Wat hebben Richard Nixon, Anissa Temsamani en Lance Armstrong gemeen? Juist, hun leugens - respectievelijk over een politieke inbraak, een diploma en doping - kostten hun alle drie hun politieke dan wel sportieve carrière. Om maar te zeggen dat liegen niet bepaald bevorderlijk is voor je curriculum vitae, en dan zwijgen we nog over de sociale stigma's die aan het lemma leugenaar kleven.
...

Wat hebben Richard Nixon, Anissa Temsamani en Lance Armstrong gemeen? Juist, hun leugens - respectievelijk over een politieke inbraak, een diploma en doping - kostten hun alle drie hun politieke dan wel sportieve carrière. Om maar te zeggen dat liegen niet bepaald bevorderlijk is voor je curriculum vitae, en dan zwijgen we nog over de sociale stigma's die aan het lemma leugenaar kleven. Toch komen mensen er soms gewoon mee weg. Factcheckers becijferden dat de Amerikaanse president Donald Trump in de eerste 347 dagen van zijn presidentschap 1950 valse of misleidende uitspraken deed. Dat zijn er gemiddeld 5,6 per dag. Door te liegen kwam hij in 1984 ook al op de Forbes-lijst met de 400 rijksten van Amerika, en onlangs gaf hij zelfs toe dat hij in een gesprek met de Canadese premier Justin Trudeau een handelstekort uit zijn duim had gezogen. Schandalig natuurlijk, maar het ding is: liegen is doodnormaal. In 2002 moedigde de universiteit van Massachusetts studenten aan om een gesprek aan te gaan met vreemden en dat werd op videotape vastgelegd. Nadien werd de studenten gevraagd om de beelden te onderzoeken op onwaarheden. Wat bleek? De proefpersonen ontdekten gemiddeld drie leugens per tien minuten gesprek. In werkelijkheid lag het aantal leugens wellicht nog hoger, de onderzoekers gingen ervan uit dat wie meewerkte niet alle leugens rapporteerde. Opzienbarend? Ja en nee. We liegen allemaal. Zelfs tegen onze kinderen. Wie is er niet opgegroeid met de verhalen - of zijn het de leugens - van Sinterklaas en de paashaas? En ook als ze wat ouder worden, liegen we rustig verder tegen onze kroost. Welke ouder heeft nooit tegen zijn overstreste zoon of dochter gezegd dat het wel zal meevallen met die loodzware tweede zit? Het zijn wat specialisten prosociale leugens noemen: we verbloemen of verdraaien de waarheid opdat anderen zich beter zouden voelen. Dat soort leugen staat in schril contrast met leugens die we enkel voor eigen gewin gebruiken. 'Er zijn heel wat redenen waarom mensen liegen', legt Patrick Luyten, professor psychologie aan de KU Leuven, uit. 'De meest voorkomende leugens, zo blijkt uit onderzoek, gebeuren uit schaamte: je wilt iets verbergen of je wilt jezelf voor onheil behoeden. Ook zijn leugens vaak een manier om jezelf belangrijker voor te doen dan je bent. Je hebt ergens een steek laten vallen, bijvoorbeeld een tikje met de auto gegeven, maar je beweert dat de andere partij tegen jou is gereden. Doe je dat niet, dan kom je over als iemand die niet kan rijden en dat wil je vermijden.' 'Ik had ooit een collega die we haast elke dag op leugens betrapten', vertelt Lies. 'Het waren geen zware dingen, maar het was toch behoorlijk irritant. Kwam ze te laat op een vergadering, dan was dat omdat de trein vertraging had. Haalde ze een deadline niet, dan kwam dat door computerproblemen. Elke keer had ze een uitvlucht klaar. Volgens mij had ze wel door dat we haar op den duur niet meer geloofden, maar ze bleef lustig verder liegen. Uiteindelijk is ze ontslagen omdat ze de schuld voor een project dat verkeerd liep met opzet in de schoenen van een collega schoof, terwijl iedereen wist dat het door haar de mist was ingegaan. Geen idee wat ze tegenwoordig doet, maar het zou me niet verbazen mocht ze nu elders anderen in de luren leggen.' We liegen niet alleen om ons eigen vel te redden, er is ook het zogenaamde leugentje om bestwil. Luyten: 'In dat geval lieg je om iemand te sparen. Je vriendin kocht bijvoorbeeld een nieuwe jurk die er echt niet uitziet, maar je zegt toch dat ze heel mooi is.' 