Het regent zachtjes buiten, maar in een uithoek van het internet lees ik dat het op Jupiter ammoniak hagelt. Het gras is lang niet altijd groener aan de overkant.
...

Het regent zachtjes buiten, maar in een uithoek van het internet lees ik dat het op Jupiter ammoniak hagelt. Het gras is lang niet altijd groener aan de overkant. Ik streel de kat en denk aan het café van gisteravond. Er was gelach en er waren kerngezonde vrouwen, 'een en al rondingen en glanzend haar, en, in zijn ogen, schijnbaar mooier dan hun leeftijdgenoten in een vroeger tijdperk ooit geweest waren.' Zo beschrijft Philip Roth dat in zijn roman Alleman, waar geen sterveling vrolijk van wordt. Een kerngezonde vrouw kwam naar mij toe om een gesprek aan te knopen. Ze zei, na het uitwisselen van enkele koetjes en kalfjes: 'Jij hebt toch wel reden om trots te zijn op wat je in het leven bereikt hebt.' Ik zei dat ik niet het type ben dat rap tevreden is. 'Ik heb al jong geleerd dat zelfs het mooiste zandkasteel niet tegen springtij is bestand.' Na het nuttigen van geestrijke dranken ontpop ik mij graag als een wijsgeer, zoals die per drie in de Aldi worden verkocht. Het werd toch nog een gezellige avond, waarop we politiek en virologen schuwden en nader tot elkander kwamen. Vanochtend voel ik mij van de weeromstuit enigszins bekaterd. Ik staar door het raam en luister naar Summertime Sadness. Aan de overkant van de straat maakt een man in een pak een hek open. Hij doet dat met een flair die laat vermoeden dat hij al vele keren eerder hekken heeft geopend. Ik besef dat ik nooit in mijn leven een hek heb bezeten. Plots lijkt mij dat aantrekkelijk, maar er lopen ragfijne demarcatielijnen door de mensheid: je hebt mensen met en zonder hek, mensen met en zonder boot, mensen met en zonder boomgaard, mensen met en zonder talent en mensen met en zonder platvoeten. Je hebt zelfs mensen met en zonder grenzen. Die laatste zijn de gevaarlijkste, maar ook veruit de spannendste. Om de een of andere reden voel ik mij tot ze aangetrokken, terwijl ik zelf begrensd ben als de dwergstaat Luxemburg. Je hebt ook mensen met en zonder liefde, en dat is misschien wel het belangrijkste. Het lijkt mij draaglijker om zonder hek dan zonder liefde oud te worden. De man met het hek rijdt weg in een zwarte personenwagen, waarvan de grille doet denken aan de tanden van een industriële broodsnijmachine. Het is zo'n auto waardoor een scoutsgroep gegrepen kan worden op een verlaten landweg. Ergens in cleane kantoren zitten designers die een bonus krijgen als het nieuwe model er agressiever uitziet dan het vorige. Ik haal mijn schouders op over bonussen en zet de vaatwasser aan, alsook de broodbakmachine. Ik doe daar ingrediënten in die zullen leiden tot een abdijbrood, 'rijk aan vezels'. Ik hou ervan de krant te lezen terwijl apparaten voor mij dingen reinigen en kneden. Ik hou van processen die gebeuren zonder dat je daar een poot naar moet uitsteken: zaden die ontkiemen, neerslag die valt, melk die stremt, bloemen die drogen en hartzeer dat wegtrekt. Buiten regent het nog steeds. Elvis zingt over achterdochtige geesten. De kerngezonde vrouw stuurt: 'Blijf je volgende keer slapen?' In een uithoek van het internet lees ik: 'Luister naar je vijf soorten eetlust.'