'Op een van de weinige foto's uit mijn kindertijd zie je mij heel geconcentreerd boven mijn blad gebogen. Ik tekende en mode heeft me altijd geboeid, als kind ontwierp ik al hele collecties. Na het middelbaar werd ik tot mijn eigen verbazing toegelaten op de Antwerpse Modeacademie. Dat eerste jaar was zwaar, want ik had nog nooit een naaimachine van dichtbij gezien. Maar ik slaagde, ook in mijn tweede jaar. Het derde jaar liep het fout en uiteindelijk heb ik mijn opleiding afgemaakt op het KASK in Gent. Ik begon aan een lerarenopleiding, maar mijn droom bleef mode en ik vond snel werk. Eerst in schoenenontwerp, daarna als productmanager en coördinator styling. Zorgen dat collecties in evenwicht zijn, de productie opvolgen, prijzen bekijken... superboeiend. Strategie bleek mijn ding, en ik mocht ook vaak reizen. Het was mijn droomjob.'
...

'Op een van de weinige foto's uit mijn kindertijd zie je mij heel geconcentreerd boven mijn blad gebogen. Ik tekende en mode heeft me altijd geboeid, als kind ontwierp ik al hele collecties. Na het middelbaar werd ik tot mijn eigen verbazing toegelaten op de Antwerpse Modeacademie. Dat eerste jaar was zwaar, want ik had nog nooit een naaimachine van dichtbij gezien. Maar ik slaagde, ook in mijn tweede jaar. Het derde jaar liep het fout en uiteindelijk heb ik mijn opleiding afgemaakt op het KASK in Gent. Ik begon aan een lerarenopleiding, maar mijn droom bleef mode en ik vond snel werk. Eerst in schoenenontwerp, daarna als productmanager en coördinator styling. Zorgen dat collecties in evenwicht zijn, de productie opvolgen, prijzen bekijken... superboeiend. Strategie bleek mijn ding, en ik mocht ook vaak reizen. Het was mijn droomjob.' 'Als anglofiel trok ik met mijn gezin regelmatig naar Engeland. In april 2016 waren we in Devon en op de laatste dag wilden we naar Wistmann's Wood, een klein stukje oerbos in Dartmoor waar al duizenden jaren niets echt veranderd is. Vogue heeft er ooit een fotoreportage gemaakt en ik had gelezen dat het niet alleen indrukwekkend, maar ook een beetje mysterieus was. Het weer was niet ideaal toen we aan een T-kruispunt kwamen waar we moesten kiezen: terug naar ons hotel of richting Wistman's Wood. 'Laat ons toch eens gaan kijken', zei mijn vriend. We wandelden door glooiende velden, maar toen we bijna aan het oude eikenbos waren, begon het stevig te hagelen. Met mijn dochter van acht erbij was ik er niet gerust op, dus keerden we terug. Ik draaide me om, gleed uit op een gladde steen en hoorde bij mijn landing iets knakken. Een breuk, dat was duidelijk, ik kon niet meer stappen. De dichtstbijzijnde weg was drie kilometer ver. Een jong koppel belde een ambulance voor ons en wandelde terug naar de weg om aan te wijzen waar ze me konden vinden. Ik zag van op mijn heuvel de ambulance een paar keer passeren, maar het duurde meer dan een uur voor de eerste hulpverlener kwam aangestapt. Onrustwekkend, als je in de regen op een steen ligt. De helikopter kon me niet helpen, daar was het te slecht weer voor. De man wandelde een halfuur terug naar zijn ambulance en kwam na een uur terug met een paar collega's. Ze zetten een tent om me heen om onderkoeling te voorkomen, want het was ondertussen amper 3°C. Ik was niet in paniek, ik wist dat het maar een gebroken been was, maar toen de zon er weer doorkwam, dacht ik: dit is geen slechte plek om je enkel te breken. Na een uur of vier werd ik met een soort quad van de heuvel geëvacueerd, waarna het met de ambulance naar Plymouth ging. De scan toonde een gebroken enkel, ik kreeg een voorlopig gipsverband aan en zo reden we naar huis. In Antwerpen kreeg ik een ander gips en ging ik carpoolend met een collega drie dagen per week weer naar het werk.' 