Wereldwijd zijn bijna tachtig miljoen mensen op de vlucht voor geweld, oorlog en vervolging in hun thuisland. Op zoek naar een veilige plek leggen ze vaak duizenden kilometers af. De tocht zit vol risico's en het is nooit zeker dat je als vluchteling levend je bestemming zult bereiken. Op zondag 27 september organiseert Vluchtelingenwerk Vlaanderen voor het vijfde jaar op rij de Refugee Walk: een wandeltocht uit solidariteit voor vluchtelingen, met de kans om geld in te zamelen voor mensen op de vlucht.
...

Wereldwijd zijn bijna tachtig miljoen mensen op de vlucht voor geweld, oorlog en vervolging in hun thuisland. Op zoek naar een veilige plek leggen ze vaak duizenden kilometers af. De tocht zit vol risico's en het is nooit zeker dat je als vluchteling levend je bestemming zult bereiken. Op zondag 27 september organiseert Vluchtelingenwerk Vlaanderen voor het vijfde jaar op rij de Refugee Walk: een wandeltocht uit solidariteit voor vluchtelingen, met de kans om geld in te zamelen voor mensen op de vlucht. Dit jaar focust de organisatie op jonge vluchtelingen, wiens stem niet vaak genoeg gehoord wordt. Waarom laten ze hun heimat achter en gaan ze de gevaarlijke reis richting ons land aan, hoe verloopt zo'n tocht en wat gebeurt er wanneer ze asiel aangevraagd hebben? Obaidullah vluchtte samen met zijn jongere zus uit Afghanistan en Mohammad verliet op zijn eentje Pakistan in de hoop een veilige plaats te bereiken. Beide jongemannen deelden hun verhaal met ons. Vijf jaar geleden verlieten de jonge twintiger Obaidullah en zijn jongste zus - die toen veertien was - Afghanistan. Na drie zware maanden kwamen ze aan in België. 'We groeiden op een middenstandsgezin in het Noorden van Afghanistan, in de provincie Balch. Het is een van de oudste streken van Afghanistan, met een boeiende geschiedenis.' Na het middelbaar nam Obaidullah deel aan het ingangsexamen voor de universiteit van Balch en mocht hij beginnen aan de opleiding journalistiek. 'Ik dacht toen dat ik als journalist de wereld zou kunnen veranderen.' Voor hij kon afstuderen, moest hij echter het land verlaten. 'Ik kan niet in detail treden, maar blijven was geen optie voor mij en mijn jongste zus.' Wat volgde was de meest donkere en bittere periode van zijn leven. 'Vluchten is geen menselijke manier van reizen. Onderweg word je niet gezien als volwaardige mens en we wisten dat er een fifty fifty kans was dat we het niet zouden overleven. Ik heb mijn uiterste best gedaan om te vergeten wat ik heb meegemaakt tijdens onze tocht. Die emoties heb ik begraven, zodat ik hoopvol naar de toekomst kan kijken. ' Via Pakistan en Iran bereikten ze Turkije, van waaruit de reis verder gezet werd langs het Griekse eiland Lesbos, Macedonië, Kroatië, Oostenrijk, Duitsland en uiteindelijk België. 'Voor we vertrokken hadden we geen idee waar we zouden eindigen. We moesten gewoon weg en het maakte niet uit wat onze eindbestemming was, zolang het er maar veilig was en we asiel konden krijgen. Toen we de kans kregen om het water over te steken, hebben we die gegrepen.' Even dachten Obaidullah en zijn zus dat Duitsland hun eindhalte zou zijn. 'Aan de universiteit had ik Duits gestudeerd omdat studenten van onze school via een programma van de Duitse ambassade in Duitsland mochten studeren als ze een B2-certificaat konden halen. Ik heb die kans helaas niet gekregen omdat we moesten vluchten.' In Duitsland hadden ze echter pech. 'De tolk die ons was toegewezen zei dat Duitsland ons zou uitwijzen. Ze was van een bepaalde Afghaanse bevolkingsgroep die het niet kan vinden met de groep waar wij toe behoren en wilde ons niet verder helpen.' Ontnuchterd trokken ze naar het treinstation van München, om op goed geluk tickets naar Brussel te kopen. 