We moeten nogal veel de laatste tijd. Niet alleen moeten we blijven oppassen dat die verdomde gluten ons lichaam niet binnendringen, ook moeten we genoeg goals nastreven en mindful in- en uitademen nog voor het ochtendkrieken (want dat doen 'echt productieve mensen', zeggen de internetartikels). Op het vlak van relaties is het al helemaal ingewikkeld geworden. Volgens de ene Vlaamse bestsellerauteur moeten we een beetje ongelukkig leren zijn, volgens de andere moeten we juist volle bak geloven in de romantische liefde. En op een populaire site las ik onlangs dat je 'honderd procent blij moet zijn met jezelf' vooraleer je je aan het daten waagt. Het aloude 'pas als je van jezelf houdt, kun je van een ander houden' in een strak cijfermatig jasje gestoken. Eentje dat mij al net zo beknelt als het plastic regenjack waarop ik als kleuter zo fier was dat ik de touwtjes van de kap veel te hard dichtsnoerde - er zat redelijk wat kin klem.

Honderd procent blij zijn met jezelf. Wie kan dat?

Ik denk er nu al een paar dagen over na. Honderd procent blij zijn met jezelf. Wie kan dat, wie is zo en hoeveel vrienden heeft die persoon nog over? Want gaan de beste gesprekken niet over zelftwijfel, bestaat de leukste humor niet uit zelfspot, en ontstaat ware zelfspot niet uit een pijnlijk scherp bewustzijn van de eigen tekortkomingen? Een van de beste caféavonden die ik me herinner was die waarop een goede vriendin en ik vrijwel simultaan "man, wat heb ik een hekel aan mezelf vandaag" zeiden en vervolgens een potje gingen zitten zwijgen, starend naar een beslagen spiegelwand waarin onze gezichten naar beneden leken te druipen als kaarsvet. "Het beste is eraf", besloten we en belandden in een lachstuip die ons uren in zijn klauwen zou houden.

Ik snap dat een mens geen cadeau is voor een ander - laat staan voor een partner - als hij tal van trauma's met zich meezeult of zo weinig emotionele grond onder de voeten heeft dat elke blijk van genegenheid los door 'm heen valt, zoals muntstukken in een defecte drankautomaat. Maar verder denk ik dat we ook zonder dure cursussen zelfcompassie best ons hart kunnen openzetten voor iemand. Mildheid voor een geliefde kan ons mildheid voor onszelf bijbrengen.

Mildheid voor een geliefde kan ons mildheid voor onszelf bijbrengen.

Natuurlijk lost een relatie niet alles op. Maar dat doet die soloreis naar India - met pluizig gevlochten haar op zoek naar je diepste zelf - ook niet. Wist je trouwens dat er niet zoiets bestaat als één vastomlijnd zelf? Dat zeggen ook psycholoog Lieven Migerode en filosoof Jan Drost in het artikel Opnieuw alleen : wie na een verbroken relatie worstelt met vragen als 'wie ben ik nog, zonder mijn ex?' of 'hoezeer ben ik mezelf wel niet kwijtgeraakt in die relatie?', staat er wellicht niet bij stil dat we sowieso altijd een versie van onszelf zijn, of dat nu een ongelukkige, zich aan een dominante partner aanpassende variant is of niet. Het zelf verschilt van situatie tot situatie, het hangt er maar van af wat voor licht erop schijnt of waar het tegenaan botst.

In dat verband vind ik de plicht om 'honderd procent blij te zijn met jezelf' al helemaal van de pot gerukt: mijn zelf van gisteren gaf ik maar dertig procent, dat van vandaag schopt het tot een ruime tachtig. Soms mis ik weleens een zelf uit het verleden. Maar ik kan het niet inruilen voor eentje van nu.

Als ik zelf een relatieboek zou moeten schrijven, zou ik zeggen: een relatie is als een huis, richt het vooral in zoals je het zelf wilt. Een toilet in de keuken? Als jullie het allebei prachtig en handig vinden, prima (oké, hygiënisch is anders, maar het gaat nu even om de metafoor). Zet het raam dagelijks eens open. Wees niet bang van een verbouwinkje op zijn tijd. En als het even kan, zorg voor a room of one's own. Want het is niet omdat je geen zelf hebt, dat je niet af en toe even op jezelf zou mogen zijn.