'Even een gips, dacht ik, maar na drie weken had ik nog altijd veel pijn in mijn enkel, niet gebruikelijk bij zo'n breuk. De dokter wuifde mijn opmerkingen weg, maar toen ik na zes weken een stapgips kreeg, had ik nog zo veel pijn dat ik niet kon stappen. Ik wist dat er iets niet klopte, en bij een scan in een ander ziekenhuis zag de arts dat de eerste dokters een zware breuk niet gezien en dus ook niet gezet hadden. Na een operatie en een paar schroeven in die enkel, moest ik weer zes weken in het gips. Na een paar dagen rust ging ik weer aan de slag, in een rolstoel, maar na een tijdje kreeg ik een branderig gevoel in mijn voet, zoals bij een ontsteking. De orthopedist zei dat het tussen mijn oren zat, het gips bleef zitten en ik trok zelfs nog naar Rock Werchter in mijn rolstoel. Toen het gips er eindelijk af mocht, volgde kinesitherapie. Het branderige gevoel bleef, mijn voet was dik en rood en ik kon nog altijd niet stappen. Abnormaal na een enkelbreuk, en ook de kine hielp niet. In mijn rolstoel trok ik met mijn gezin op vakantie naar Montenegro, waar ik niets anders kon doen dan bij het zwembad zitten. Ik had uiteraard mijn symptomen al gegoogeld en die kwamen overeen met het syndroom van Sudeck of Complex Regionaal Pijnsyndroom. Mijn arts veegde mijn zorgen van tafel, maar ik ontdekte bij het hotelzwembad dat er een tot drie stadia zijn. Stadium 2 gaat gepaard met haargroei op de bovenkant van de voet en toen ik zag dat ik dat had, panikeerde ik en wilde ik zo snel mogelijk naar huis. Ook omdat ik ondertussen wist dat Sudeck, eenmaal in stadium 2, zeer moeilijk te genezen is en tot blijvende invaliditeit en chronische pijn kan leiden. Dat idee jaagde me angst aan, en ik wist dat het ondertussen vijf voor twaalf was. Online vond ik een professor die in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen onderzoek deed naar Sudeck. Die man was categoriek: dat was wat ik had. Een botscan bevestigde de diagnose. De oorzaak was waarschijnlijk de breuk gevolgd door een te lange immobilisatie door opeenvolgende gipsverbanden.' 'Voor de behandeling moest ik eerst een week aan een infuus in het ziekenhuis, gevolgd door hydro-kine. Acupunctuur hielp tegen de pijn, maar ook het gevoel van isolement was moeilijk. Ik bleef de hele tijd werken, en na een dag op kantoor was er mijn gezin en drie uur revalidatie. Ik had het gevoel een robot te zijn, maar wilde absoluut mijn job niet verliezen. De eerste behandeling werkte niet, maar mijn kinesist deed gelukkig mentaal wonderen. Zijn positiviteit gaf me energie en ik kreeg een tweede behandeling.Toen werd ik ontslagen, de dag voor mijn laatste botscan. Niet omwille van mijn ongeluk, wel omdat het bedrijf gereorganiseerd werd. Een zware mentale klap die me verplichtte om aan zelfreflectie te doen. Ik was vierenveertig, en na twintig jaar met hart en ziel in de modesector gewerkt te hebben moest ik beslissen wat ik met mijn leven wilde doen. De laatste botscan toonde meer dan een jaar na het ongeluk eindelijk vorderingen. Ik had nog pijn en zat in een rolstoel, maar na een paar maanden kon ik met krukken lopen. Ondertussen stap ik weer. Het laatste deel van mijn revalidatie was het weghalen van de bouten in mijn voet. Ik was doodsbang, want een operatie kan de Sudeck weer doen opflakkeren, maar het liep goed, ook dankzij de begeleiding van de pijnkliniek. De pijn is zo goed als weg, maar ik kan niet alles zoals voor het ongeluk. Ik loop meestal op sneakers en draag steunzolen, maar ik kan wel een hele dag rechtstaan als het moet. En het moet.' 