Dat er verkiezingen aankomen heb je vast niet gemist. Uiteenlopende politieke standpunten leveren stevige debatten en harde woorden op, maar 2018 voelde anders aan. Harder. IJskoud. Soms zelfs laag bij de grond. Ik keek met open mond naar hoe wij - van minister tot Jan en Jeanine met de pet - met elkaar omgaan. Links is plots een scheldwoord, net als ngo, gelukszoeker en vakantieganger. De linkiewinkies komen niet veel verder dan racist, poldernazi en 'de jaren dertig'. Iedereen die vragen stelt over onze migratiepolitiek is 'voor open grenzen', iedereen die het graag een beetje strenger wil een fascist. Kritische journalisten die uitspraken van politici factchecken, krijgen te horen dat ze niet object...

Dat er verkiezingen aankomen heb je vast niet gemist. Uiteenlopende politieke standpunten leveren stevige debatten en harde woorden op, maar 2018 voelde anders aan. Harder. IJskoud. Soms zelfs laag bij de grond. Ik keek met open mond naar hoe wij - van minister tot Jan en Jeanine met de pet - met elkaar omgaan. Links is plots een scheldwoord, net als ngo, gelukszoeker en vakantieganger. De linkiewinkies komen niet veel verder dan racist, poldernazi en 'de jaren dertig'. Iedereen die vragen stelt over onze migratiepolitiek is 'voor open grenzen', iedereen die het graag een beetje strenger wil een fascist. Kritische journalisten die uitspraken van politici factchecken, krijgen te horen dat ze niet objectief zijn, bladen die jongemannen van rechtse overtuiging interviewen wordt verweten dat ze een platform bieden aan foute ideeën. En nee, ik ben niet de enige die hoofdschuddend naar het scherm staart. Siegfried Bracke riep onlangs op zijn website op tot minder schelden, tieren en beledigen. Je ne suis pas fier, stelde hij. Ik ben vooral verbaasd, en was daarom oprecht blij met Van mening verschillen, het nieuwe boek van Ruben Mersch. 'De lijm die onze samenleving bij elkaar houdt, lijkt zijn kleefkracht te verliezen', schrijft hij, waarna hij op 143 pagina's uitlegt hoe het komt dat we niet goed zijn in van mening verschillen.Gesprekken over de vraag of chocolade lekker is lopen zelden uit de hand. Voor een ontspoord debat heb je onzekerheid en emoties nodig, schrijft Mersch. De kernuitstap, armoede of immigratie zijn onderwerpen waarbij de vraag wat moreel goed en fout is meespeelt. Het zijn ook onderwerpen die aan onze diepst gewortelde overtuigingen raken. Hoe je erover denkt, is gelinkt aan wie je bent. Daarom reageert ons brein bij dit soort discussies volgens Mersch hetzelfde als op een effectieve klap in het gezicht. Andersdenkenden zijn uiteraard slecht geïnformeerd, dom of door en door slecht. Want ik, ik ben uiteraard een goed geïnformeerd en intelligent mens. IJdel denken, noemt Mersch dat. We hebben dat nodig om ons zelfbeeld op peil te houden, maar het doet ons ook met een gekleurde bril naar de wereld kijken. In de grabbelton die de werkelijkheid is, zoeken we tot we bewijs vinden dat onze mening bevestigt en gooien we terug wat onze ideeën tegenspreekt. Voor twijfel is geen ruimte. Andere meningen tornen aan onze identiteit. Dat kwetst ons en maakt ons kwaad en dus schieten we in zelfverdedigingsmodus. Daarbij spelen we vaak op de man of vrouw in plaats van op de bal. Ons ijdel denken en vuil spel wordt bovendien erger als we in groep spelen, stelt Mersch. Dan wordt het wij tegen hen, neemt ons kudde-instinct het over en worden we steeds extremer. We gaan veralgemenen - 'het zijn allemaal zakkenvullers/profiteurs' -, schelden - 'leugenaar' - en zelfs ontmenselijken - 'laat ze verdrinken' - met als gevolg ranzige scheldpartijen waar niemand goed uit komt. Voor wie dat net als ik beu is, geeft Mersch gelukkig ook oplossingen. Besef dat je tegenstander net als jij denkt dat hij goed bezig is, bijvoorbeeld, en waarschijnlijk meer op jou lijkt dan je denkt. Of: stel vragen, dat is vaak effectiever dan wild met argumenten zwaaien. De vraag die ik me sinds het lezen van dit boek stel is: hoe ijdel denk ik?