'Drie nachten hebben we in het Noordstation van Brussel geslapen voor we asiel konden aanvragen. Gelukkig werden we geaccepteerd.' Obaidullah spreekt Engels en dat bleek een groot voordeel. 'Als je jezelf verstaanbaar kunt maken, gaat het vlotter. Ik zag in het Noordstation mensen rondlopen die geen flauw benul hadden van waar ze naartoe moesten.' Omdat zijn zus veertien was, gingen ze in eerste instantie naar een asielcentrum voor minderjarigen, waar ze twintig dagen verbleven. 'Daarna woonden we elf maanden in Dendermonde en vervolgens twee maanden in Koksijde. Dat was een nachtmerrie. We zaten er met tien mensen in één kamer.' In de laatste etappe voor ze zelf een woning moesten zoeken, belandden ze in Destelbergen, in het LOI (Lokaal Opvang Initiatief voor asielzoekers), waar ze meer privacy hadden. 'Vanaf toen werd ons leven beter. We woonden er anderhalf jaar, tot ik onze verblijfsvergunning kreeg. Na lang zoeken vond ik een woning in Oostakker.' Dat de papieren in orde kwamen, was een opluchting. Toch stopten de moeilijkheden daar niet. 'Het is niet simpel om een leven op te bouwen in een nieuw land. We maken niet volledig deel uit van de Belgische maatschappij, maar we horen ook niet meer bij de maatschappij van ons moederland. We zweven naar mijn gevoel wat tussen de twee culturen in. Tussen verleden en heden. Hopelijk zal het in de toekomst beter zijn, want het is geen makkelijke situatie.' 'Je moet een nieuwe taal leren, betaalbare huisvesting vinden, een job zoeken en leren hoe alles werkt in een nieuw land. Ik zou willen vragen om nieuwkomers de tijd te gunnen om Nederlands te leren. Ik sta er helemaal achter dat de lokale taal beheersen belangrijk is om te integreren, maar het is een proces dat tijd in beslag neemt. Een taal vloeiend leren spreken duurt jaren. Er is een kleine minderheid die zich nooit zal willen aanpassen. Dat vind ik geen juiste attitude. Ik ben er echter zeker van dat het merendeel van de mensen die in België belandt zich wil en zal aanpassen, als ze de kans krijgen.' Zijn droom om journalist te worden, heeft Obaidullah opgeborgen. Momenteel hoopt hij in de ICT-sector te kunnen werken en video's te maken in bijberoep. 'Ik wil een ICT-opleiding volgen bij de VDAB. Ik vind het leuk om met computers te werken en denk dat het een goede sector is om een job te vinden. Wanneer ik een stabiel inkomen heb en m'n netwerk heb uitgebreid, droom ik ervan om cameraman in bijberoep te zijn. Als vrijwilliger maak ik al korte filmpjes, maar ook op trouwfeesten maak ik soms video's.' Dat hij geld ontvangt van het OCMW vreet aan Obaidullah. 'Ik vind het vervelend om geld te krijgen zonder er iets voor in de plaats te doen, dat ligt niet in lijn met m'n persoonlijkheid. Daarom doe ik veel vrijwilligerswerk, ik wil iets teruggeven aan de maatschappij. Ik weet dat ik de uitkering nodig heb, anders zou ik hier niet kunnen wonen, een opleiding kunnen volgen en zou mijn zus niet naar school kunnen. Maar toch voel ik me schuldig. Ik zou liever een gever dan een ontvanger zijn.' Obaidullah benadrukt hoe belangrijk het is om met elkaar te praten. 'Zonder communicatie snappen we elkaar niet, blijven mensen bang van de "andere" en kunnen we niet naar elkaar toegroeien.' Zo wil hij ook graag weten wat mensen over hem denken. 'Op de dag van de aanslagen in Brussel ging ik met een vriend uit het asielcentrum in Dendermonde en een sociaal werkster naar het ziekenhuis. Ik ging mee om te vertalen. Naast mij in de wachtzaal zat een oudere dame. Ze keek me aan en huilde. Ik vroeg - in mijn gebrekkige Nederlands - of het met haar ging. Ik kreeg een scheldtirade als antwoord. Ze gaf mij en mensen zoals ik de schuld van de terreuraanslagen. Ik vond het jammer dat ik niet in gesprek kon gaan met haar, zodat ik kon verstaan waarom ze dacht dat we allemaal terroristen zijn.' Het nieuws volgt hij niet meer zo strikt op sinds hij in België woont. 