Soms beland je toevallig in de buurt van de plek waar je je jeugd hebt doorgebracht. Je hoopt dan een glimp van die zonovergoten wereld op te vangen, terwijl je nu gewoon ook eerst de buienradar kunt checken.
...

Soms beland je toevallig in de buurt van de plek waar je je jeugd hebt doorgebracht. Je hoopt dan een glimp van die zonovergoten wereld op te vangen, terwijl je nu gewoon ook eerst de buienradar kunt checken. Ons dorp onderscheidde zich in weinig van andere dorpen. We hadden de schaatspiste, die was vernoemd naar een land in Noord-Europa. We hadden de SupraBazar, waar bijna alles te koop was wat door mensen gemaakt werd. En we hadden Vanessa, die zich bij de elektriciteitscabines door de grote jongens liet betasten. Ik had altijd spijt dat ik een paar jaar te laat geboren was. De vakanties bracht ik door met mijn ouders, maar tijdens het schooljaar woonde ik in een gelijkvloers appartement bij mijn oma en opa. Onze bovenbuurman droeg een stoffen klak boven op de 'vleesklak' die hij sowieso al van nature had. Hij heette Modest en genoot van zijn pensioen door vele uren per dag groene St Michel te zitten roken. Dat deed hij op een stoel die hij achterstevoren op zijn balkon neerpootte. Op het pakje van de sigaretten stond een vergulde aartsengel. Die pookte nonchalant met zijn spies in een duivel die ook verguld was. De duivel lag op de grond. Hij had vlerken als een vleermuis, en leek met de toestand best wel in zijn sas. De elektriciteitscabines zijn er nog, maar Vanessa laat zich er niet langer bepotelen. Er staan grijpkranen die de grond zijn komen openrijten. Hier en daar ligt aarde op hopen, zo zwart dat het je niet zou verbazen mocht je er een spierwitte knook in aantreffen. Ons appartement staat leeg, zodat ik ongegeneerd naar binnen kan kijken. De muren zijn kaal. De tapis-plain is spoorloos verdwenen. De kamers zijn ontzield en meer benepen dan ik ze mij herinnerde. Tegen het raam kleeft een vieze smurrie. Op de grond liggen kapotte schalen van eieren waarmee de ruit klaarblijkelijk is bekogeld. Ik weet niet wie hier woonde of wat die heeft mispeuterd, maar alles wijst erop dat iemand daar niet zo gelukkig mee was. De moestuin van mijn grootvader is overwoekerd met onkruid, maar hoog aan de hemel ronken nog altijd sportvliegtuigjes. Dat geluid maakte mij al weemoedig toen ik nog niets had om weemoed naar te voelen. Het is vreemd wat er door je hoofd gaat als je de keuze hebt uit vijftien jaren vol herinneringen. Ik denk aan de appelboor waarmee mijn grootmoeder klokhuizen uitstak. Ik proef nog de suiker die op de beignets lag. Aan de muur hangt een lamp die ik herken. Het treft mij als een slag onder de gordel. Ik herinner mij hoe grootvader ze monteerde met het nodige gesukkel. Wisten wij veel dat dat goedkope ding van de SupraBazar het laatste zou zijn dat standhield in de flat. De ijspiste is inmiddels ter ziele gegaan, de SupraBazar heeft ook betere tijden gekend. Ik las in de krant: 'Familie verslikte zich in champagne toen ze hoorden dat de speurders binnenvielen.' De zaak zit nu bij de onderzoeksrechter. Met meer dan honderd miljoen euro gaat het mogelijk om de grootste fiscale fraude van het land. Modest is jaren geleden in rook opgegaan. De groene St Michel verdween uit het straatbeeld en van zijn balkon. 'Niet voor broekventen' bleek niet future proof als reclameslogan.