'Ik had een partner die verschrikkelijk onzeker was', vertelt Jonas. 'In het begin was ik eerlijk tegen haar, maar op den duur merkte ik dat een opmerking over haar uiterlijk, haar werk of noem maar op haar nog onzekerder maakte. Dus begon ik kleine leugentjes te verzinnen opdat ze zich beter zou voelen. Haar nieuwe kapsel was geweldig sexy en die presentatie voor haar werk briljant... Ik zag er geen graten in omdat ik merkte dat ze door mijn leugens zelfverzekerder werd. Toch is onze relatie niet blijven duren. Voortdurend iemand moeten voorliegen is vermoeiend. Het voelde aan alsof de energie uit me werd weggezogen.' Een prosociale leugen is nochtans niet per se slecht. Wie zulke onwaarheden vertelt, bewijst dat hij in staat is om het lijden van een ander te herkennen en empathie te ontwikkelen. 'Je kunt inderdaad pas bewust liegen als je een vermogen tot empathie hebt', beaamt professor Luyten. 'Anders gezegd: je liegt pas wanneer je ten volle begrijpt wat de impact van je gedrag kan zijn. Kinderen zien vanaf een bepaalde leeftijd in dat ze anderen op andere gedachten kunnen brengen door een leugen te vertellen. Zonder dat vermogen zouden ze niet eens bewust kunnen liegen.' Met een prosociale leugen willen we het lijden van de ander verminderen, we tonen dus medelijden. Felix Warneken, psycholoog aan de universiteit van Harvard, deed daar een bijzonder interessant experiment mee. Een volwassene toonde een aantal kinderen een geslaagde tekening en een duidelijk rotslechte krabbel. De kinderen, gevraagd naar hun reactie, waren aanvankelijk doodeerlijk: ze zeiden rechtuit of ze de tekeningen al dan niet goed vonden. Maar wanneer de volwassene hun zei dat hij zich droevig voelde omdat hij zo'n slecht kunstenaar was, werden de reacties heel anders. Het merendeel van de kinderen liet nu optekenen dat ze de slechte tekening helemaal niet zo lelijk vonden. Ze begonnen dus spontaan te liegen om de volwassene een beter gevoel te geven. Dat doet een belangrijke vraag rijzen: wanneer is het gerechtvaardigd om het welbevinden van de ander te laten voorgaan op de harde waarheid? Die vraag is helaas niet zo simpel te beantwoorden, zegt Bart Pattyn, directeur van het Overlegcentrum voor Ethiek aan de KU Leuven. Pattyn: 'Een eenvoudig antwoord zou suggereren dat er een definitieve morele orde is waar alles in past, en dat is niet zo. In de voorchristelijke opvatting was ethiek meer een kwestie van keuzes maken. Die kunnen heel tragisch zijn, want er zijn eigenlijk geen juiste keuzes. Als je kiest om de persoon op zijn gemak te stellen en dus te liegen, verlies je eerlijkheid. Als je eerlijk bent, zul je die persoon onvermijdelijk kwetsen. De gevolgen zijn dus altijd tragisch, je verliest altijd. Je moet beseffen dat elke keuze voor- en nadelen heeft en dat er geen juiste oplossing bestaat.' Anders gezegd: er bestaat geen morele wet die ons kan vertellen wanneer we al dan niet mogen liegen. 'Er is erg veel over de leugen geschreven', vertelt Pattyn. 'Inzichtelijk is het boek Truth and Truthfulness van de Engelse filosoof Bernard Williams. Daarin stelt hij dat het belangrijk is om truthful te zijn, maar dat we dat vaak helemaal niet zijn. In intieme relaties zelfs vaker niet dan wel. Liegen is volgens Williams ook niet alleen iets zeggen wat niet waar is. Ook het achterhouden van de waarheid beschouwt hij als een leugen.' Bart Pattyn gooit het liever over een andere boeg wanneer het over liegen gaat: 'Wanneer we van gedachten wisselen, ontwikkelen we een gedeelde betrokkenheid: ik weet dat jij weet dat we samen iets weten. Je ontwikkelt met andere woorden een visie samen. Wanneer er gelogen wordt, geeft iemand de indruk dat hij loyaal is aan dat gemeenschappelijke project, terwijl zijn intentie net is om je iets te doen