'Ik voel geen haat tegenover de moordenaars van mijn dochters'
...

'Het Israëlisch-Palestijns conflict is al decennia aan de gang. Zelf werd ik geboren in een vluchtelingenkamp in Gaza met Israëlische gevechtsschepen en helikopters aan de horizon, overal verwoeste gebouwen en een gebrek aan alles, van vers fruit tot olie om te koken. De heftige onderdrukking van de Palestijnen beïnvloedt elk aspect van het leven in de Gazastrook, toch probeerde ik er ondanks de extreme armoede waarin ik opgroeide het beste van te maken. Ik denk dat ik die houding te danken heb aan een aantal bijzondere leerkrachten die als kind potentieel in mij zagen.Ik studeerde geneeskunde en specialiseerde mij in koppels met vruchtbaarheidsproblemen. Ik was de eerste Palestijnse arts die aan de slag ging in een Israëlisch ziekenhuis. Geneeskunde kent voor mij geen grenzen. Toch was dat bijzonder, niet alleen omdat ik als Palestijn Hebreeuws moest leren om mijn Joodse patiënten goed te verstaan. Ook omdat ik dagelijks de grensposten van Israël voorbij moest, waar je soms uren werd vastgehouden en nooit zeker wist of de grens wel zou opengaan.Oorlog en politiek beheersten het dagelijkse leven, maar op professioneel en persoonlijk vlak had ik het best goed. Samen met mijn vrouw kreeg ik acht kinderen, twee zonen en zes dochters. Telkens als het Israëlische leger zijn bombardementen op Gaza begon en de granaatscherven boven ons hoofd vlogen, sliepen we allemaal in dezelfde kamer. Een paar kinderen bij de ene muur en een paar bij de andere muur. Als we dan getroffen zouden worden, was ons gezin niet helemaal uitgeroeid. Op 16 januari 2009, drie maanden nadat mijn vrouw overleden was aan leukemie, lagen mijn drie oudste dochters bij de verkeerde muur toen een Israëlische raket op ons huis insloeg.Ik wil geen sympathie voor mijn familietragedie. Ik voel geen haat of woede tegenover de moordenaars van mijn dochters en beschouw hen niet als monsters. Ik weet dat hun daden voortkomen uit onzekerheid, angst en dwaasheid. Om mijn dochters te eren, richtte ik Daughters for Life op, een stichting waarmee ik jonge meisjes uit het Midden-Oosten wil laten studeren aan westerse universiteiten. Ik geloof sterk dat geëmancipeerde vrouwen een grote invloed kunnen hebben op de maatschappij en een belangrijke sleutel kunnen zijn in de verzoening tussen Israëli's en Palestijnen. Een diploma is je paspoort en je reddingsvest in het leven.Uiteraard mis ik mijn dochters verschrikkelijk. Als ik veertig minuten over hen praat, voelt mijn lichaam aan alsof het dertig uur zware fysieke arbeid heeft verricht. Ik heb de daders vergeven, maar zal mijn dochters geen moment vergeten. Het heeft echter geen zin om te blijven hangen in woede en verdriet. Ik wil en moet vooruit. Sinds kort woon en werk ik in Toronto, Canada, met mijn vijf andere kinderen. Ik begroet hier mijn buren en maak met hen een praatje aan de lift, ook al zien ze er anders uit dan ik. Het zijn de mensen die geografisch, fysiek en sociaal het dichtst bij mij staan, veel dichter dan familie, en die mij kunnen helpen indien nodig. Ik wil hen leren kennen en geloof echt dat het leven veel gemakkelijker is als je nieuwsgierig bent naar de ander. De coronacrisis laat ons zien wat afstand en isolatie voortbrengen: niet veel goeds. Ik wil leven in een wereld zonder grenzen.Het enige dat echt pijn blijft doen, is dat ik twaalf jaar later nog steeds geen excuses kreeg van de Israëlische overheid. Op 16 december word ik in de rechtbank verwacht voor een officiële uitspraak in dit dossier. Als de Israëlische regering haar verantwoordelijkheid neemt, dan betaalt ze smartengeld en biedt ze mij haar excuses aan. Die som zou ik geven aan Daughters for Life, dat in november haar internationale hoofdzetel kreeg in België, een land waar ik veel warme contacten heb sinds mijn studietijd. Ik hoop echt dat de Israëli's hun verantwoordelijkheid nemen, zo kunnen ook zij vooruit in het leven.''Op mijn elfde zijn mijn ouders gescheiden. Mijn vader had een alcoholprobleem en daardoor ook een agressieprobleem waar moeder vaak het slachtoffer van was. Uit