'Ik had jaren geen potlood meer vastgehad en niet getekend of geschilderd. Twee jaar voor mijn ongeluk kreeg ik op een werkseminarie de vraag wat ik in de toekomst nog wilde bereiken. Mijn antwoord kwam snel: tekenen en schilderen. Op die vakantie in Montenegro bracht ik veel tijd door met een schilder die portretten maakte aan het zwembad, en ook dat wakkerde mijn zin aan. Ik had gelezen over schildercursussen in Cornwall en schreef me in voor de St. Ives School of Painting. Ik reed twee dagen in de striemende regen naar Zuid-Engeland, maar in de kunstenaarskolonie St. Ives scheen de zon en groeiden er zowaar palmbomen. Mijn Airbnb bleek geweldig en had een fantastisch uitzicht. Het was liefde op het eerste gezicht. Liefde voor het stadje, de zee en het spectaculaire licht dat constant verandert, maar ook voor het schilderen. Ik volgde de hele dag les, ging 's avonds nog naar modeltekenklassen, en leerde snel ontzettend veel bij.In mijn klas zat een professionele kunstenares met wie het klikte, en ze vroeg me op een dag: 'Inge, wat ga jij nu doen?' Die vraag kwam heel hard binnen. Kon ik iets wat ik al twintig jaar met veel liefde deed loslaten? De volgende ochtend was het duidelijk: ja. Ik zou gaan lesgeven. Er was geen weg terug. Ik heb het gevoel dat ik mezelf in St. Ives teruggevonden heb. Terug thuis heb ik gesolliciteerd. Ik vond interimjobs tot in juli. Die eerste school was een echte vuurdoop, tot gevechten in de klas toe, maar ik wist meteen dat dit is wat ik wil doen: mijn passie overbrengen. Het is een soort roeping. Wat er ook gebeurt op school, de voldoening van het contact met die leerlingen, zien wat voor geweldige dingen ze produceren en wat jouw uitdagingen met hen doen, dat is schitterend. Mijn doel is om een zaadje te planten dat ze meedragen. Jongeren hebben nog een soort onbevangenheid, en het is mijn taak om hun verbeelding te voeden. Als hun opdrachten binnenkomen en ik ze een voor een bekijk, ben ik oprecht nieuwsgierig naar en opgewonden over wat er gaat komen. Ze verrassen me elke dag. Ik heb één leerling die zes maanden geblokkeerd was, maar vandaag is ze opgebloeid, loopt ze over van ideeën en tekent ze ruimtetuigen in pluche. Dat geeft voldoening. Ik ben vrij introvert, maar uit mijn leerlingen put ik energie. Ik ben voor elke les nog nerveus omdat ik in die vijftig minuten het beste van mezelf wil geven zodat ze hun tijd niet verspillen. Ik probeer mijn leerlingen uit te dagen, maar de meesten stellen dat op prijs. Eentje zei onlangs: 'Hier mag ik echt out of the box denken.'' 'De schoonheid is er. Ik leer hun kijken, maar zij brengen me ook veel bij. Dat is wat kunstenaars doen: in de gewoonste, onbenulligste dingen iets moois zien. In de mode moest alles snel snel gaan, er was geen tijd om te gaan zitten en te kijken. Nu heb ik die tijd wel. Daarom is het zo pijnlijk dat de uren van de kunstvakken verminderen. Onze verbeelding zal in de toekomst alleen nog maar belangrijker worden. Problemen oplossen, verbindingen zien, strategieën bedenken... daar heb je creativiteit voor nodig. Het is een van de weinige dingen die je niet kunt automatiseren, en dus is daarop besparen een dom idee. Kunst is noodzakelijk, het geeft betekenis aan ons leven. En lesgeven voelt echt juist aan. Het laatste jaar schilder ik ook. Ik heb nog maar net mijn stijl en thema gevonden, het moet nog groeien. Mijn werken zijn kleurrijk, ze gaan over isolement en samenzijn. Ik ben ook geboeid door de levensverhalen van kunstenaressen als Vanessa Bell en Leonora Carrington. En ja, ik wil ooit exposeren. Die ambitie heb ik. Daarom zit ik elk vrij moment achter mijn ezel. De drang is er. Ik weet nog niet wat mensen van mijn werk vinden, maar ben doordrongen van kunst. Ik ga tot mijn dood schilderen, maar ben ik daarom een kunstenares? Misschien. Ik haal er wel kracht uit, en energie. En vervelen doe ik me nooit, want er is altijd de kunst. Dat heb ik in St. Ives beseft.'