is. We kiezen dan voor een opvallende auto, outfit of haarstijl, net omdat we zo onze status van non-conformist willen tonen.' Ten slotte zijn we volgens Nelissen niet alleen sociale, maar ook seksuele wezens. 'Zelfs al ben je al jaren dolgelukkig met je partner, toch taxeren we de mensen om ons heen ook op dat vlak. Zien we iemand die we aantrekkelijk vinden, dan rechten we onze rug iets meer.' Gelukkig gebeuren al die observaties onbewust, stelt Nelissen. 'Mochten we de hele tijd in ons hoofd lijstjes bijhouden, dan zou dat behoorlijk vermoeiend zijn. Het gebeurt dus allemaal zo goed als automatisch. En razendsnel, al in de eerste seconden hebben we ons een idee gevormd over iemand. Uit onderzoek blijkt dat die ideeën vaak verrassend accuraat zijn.' Het is dus niet vreemd dat we rituelen hebben ontwikkeld zoals de passeggiata, het wandelingetje op de dijk of een terrasje doen, vindt Nelissen. 'Mensen kijken geeft ons een goed gevoel en is ontzettend leerrijk en dus belangrijk.' 'Het menselijk lichaam is een krachtig en veelzijdig visueel communicatie-instrument', schreven computerwetenschappers van het Carnegie Mellon Instituut in 2014 in een paper over 3D-technologie. 'Onze pose, gebaren, gezichtsuitdrukkingen en oogbewegingen zijn een rijke bron van informatie en zo schatten we de fysieke en mentale staat van iemand in, net als hun intenties en mogelijke reacties. Iemand observeren kan ons bovendien veel vertellen over de omgeving waarin de persoon zich bevindt.' Vandaar dat ze het belang van menselijke aanwezigheid in 3D-omgevingen benadrukken. Zonder virtuele mensjes, vinden we virtuele omgevingen veel moeilijker om te begrijpen, zo blijkt. In het boek People Watching verzamelden de psychologen Kerri Johnson en Maggie Shiffrar uitgebreid wetenschappelijk onderzoek rond dat onderwerp, en ze concluderen dat er heel wat psychologische aspecten zijn waar we ons een beeld van vormen, puur op basis van onze observaties. Identiteit is de eerste, en dat is niet onlogisch. Elke ochtend beslissen we voor onze kleerkast wie we die dag willen zijn. Kies je voor een opvallende designerjurk of een Nirvana-T-shirt, voor een jeans-met-scheuren of een paar dure sneakers, voor een driedelig pak of een Magnum P.I. -shortje, voor een Gucci-handtas of een draagtas van de wereldwinkel? Wat we kiezen hangt uiteraard van onze stemming af, maar ook van de omstandigheden. Je draagt niet hetzelfde in een strandbar als tijdens een meeting. Vandaar ook dat we ons schamen wanneer we dat fout inschatten en over- of underdressed de wereld inwandelen. Ben je muziekfan, rentenier of wereldreiziger, dan is de kans groot dat we dat aan je zien. Tatoeages zijn een extra opvallende uitdrukking van identiteit, omdat ze permanent zijn. Dat shirt van de Rode Duivels trek je op het einde van de dag uit, het gezicht van pakweg Vincent Kompany op je kuit niet. Waar we volgens onderzoek ook niet naast kunnen kijken, is hoe goed of slecht mensen in hun vel zitten. Hoe je je gedraagt, zegt iets over hoe je je vanbinnen voelt. Hoofd hoog in de lucht en een stevige pas kunnen zelfverzekerdheid uitstralen, maar trop is te veel en dan neigt het naar arrogantie. Trieste schouders wijzen op een ietwat donkere stemming en slepende voeten suggereren geen stressvol bestaan. De emotionele staat van dat moment is iets wat we heel snel inschatten als we iemand zien voorbijkomen. Is iemand bang of gestrest, dan zal hij nerveus frunniken, schouders ophalen en veel rondkijken. Een brede glimlach en een stevige pas betekenen meestal een goedgezinde mens, armen gekruist voor de borst wijst op een defensieve instelling en uit onderzoek blijkt dat mensen met