Vorig jaar keken we allen reikhalzend uit naar 2021. Het jaar 2020 was een annus horribilis waar we nog decennialang over zouden praten. Maar nu was het einde van de tunnel in zicht. Zelden hebben we zo hartstochtelijk naar een nieuw jaar verlangd. Dat het die eerste weken van januari, en misschien zelfs wat langer, nog knap lastig zou kunnen worden, daar hadden we rekening mee gehouden. Maar het hele jaar met de rem op leven was ondenkbaar. Het nieuwe jaar zou roaring worden, en de zomer hot.
...

Vorig jaar keken we allen reikhalzend uit naar 2021. Het jaar 2020 was een annus horribilis waar we nog decennialang over zouden praten. Maar nu was het einde van de tunnel in zicht. Zelden hebben we zo hartstochtelijk naar een nieuw jaar verlangd. Dat het die eerste weken van januari, en misschien zelfs wat langer, nog knap lastig zou kunnen worden, daar hadden we rekening mee gehouden. Maar het hele jaar met de rem op leven was ondenkbaar. Het nieuwe jaar zou roaring worden, en de zomer hot. Het draaide helaas anders uit. De aarzelende heropening van de horeca - aanvankelijk alleen de terrassen - zou nog vijf maanden op zich laten wachten. Wandelen bleef willens nillens onze nationale hobby. Bij de start van de vakantie hoopte een aantal jongeren in Lloret de Mar aan de Costa Brava al feestend de corona-ellende te vergeten. Ze waren eraan voor de moeite. Na amper een week werden de reizen stopgezet en de jongeren teruggeroepen wegens te veel besmettingen. In eigen land vielen de muziekfestivals opnieuw in het water: ze werden gereduceerd tot kleinschalige evenementen of gewoon geannuleerd. En dan moest de natste zomer sinds de metingen in 1833, met dramatische gevolgen voor Luik, Verviers en omstreken, nog beginnen. In plaats van een summer of love werd het de belabberdste zomer ever. Veel knaldrang, dat wel, maar tot een prettige ontploffing kwam het nooit. In september gloorde er weer hoop. Onze agenda's liepen opnieuw vol. Steden en gemeenten konden de aanvragen voor events amper bijhouden. Er was een acuut tekort aan stoelen en tafels voor braderieën, soupers en festijnen. In oktober leek de hemel helemaal op te klaren toen ook discotheken na anderhalf jaar opnieuw opengingen. Er mocht weer gedanst worden, zij het met Covid Safe Ticket. De toekomst lachte ons toe. Zonder mondmasker. Het ergste van de pandemie hadden we nu wel achter de rug, dachten we. Dat was, gezien de nieuwe besmettelijke virusvarianten en de langzaamaan uitgewerkte vaccins, een tikje naïef. Ondertussen zitten we, met de feestdagen in zicht, volop in de vierde golf. Op het moment dat onze vrijheden opnieuw worden ingeperkt, leggen we op de redactie de laatste hand aan deze Black Feest. Alle interviews en fotoreportages zijn gelukkig net op tijd achter de rug. We slaagden er zelfs in een coronaveilige feesttafel te organiseren met zes fijne gasten (p. 26). Maar of ook jij en ik straks met familie en vrienden rond de feestdis kunnen aanschuiven, is nog maar de vraag. Anders dan in 2020 ben ik vandaag een stuk minder naïef: het besmettelijke beestje zal niet plotsklaps verdwijnen, allicht ook niet over drie à vier weken. Laten we hopen dat er in december minder virus en meer feestgedruis zal zijn. Zodat een warme en gezellige kerst en een paar danspasjes richting het nieuwe jaar tot de mogelijkheden behoren. Daarom houd ik me nu even gedeisd en hang ik alvast lichtjes, ballen en slingers. Want in afwachting kun je het leven maar beter elke dag een beetje vieren.