'Ik vind het te deprimerend. Zowel het nieuws over de coronacrisis als de situatie in m'n moederland. Wat er over Afghanistan verschijnt in de media is meestal niet positief: overvallen, ontvoeringen, moorden explosies, corruptie, politici die leugens verspreiden. Hoe meer ik erover lees, hoe depressiever het me maakt. Een deel van mijn familie woont er nog en ik word moedeloos als ik daaraan denk.''Door enkel over het negatieve te berichten, creëer je ook een verkeerd beeld van sommige landen en culturen. Mensen zijn vaak verrast dat ik van Afghanistan ben. "Hoezo, je hebt toch geen lange baard en je draagt geen Afghaanse kleren?" klinkt het dan. Wat ik ook verkeerd vind is de wereld opdelen in First World en Third World. Dat vergiftigt het idee dat mensen hebben van andere samenlevingen. De media heeft hier een belangrijke rol in te spelen, want bewuste of onbewuste framing kan erg schadelijk zijn. Ik geloof nog altijd dat goede journalistiek verandering teweeg kan brengen op lange termijn.' De laatste weken werden heel wat mensen wakker geschud door de beelden van het vuur op Moria. 'Ik ben ook in de Griekse kampen geweest. Zoveel mensen samen gepropt in een vluchtelingenkamp is geen goede situatie. Niemand voelt zich er veilig en er heerst chaos. Wanneer je aankomt in de kampen op het eiland word je verwelkomd door de mensen van het Rode Kruis. Zij geven je op dat moment je menselijke waardigheid terug door met je te babbelen en je iets warms te drinken te geven. Daarna begint de ontmenselijking helaas opnieuw. Je bent er letterlijk een nummertje dat zit te wachten op een kans om verder te reizen. Je voelt je niet gewenst. De organisatie moet echt beter. Geld dat bedoeld is voor noodhulp komt ook in verkeerde zakken terecht. Er is enorm veel corruptie.''Een menselijk gesprek is waar vluchtelingen in zo'n kamp het meest naar snakken. Een vriendelijk woord kan een wereld van verschil maken. Dat gaf mij de energie om door te zetten wanneer ik door anderen als een object werd behandeld en als bagage heen en weer werd gesmeten.' Hoewel het in vluchtelingenkampen enorm chaotisch is, klopt het volgens Obaidullah niet dat er veel agressie heerst. 'Ik wil het beeld van vluchtelingen als bende wilden die met stenen naar de politie gooien nuanceren. Dat is echt geen dagelijkse realiteit. De meeste mensen zijn bang en alles behalve agressief. Ze willen gewoon een veilig onderkomen.' Intussen hebben Obaidullah en zijn zus die veilige thuis gevonden in het Gentse Oostakker. 'Voor mij is deze woonplaats een kans om een leven op te bouwen. Ik ben heel blij dat ik in Gent kan wonen. Het is een warme en verwelkomende stad. Toen ik er voor het eerst kwam, werd ik er aangenaam door verrast. Ik stapte uit de trein en zei meteen: "Hier wil ik wonen."' Die eerste ontmoeting met Gent ging gepaard met een filmavond met Afghaans thema. 'We gingen met enkele mensen uit het asielcentrum naar de première van de documentaire The Land of the Enlightened van Pieter-Jan De Pue, over de situatie van Afghaanse kinderen in een land in oorlog, verteld door de ogen van de kinderen zelf.' Zoals voor veel mensen is de coronacrisis een moment van reflectie voor Obaidullah. Zo hoopt hij dat we de coronacrisis aangrijpen om de maatschappij op een positieve manier te veranderen. 'Veel mensen hebben kunnen nadenken over het concept vrijheid, over de waarde van menselijk contact en over het belang van respect voor elkaar. Hopelijk blijft het niet bij nadenken, maar gaan we nu over tot het bedenken van oplossingen en het uitvoeren daarvan.' 