geloven waar hij niet achter staat. Als die intentie aan het licht komt, zal de leugen zichtbaar worden en ervaren worden als verraad aan dat gemeenschappelijke project. Daaraan wordt doorgaans zwaar getild, want de loyauteit is door- broken. Ook bij zogenaamde leugentjes om bestwil komt de manier waarop de ander gepercipieerd wordt niet overeen met hoe hij werkelijk is, waardoor er een breuk ontstaat.' Opmerkelijk is dan weer wel dat onderzoek van de Wharton University aantoont dat de perceptie van liegen niet altijd zo zwart-wit is als vaak gedacht wordt. Liegen om een andere persoon te helpen werd door het proefpubliek vaker wel dan niet als een positieve zaak beschouwd, terwijl een leugen die geen effect had op de persoon in kwestie of die hem of haar kwetste, als verkeerd werd gepercipieerd. Anders gezegd: personen met altruïstische intenties worden beschouwd als morele en eerlijke wezens, zelfs wanneer ze liegen. Volgens dat onderzoek lijkt het soms gewoon moreler om te liegen dan om de harde waarheid te vertellen. Sterker: mensen die altijd onverbloemd voor hun mening uitkomen, worden vaak geperci- pieerd als grof of zelfs antisociaal. Omgekeerd bestempelen we een klein leugentje niet als zodanig. Nee, we noemen het tact of sociale vaardigheid. Soms liegen we ook gewoon omdat we dat nu eenmaal graag doen, zonder dat het een negatieve connotatie hoeft te krijgen. 'Liegen behoort tot het normale menselijke gedrag', zegt Patrick Luyten. 'Het is soms gewoon leuk. Het is plezierig om iemand om de tuin te leiden. Vanaf de leeftijd van vierenhalf kan een kind bewust liegen. Vaak is dat nog heel onschuldig en doen ze het in de vorm van spelletjes. Ze vragen je om een doosje te openen omdat er een verrassing in zou zitten. Uiteraard springt er niets uit als je het doosje opendoet, of net iets dat je doet schrikken. Daar hoef je niet meteen iets slechts achter te zoeken.' Bezitten we allemaal hetzelfde vermogen tot liegen of zijn sommigen er meer toe geneigd? Het laatste, zo blijkt. 'Er zijn inderdaad opmerkelijke verschillen tussen mensen', vertelt professor Luyten. 'Wie als kind om de een of andere reden weinig aandacht, liefde en zorg heeft gekregen, heeft doorgaans meer aanleg tot allerhande types van leugens, zo blijkt uit onderzoek. Vaak was liegen een manier om wat aandacht en liefde te krijgen. Mensen doen het meestal niet eens bewust, het is als het ware sterker dan zijzelf. Antisociale psychopaten hebben dan weer een duidelijke voorgeschiedenis waarin liegen een noodzaak was om hun zwakte te verbergen, omdat het niet toegelaten was om die te tonen. Een andere mogelijkheid is dat ze liegen om geld te verdienen. Zulke mensen hebben geleerd dat liegen heel wat voordelen oplevert en blijven het daarom doen. Tot slot zijn er mensen die pathologisch liegen en zich daar niet bewust van zijn. Dat is een ziektebeeld dat meestal voorkomt bij een bredere problematiek. Denk bijvoorbeeld aan het münchhausen-by-proxysyndroom, waarbij iemand zijn eigen kind gaat kwetsen, maar ontkent dat hij dat doet. Het zijn extreme vormen van normaal lieggedrag. Men liegt om mensen te manipuleren en zelf in de aandacht te staan. Deels zijn zulke mensen zich niet bewust van hun gedrag. Sterker nog: op den duur beginnen ze zowaar hun eigen leugens te geloven.' Tot slot: je kunt jezelf maar beter voorhouden dat de reden waarom je niet liegt is omdat dat niet loyaal is naar de ander toe. En dus niet omdat je vindt dat je dan met een bepaalde morele orde niet meer in het reine bent. Bart Pattyn: 'Wanneer je iets goed wilt doen, moet de gedrevenheid om dat te doen onvoorwaardelijk zijn. Je doet het omdat je denkt dat het gedaan moet worden, niet om een andere, al dan niet morele, reden. Omdat je aan je imago denkt, bijvoorbeeld.' Iets om in het achterhoofd te houden voor je dat zogenaamde leugentje om bestwil vertelt.