Naar het schijnt laten hersenen zich makkelijk foppen: als ze een gezicht op een scherm zien, denken ze dat die persoon zich bij jou in de kamer bevindt. Zou het? Nog nooit heb ik tijdens Zoom-meetings het gevoel gehad dat mijn collega's en ik samen in een naar koffie ruikend zaaltje zaten te palaveren. Meer nog, hoe meer virtuele vergaderingen ik meemaak, hoe meer de mensen bij wie ik vroeger tijdens de lunch frietjes uit het bord pikte, veranderen in tweedimensionale animatiefiguren, elk in hun vierkantje, dat ik intussen al te goed ken. In het begin vond ik het boeiend om ze een voor een 'groot' te klikken, voor een beter zicht op hun hangpla...

Naar het schijnt laten hersenen zich makkelijk foppen: als ze een gezicht op een scherm zien, denken ze dat die persoon zich bij jou in de kamer bevindt. Zou het? Nog nooit heb ik tijdens Zoom-meetings het gevoel gehad dat mijn collega's en ik samen in een naar koffie ruikend zaaltje zaten te palaveren. Meer nog, hoe meer virtuele vergaderingen ik meemaak, hoe meer de mensen bij wie ik vroeger tijdens de lunch frietjes uit het bord pikte, veranderen in tweedimensionale animatiefiguren, elk in hun vierkantje, dat ik intussen al te goed ken. In het begin vond ik het boeiend om ze een voor een 'groot' te klikken, voor een beter zicht op hun hangplant, kat of vogelnestkapsel. Maar nu weet ik het wel, hoe iedereen erbij zit. Uiteindelijk zie ik overal diezelfde vlakke blik. De rek is eruit, we zijn moe. Als iemand polst hoe het weekend was, steken we een duim omhoog. Geen verhalen, en grapjes zijn ook al zo'n gedoe. Ik heb het één keer geprobeerd, maar mijn geluid stond toevallig af. Al zoomend zwem ik in een onderwaterwereld waar woorden de bodem niet raken. Ik schrik me suf als er plots een vraag wordt gesteld. 'Heeft iedereen de link in de mail opengekregen?' Blub. Mogelijk gaat het om de mail die ik op mijn vrije dag eens vluchtig heb doorgenomen, maar voor de zekerheid hou ik mijn hoofd doodstil. De baas heeft nog veertien andere kopjes om naar te kijken, daar valt vast een antwoord op af te lezen. 'Ik zie bij niemand een reactie, misschien is er een probleem met de verbinding...', klinkt het terneergeslagen. Hilarisch, maar ook tragisch: de eenzaamste van alle Zoom-hoofdjes is altijd het opperhoofd, degene die de kar van het gesprek voorttrekt als een boerenpaard op een koude Vlaamse akker. Ook in het onderwijs gaat dit op, heb ik gemerkt. Toen ik onlangs meeloerde naar een Zoom-les van mijn zoon, brak mijn hart al snel voor de docent, een man in coltrui die zijn les 'een debat' noemde en als thema de vraag opgooide of kunst emotie moet opwekken. Ik zag een meisje uitvoerig haar nagels bestuderen, twee gemaskerde kameraden grinniken om iets buiten beeld, en een jongen onder de kap van z'n hoody in het ijle staren - een joint als ontbijt, wordt dat gedaan? De leraar moedigde zijn pupillen aan: 'Zeg het maar hoor', en herformuleerde zijn vraag. Tot het moment gekomen was om de situatie fijntjes samen te vatten als 'het systeem moet nog een beetje op gang komen'. Het is tijd dat het stopt, deze treurnis. Het hele systeem moet worden omgegooid, voor de verbinding voorgoed wegvalt. Dus heb ik nagedacht. En kwam ik op het volgende idee: de Zoom-carrousel. Het principe is eenvoudig: op elk moment kan elke zoomende persoon in eender welke andere Zoom-sessie worden gegooid. Als een hond in een kegelspel die iedereen wakker blaft. Zo kan de jongen met de hoody tegen mijn baas zeggen: 'Ik klik geen links open tijdens mijne congé, bro.' Ik op mijn beurt zou in de kunstles vertellen hoe de nieuwe plaat van Spinvis me beroerde. De mogelijkheden zijn eindeloos. Hoe het technisch geregeld moet worden weet ik nog niet, maar één ding weet ik wel: het is niet altijd degene aan wie je de vraag stelt in het leven, die het antwoord geeft.