'Iedereen heeft z'n eigen redenen en z'n eigen verhaal,' steekt Mohammad van wal. Dat van hem bracht hem van Pakistan tot België. 'Ik woonde samen met mijn ouders en broers, maar ik was niet vrij. Me buiten mijn gemeenschap verplaatsen was immers geen optie. Ik was geblokkeerd en kon niet verder studeren na het secundair onderwijs, niet werken en niet reizen. Het leven was heel onvoorspelbaar. Als ik naar de winkel ging, was het niet gegarandeerd dat ik levend terug thuis zou komen.' Met zijn lichtere huidskleur en Aziatische trekken was Mohammad een gemakkelijk doelwit voor etnisch en religieus gerelateerd geweld. 'Ik kon niet in Pakistan blijven. Mensen zoals ik worden er onderdrukt en vermoord op basis van hun religie en uiterlijk. Ik vraag me af hoe dit soort onrecht nog steeds kan gebeuren in de 21ste eeuw. Veilig kunnen leven zonder angst is een basisrecht. Welke religie je aanhangt is persoonlijk. Dat zou het ook moeten blijven. Je zou anderen niet moeten verplichten om zich aan te passen aan jouw geloof en ook niemand vervolgen omdat ze anders zijn dan jij. Enkel wanneer we elkaars persoonlijke ideologie respecteren kunnen we vreedzaam samenleven met elkaar.' Na zijn vertrek in Pakistan woonde Mohammad eerst twee jaar in Iran. 'Ook daar kon ik niet legaal en veilig blijven. Ik moest dus verder trekken. Via Turkije, Griekenland en Italië ben ik in België beland. Mijn reis heeft ongeveer zes maanden in beslag genomen. Als we konden, waren we met heel het gezin gegaan, maar dat was helaas geen optie. Ik ben dus op m'n eentje gevlucht en een van mijn broers is later ook naar België gekomen.' Reizen zonder vergunning betekent continu in angst leven. 'Illegaal grenzen oversteken gaat uiteraard niet vlot. Ik was vaak bang.' In Turkije moest hij anderhalve maand wachten om een boot te kunnen nemen. Tot Italië reisde hij via mensensmokkelaars, van daaruit zette hij z'n reis op eigen houtje verder na twee maanden het juiste moment af te wachten. Het vervolg van de reis liep via Italië en Frankrijk om vervolgens in België aan te komen. 'Zonder papieren reizen is natuurlijk niet simpel, maar vanaf een bepaald punt in Europa kan je de trein, bus of auto nemen en hoef je niet meer te voet of via vrachtwagen of boot. 'Doordat Mohammad Engels spreekt kon hij in Europa de weg vragen en treintickets aan het loket kopen. 'Ik heb voor mijn leven gevreesd tijdens de tocht. Het is geen kinderspel. Je moet halsbrekende toeren uithalen, zoals in rijdende vrachtwagens klimmen en andere gevaarlijke dingen om vooruit te geraken. Van Griekenland tot Italië heb ik met enkele andere vluchtelingen in een vrachtwagen gereisd. Toen we in de vrachtwagen waren geklommen bleek het een koelwagen te zijn. Gelukkig voor ons was het nog vrij mild van temperatuur en zijn we niet onderkoeld geraakt. Je leest soms verhalen van vluchtelingen die sterven van onderkoeling of door de hitte. Ik heb enorm veel geluk gehad; dit had mij ook kunnen overkomen.' Op elk moment kan het verkeerd gaan. 'Terwijl je aan de reis bezig bent, besef je niet ten volle dat je iets levensgevaarlijk aan het doen bent. Het hangt van persoon tot persoon af hoe je daarmee omgaat. Toch betekent een vlucht ook hoop. Iedere dag hoop je dat de dag erna beter zal zijn dan de dag ervoor. Je vlucht om je leven te redden. Er zijn risico's aan verbonden en je weet niet of je het zult halen, maar de risico's zijn nog steeds minder groot dan blijven waar je was. Achter het gevaar van de reis schuilt tenminste hoop, ter plaatse blijven, maakt je situatie uitzichtloos.' België was een toevallige eindhalte voor Mohammad. 