Ik heb geen groene vingers. Meer zelfs, ik slaag erin om planten die niemand kapot krijgt, toch te laten verwelken. R.I.P. die cactus op mijn bureau. Nu voel ik me daar ook nog eens schuldig over, dankzij het boek Briljant groen van Stefano Mancuso en Alessandro Viola. Planten zijn namelijk niet het doofstomme, roerloze meubilair van onze wereld, stellen de auteurs. Was dat wel zo, dan zouden ze nooit zo lang en in zulke groten getale en verscheidenheid overleefd hebben. Nee, planten zijn complexe, verfijnde en intelligente wezens met meer zintuigen dan wij ons kunnen inbeelden, die bovendien zowel onderling als met dieren communiceren. Ze ademen zonder longen, eten zonder mond, staan zonder skelet en nemen b...

Ik heb geen groene vingers. Meer zelfs, ik slaag erin om planten die niemand kapot krijgt, toch te laten verwelken. R.I.P. die cactus op mijn bureau. Nu voel ik me daar ook nog eens schuldig over, dankzij het boek Briljant groen van Stefano Mancuso en Alessandro Viola. Planten zijn namelijk niet het doofstomme, roerloze meubilair van onze wereld, stellen de auteurs. Was dat wel zo, dan zouden ze nooit zo lang en in zulke groten getale en verscheidenheid overleefd hebben. Nee, planten zijn complexe, verfijnde en intelligente wezens met meer zintuigen dan wij ons kunnen inbeelden, die bovendien zowel onderling als met dieren communiceren. Ze ademen zonder longen, eten zonder mond, staan zonder skelet en nemen beslissingen zonder brein. Hun wortels proeven voortdurend de grond waarin ze groeien, op zoek naar de juiste voedingsstoffen, en ze kunnen vanop grote afstand watervoorraden herkennen. Ik lees Mancuso en Viola's boekje in een hotel in de Dolomieten, en kijk prompt met andere ogen om me heen. Die hoge naaldboom ziet er onbeweeglijk uit, maar als ik niet in dagen maar in decennia denk, is hij in een razend tempo gegroeid. Die struik daar in de schaduw kan uitrekenen of het een goed idee is om al zijn energie in snelsnel groeien te steken en zo sneller zonlicht te vangen dan zijn buurstruik, dan wel om gewoon zijn trage gangetje te gaan. Als die lage plant naast mijn bankje wordt aangevallen door plantenetende insecten, dan verspreidt hij geurmoleculen die andere planten wijzen op het nakende gevaar en maakt hij misschien zelfs zijn eigen blaadjes onsmakelijk, onverteerbaar of giftig. En ze zijn sneaky en slim, planten. Neem de boterboon. Wordt die aangevallen door vraatzuchtige mijten, dan scheidt hij prompt een mengsel van chemische stoffen af dat een andere, vleesetende mijt aantrekt, die dan weer dol is op zijn vegetarische soortgenoot. De vijand van je vijand lokken om jezelf te beschermen, dat is strategie van de bovenste plank.Onze kennis over de plantenwereld is volgens de Italiaanse expert in plantengedrag bedroevend klein en we gaan onachtzaam met planten om, vinden Mancuso en Viola. Hun hele boekje is een pleidooi voor respect en flora-liefde. Vooral ook omdat we volgens hen veel te weinig stilstaan bij hoe levensbelangrijk ze voor ons zijn. Letterlijk. Verdwenen u, ik en de andere miljarden mensen van deze aarde, dan zou de plantenwereld vrolijk blijven bestaan, niet eens opmerkend dat wij er niet meer zijn. In amper een jaar of twee zou al ons territorium weer ingenomen worden en na een eeuw zou elk spoor van ons bestaan weggevaagd zijn. Maar als morgen alle planten van de aarde zouden verdwijnen, dan had de mens nog maar een paar weken te leven. Planten produceren de zuurstof die ons in leven houdt en alles wat we eten, is zelf een plant of voedt zich met planten. Het gebeurt niet vaak dat een boekje zo'n fundamenteel effect op mij heeft, maar Briljant groen slaagt daar met verve in. Toen ik onlangs in de krant las dat in Ranst hele stukken snelwegberm gekapt worden, om te voorkomen dat transmigranten zich tussen de bomen kunnen verstoppen, was ik oprecht gechoqueerd. Complexe, intelligente en traag groeiende wezens kappen om een tijdelijk probleem op zeer oncreatieve wijze op te lossen? Foei Vlaamse regering. Duizendmaal foei.