"Durf jij dat?"
...

"Durf jij dat?" Een vriendin legde me de vraag dit weekend voor tijdens een conversatie over het publiekelijke tonen van affectie. Het is een vraag die nooit binnen die context gesteld zou mogen worden, maar in een gesprek tussen een homoseksuele man en een lesbische vrouw is ze plots doodnormaal. Handen vasthouden in een drukke winkelstraat of wanneer je samen op restaurant zit, is iets wat je moet durven. Wij weten dat maar al te goed. "Ik dacht dat ik durfde", gaf ik toe. "Maar de laatste tijd merk ik steeds vaker van niet." Zij: "Wij ook niet." ...Dit weekend bleek nog maar eens dat de prijs die voor openlijke liefde tussen twee mensen van hetzelfde geslacht betaald moet worden, nog veel te vaak torenhoog is. Toen Jasper en Ronnie hand in hand over de Nelson Mandelabrug in Arnhem wandelden en een groep jongeren kruisten, werden ze in korte tijd headlines. Wéér een incident van homogeweld. De twee mannen werden toegetakeld met een betonschaar. Een gruwelijke mishandeling die niemand zou mogen treffen, en al zeker niet omdat ze hand in hand over een brug in Nederland liepen. Het is een angst die bij heel wat same sex couples speelt, en die nog vaak terecht blijkt. Want hoe hard ik ook mag schreeuwen dat ik comfortabel ben met mijn seksualiteit, merk ik dat de situatie anders is als ik met mijn vriend over straat loop. Handen vasthouden mijden we bewust om de man die net zijn hond uitlaat of de vrouw die haar laatste inkopen in haar winkeltas propt niet tegen de borst te stoten. Omdat we weten dat twee mannen die elkaars hand vasthouden op drukbezochte plaatsen in het beste geval vreemde reacties oplevert. Het is een denkwijze die ik tegelijkertijd doodnormaal ben gaan vinden en ben gaan verafschuwen. Niemand zou liefde in die mate mogen overdenken, en toch kunnen we haast niet anders. Want net wanneer ik denk dat al die voorzorgen misschien toch voorbarig zijn, wordt weer een homostel het onderwerp van nieuws. Een herinnering voor mij, en voor heel wat andere mensen uit de holebigemeenschap die hoopten dat we verder stonden in onze strijd naar gelijkheid en acceptatie, dat we nog steeds op onze tenen moeten lopen. Incidenten van geweld tegen holebi's blijven nooit lang genoeg uit om ons daaraan te herinneren. Het is hartverscheurend om te moeten toekijken hoe de vrijheid die we als holebigemeenschap verworven denken te hebben, nog elke dag in het gedrang staat. Hoe ik het normaal ben gaan vinden dat sommige uitingen van affectie op publieke plaatsen een voorrecht zijn voor heterokoppels, omdat holebi's er maar al te vaak harde woorden voor moeten incasseren. Dat ik me er geen vragen meer bij stel dat ik mijn seksualiteit op publieke plaatsen op zijn minst gedeeltelijk verhul, "want we moeten het ook niet uitlokken". Dat ik door alle positieve mensen waarmee ik me dagelijks omring soms vergeet dat er nog altijd voldoende vreemden zijn die hun negatieve opinie maar wat graag opdringen. En dat dat soms gevaarlijk kan zijn. Er is een probleem als twee mensen die elkaar graag zien die liefde moeten afschermen voor een groep cafégangers die hun alledaagse zorgen bespreken en het niet nalaten om tussen twee slokken van hun glas bier door een belediging te roepen. Het is nog veel erger dat openlijk liefhebben sommige mensen ertoe kan leiden gebalde vuisten te vormen. Dat we ons in een poging tot zelfbescherming dan maar van fysiek contact zijn gaan weren en dat als normaal zijn gaan aanzien, is al even jammer. Want liefde hoort niet klein gehouden te worden. Het hoeft niet iets te zijn dat zich enkel binnen slaapkamers of huismuren afspeelt. In tijden waarin haat zo openlijk kan manifesteren, hebben we meer dan ooit nood aan een tegensignaal.