'Ik ben aangekomen in Brussel met de trein. Ik had er geen idee van dat er verschillende stations waren, maar hoorde van andere vluchtelingen dat ik naar Brussel-Noord moest en in de buurt daarvan asiel kon aanvragen. Dat leek me het proberen waard. Dezelfde dag nog kon ik terecht in een asielcentrum. Het was begin 2015 en de drukte viel toen wel mee.' Vijf maanden lang woonde hij in een asielcentrum in Wallonië 'Mijn papieren waren eigenlijk al in orde na twee maanden, maar ik vond maar geen woning.' Uiteindelijk moest Mohammad het centrum verlaten zonder appartement gevonden te hebben. 'Ik heb een tijdje gelogeerd bij mensen die ik oppervlakkig kende van het asielcentrum. Na verloop van tijd heb ik een appartement kunnen huren in een verouderd gebouw in Brussel, waar ik vijfhonderd euro per maand voor moest betalen, zonder vaste kosten. Gelukkig krijg ik een som van het OCMW. Zo kan ik mijn leven hier opbouwen door de taal te leren en te studeren, zodat ik erna op mijn eigen benen zal kunnen staan.'In het begin was alles erg onduidelijk voor Mohammad. 'Waar moet ik naartoe? Hoe moet ik een woonst vinden? Waar kan ik Nederlands leren? Welke studies kan ik aanvatten? Ik kreeg heel vaak de verkeerde informatie, waardoor het proces vertraagde. Om te mogen starten met hogere studies moet je een B2-diploma Nederlands hebben en een diploma van de middelbare school, dat gelijkstaat aan het Belgische diploma.' Dat bleek een hobbelig parcours. 'Ik had een secundair diploma uit Pakistan, maar ik kreeg te horen dat ze dat niet konden vertalen naar een Belgische variant.' Toen hij naar Leuven verhuisde en zich inschreef bij het ILT om Nederlands te leren kwam er schot in de zaak. 'Het was heel moeilijk, want het waren lessen van een hoog niveau. Ik ben een paar keer gebuisd, maar uiteindelijk behaalde ik mijn B1-diploma. Om verder te studeren ging ik naar een infodag in Antwerpen over hogere studies. Daar kwam ik in contact met mensen van de Thomas More hogeschool, die me vertelden hoe ik met mijn buitenlandse middelbare diploma een aanvraag kon indienen om te kunnen starten aan een studierichting bij hen.' Gelukkig accepteerden ze zijn documenten en kon Mohammad zich inschrijven voor een graduaat in Marketing. Mohammad heeft intussen een klein netwerk van vrienden opgebouwd, bij wie hij terecht kan. Dat was in het begin natuurlijk anders. 'Toen ik aankwam in België voelde ik me eenzaam. Ik kon niet gemakkelijk vrienden maken, want ik was nieuw in het land, ik kende de taal en de cultuur niet en was helemaal alleen naar hier gekomen.' Gelukkig kwam hij op zijn pad warme mensen tegen, die hem wilden helpen. 'In 2016 studeerde ik Engels aan het CLT. Daar leerde ik een Belgische vrouw kennen. Ze nodigde me uit bij haar gezin in Kessel-Lo en we werden vrienden. Eigenlijk is het gezin meer dan dat: ze voelen aan als een familie voor mij. Ze hebben me de voorbije jaren enorm geholpen, met verschillende zaken zoals Nederlands leren en beslissen welke studierichting ik zou volgen.' Een andere manier waarop hij zijn netwerk heeft kunnen uitbouwen, is werken als vrijwilliger. 'Ik zag reclame op Facebook voor vrijwilligerswerk bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Ze hadden mensen nodig die flyers konden uitdelen bij het opvangcentrum Klein Kasteeltje. Voor de deuren daar opengaan, staan de vrijwilligers van Vluchtelingenwerk Vlaanderen klaar om asielinformatie te geven aan de mensen die aanschuiven. Ze hebben brochures in verschillende talen. Ik weet als de beste hoe belangrijk het is om de juiste informatie te krijgen. In 2015 was ik een van hen. Ik heb toen alles zelf moeten uitvissen en dat was enorm ingewikkeld. Mijn steentje bijdragen door als vrijwilliger te werken, vind ik daarom extra belangrijk. België heeft mij een veilige thuis gegeven en daar ben ik heel dankbaar voor.'