Ik krijg een oproep voor de autokeuring, terwijl ik daar zes maand geleden nog maar geweest ben. Toen was het uitgesteld door corona. Dat ik nu al terug moet, lijkt me eerder omdat de molen moet draaien dan uit bekommernis om de veiligheid. Ik zal mijn voertuig dan maar braafjes opnieuw voorrijden - in zindelijke staat, zoals de uitnodiging voorschrijft.
...

Ik krijg een oproep voor de autokeuring, terwijl ik daar zes maand geleden nog maar geweest ben. Toen was het uitgesteld door corona. Dat ik nu al terug moet, lijkt me eerder omdat de molen moet draaien dan uit bekommernis om de veiligheid. Ik zal mijn voertuig dan maar braafjes opnieuw voorrijden - in zindelijke staat, zoals de uitnodiging voorschrijft. Het overvloedig keuren van auto's behoort tot de minder fijne dingen van het leven in welvaartsstaten, zoals ook de plicht om belasting te betalen. Waarom moet dat eigenlijk, wil mijn dochter van acht weten. Ik begin over ziekenhuizen, straatverlichting en over de overheid die voor de mensen zorg draagt. Ik zwijg over een teveel aan lepels waaraan te veel blijft kleven, maar wijs op het mondmasker thuis in de kast dat op de onderbroek van een boerin lijkt. We kregen het cadeau van de overheid, nadat ons eerst was voorgehouden dat onderbroeken overbodig waren. Mijn dochter moet lachen. Ze zegt dat boerinnen zijn veranderd en dat een hippe boerin voor zo'n onderbroek zou bedanken. 's Middags komt een vriendin op bezoek die thuis is in het spirituele. Zij vindt dat ik er bezorgd uitzie en vraagt: 'Drink jij wel genoeg edelsteenwater?' Ik antwoord ontwijkend en snijd een perentaartje aan op de tuintafel. We praten over het leven, en hoe de liefde het belangrijkste blijft. Als mijn vriendin is vertrokken, blijft dat edelsteenwater door mijn gedachten sijpelen. Je hebt van die woorden die je intrigeren van de eerste keer dat je ze hoorde. Als kind was ik gefascineerd door rubberkogels waarover in het televisienieuws werd gesproken. Het leek mij machtig speelgoed. Mijn vader zei dat daar al mensen door gedood waren. Nu tik ik edelsteenwater in op Google. 'Het is een krachtige manier,' lees ik, 'om positieve energie in lichaam en geest op te nemen.' Je maakt het door stenen en mineralen met fraaie namen in water te leggen en in de zon te zetten. Amethist, aquamarijn, bergkristal, rozenkwarts, lapis lazuli, toermalijn of het labradoriet dat doet denken aan kwispelstaarten: behalve poëzie schijnt er ook helende kracht in te sluimeren. Ik wantrouw het esoterische, zeker als zich daarbij chakra's moeten openen. Maar in tijden als deze, als zelfs de wetenschap weifelt, ben ik de laatste die de draak steekt met wat er meer kan zijn tussen hemel en aarde. Soms voel ik een heimelijk verlangen naar engelbewaarders. 'De zon zal het edelsteenwater opladen met warme, zachte en kalmerende energieën.' Dat vind ik een prettige zin, zolang je niet denkt dat het een dokter kan vervangen. Mensen hebben houvast nodig en een baken, iets dat hen door de donkerte van de nacht helpt. Bij de een is dat een sterke leider, bij de ander edelsteenwater. Van die twee is edelsteenwater veruit het minst schadelijk. 'Zo maak je kristallen tot je machtigste, wijze vrienden', lees ik. Gekker dan dat moet het ook weer niet worden. Dan rijd ik liever mijn voertuig nog eens voor aan het keuringscentrum, alle gordels ingeklikt en de zitplaatsen toegankelijk. Volgens de uitnodiging zorg ik best voor aangepaste kledij, ook al ben ik zindelijk.