depressieve klachten iets trager lopen dan gemiddeld. Wie van kapsel tot schoenen tot in de puntjes verzorgd is, toont aan de wereld dat hij of zij zichzelf waardevol genoeg vindt om veel aandacht aan te geven. Dat is niet per se iemand met een immens ego of narcistische trekjes, maar in een slobbertrui en vuile schoenen geef je toch een andere boodschap. Ook of iemand introvert dan wel extravert is, valt te lezen aan de manier waarop die over straat loopt. Extraverten kijken rond, maken zo vaak mogelijk oogcontact en staken voor de coronacrisis spontaan hun hand uit als ze ergens binnenkwamen. Volgens onderzoek dragen ze hun persoonlijkheid ook letterlijk, en kiezen ze vaker voor felle kleuren en opvallende outfits. Al hebben zelfs de meest exuberante extraverten weleens een 'zwarte' dag. We letten niet alleen op individuen, weten onderzoekers, we kijken ook hoe mensen met elkaar omgaan. Houdt iemand de deur open, laat hij iemand voorgaan en plooit iemands gezicht makkelijk in een glimlach, dan 'zien' we een aangenaam en genereus mens. Een gesloten of zelfs vijandige lichaamshouding voorspelt dan weer minder goeds. Toen je moeder je vertelde dat je erop moest letten hoe mensen omgaan met partners, kinderen, maar ook met obers, receptionisten en taxichauffeurs, als je wilt inschatten of ze betrouwbaar zijn, dan had ze overschot van gelijk. Als mensen ons kunnen lezen als een open boek, zijn we dan soms terecht nerveus als we ons buiten de deur wagen? Misschien. Sommige mensen wandelen door het leven alsof ze de Onzichtbaarheidsmantel van Harry Potter omhebben, maar volgens psychologen van Yale University hebben zij het mis. 'We gaan er vaak van uit dat mensen minder op ons letten dan wij op hen,' schrijven ze in de Journal of Psychology, 'maar dat klopt niet.' Ze vroegen studenten om in een wachtzaal te gaan zitten, zogezegd wachtend op een experiment. Alleen was die wachtzaal het experiment, want vlak daarna moesten ze vragen beantwoorden over wat ze aan hun medewachtenden hadden opgemerkt. Ze moesten ook proberen in te schatten hoe goed de anderen hen geobserveerd hadden. 'Mensen bleken allerlei details te hebben opgemerkt bij de anderen', schrijft een van de auteurs, Erica Boothby, in The New York Times. 'Kleding, stemming, zelfs persoonlijkheidskenmerken. Maar ze waren er ook van overtuigd dat de anderen hen veel minder goed hadden geobserveerd.' Wat wel opviel, is dat mensen niet opmerkten wat we dachten dat ze zouden opmerken. Je kent dat gevoel waarschijnlijk wel. Jij vond vanmorgen in de spiegel dat je haar niet goed lag, je hebt modder op je schoenen of een koffievlek op je T-shirt, en je vreest dat iedereen dat opmerkt. Het spotlighteffect noemen psychologen dat. Maar dat klopt niet, stelt Boothby. 'We zijn te gefocust op dat waar we op gefocust zijn', concludeert ze in haar artikel. 'Het is niet omdat wij met iets bezig zijn, dat dat ook anderen opvalt. Mensen merken inderdaad heel veel op aan de hand van onze kleding, houding of gedrag, maar iedereen heeft aandacht voor andere dingen.' Jij denkt dat die koffievlek ervoor gaat zorgen dat mensen je slordig gaan vinden, terwijl iemand anders misschien focust op je excellent geknipte haar, je nerveuze handen of je vriendelijke glimlach naar de receptioniste. 'We gaan er allemaal ietwat egocentrisch van uit dat iedereen let op de dingen die wij zelf in het oog houden, maar zo werkt het niet. Iedereen ziet de wereld, en dus ook de mensen daarin, op z'n eigen manier.' Terwijl je over de dijk loopt, zie jij dus waarschijnlijk heel andere dingen dan de andere wandelaars. Zo heb je nog iets extra's om over te fantaseren tijdens het mensen kijken.