veiligheid voor haar vijf kinderen is mijn mama bij hem weggegaan. Ze was toen zwanger van mijn kleinste zus, die twaalf jaar jonger is dan ik. Omdat mijn vader niet naar ons omkeek en mama er niet in slaagde om in haar eentje rond te komen, zaten we thuis geregeld zonder elektriciteit of verwarming. Vaak aten mijn broer, zussen en ik op school droge cornflakes als lunch. Geregeld gingen we bij de buren slapen of douchen, als thuis het gas weer eens was afgesloten. Het was de buurvrouw die de jeugdbescherming op de hoogte bracht van onze situatie.Toen ik veertien was, net na mijn examens, zijn we in een pleeggezin geplaatst. Dat gebeurde op 16 december, ik herinner het mij nog goed. Ik was kapot van verdriet, vooral omdat ik afscheid moest nemen van mijn jongste zus, die toen twee was. Zij werd opgenomen in de leefgroep van een jeugdcentrum. Ik had twee jaar voor haar gezorgd, zij was mijn buddy, de eerste persoon in ons gezin met wie ik echt close was. Door onze scheiding liep ik een hechtingstrauma op, iets wat veel pleegkinderen hebben. Maar volgens mijn psycholoog heb ik verschillende trauma's. Er was die keer dat ik als elfjarige mijn moeder redde van een CO2-vergiftiging. Ik heb mijn buurjongen uit een raam zien vallen en verschillende suïcidepogingen meegemaakt, ook van mijn beste vriend. Het gevolg is dat ik 's nachts, als ik slaap, mijn emoties niet meer kan verwerken. Ik probeerde al EMDR-therapie, maar die was zo zwaar dat ik het opgaf. Een jaar therapie zou niet genoeg zijn om te verwerken wat ik heb meegemaakt.De opname in een pleeggezin was enerzijds een opluchting. Ik dacht eindelijk hetzelfde leven te krijgen als mijn klasgenoten. Ik was ook blij dat ik samen mocht blijven met een van mijn andere zussen. Anderzijds voelde het raar om niet meer bij mijn moeder te zijn. Op school durfde ik niets te vertellen, ik wilde geen medelijden. Mijn moeder bleef ik om de twee weken zien, tot het emotioneel te zwaar werd. Ik voelde woede en verdriet omdat ik geen normale jeugd had. Aan de jeugdrechtbank vroegen mijn zussen en ik om het contact met onze moeder tijdelijk te verbreken. Ik heb haar een jaar niet gezien.Helaas kon ik ook mijn pleeggezin niet als een veilige plek ervaren. Mijn pleegmoeder begon ook slecht te praten over mijn oma en moeder. Eerst geloofde ik haar, tot ik ernaar begon te verlangen om weer contact te hebben met mijn moeder. Ik heb er tenslotte maar één, waarom zou ik haar blijven wegduwen? Toen ik op een dag werd aangereden door een auto, belde ik niet mijn pleegouders op, maar mijn moeder. Die liet alles vallen en kwam naar het ziekenhuis. Dat betekende heel veel voor mij. Ze vertelde hoeveel spijt ze had van wat ons overkomen was en sindsdien is onze band weer beginnen te groeien. Toen ik alleen ging wonen, heb ik veel steun gehad aan mijn moeder. Ik heb haar vergeven voor wat ons is overkomen omdat ze nooit kwade intenties had. Ik besef dat ze zichzelf ook vaak wegcijferde voor haar kinderen, maar de middelen niet had om uit de vicieuze cirkel te breken. Ik heb ook mezelf vergeven. Ik heb lang een schuldgevoel gehad en gedacht dat ons gezin bijeen had kunnen blijven als ik beter voor mijn zussen had gezorgd.Ik weet dat ik er nog niet ben, maar ik ben vastberaden om iets van mijn leven te maken. Ik wil graag in de jeugdzorg werken en was blij toen ik de jaarlijkse Prijs van de Jeugdhulp won voor een toolbox die ik samen met andere pleegkinderen had ontworpen om jongeren beter voor te bereiden op hun eerste verschijning bij de jeugdrechter. Soms denk ik dat ik voor geen geld een normaal leven had willen hebben. Ik zou niet staan waar ik nu sta. Mijn levenservaring geeft me zoveel kracht.''Ik leerde Julie tien jaar geleden kennen in het nachtleven. Twee weken later waren we een koppel. Al moet ik eerlijk zijn: ik zat toen ook met een ander meisje in mijn hoofd. Eigenlijk kun je de eerste vijf jaar van onze relatie samenvatten als een verhaal van aantrekken en afstoten, bedrog en zwaar uitgaan. Ik voelde wel dat Julie bij mij paste, maar aan zelfreflectie had ik nog nooit gedaan. Bij alles wat misliep, had ik de neiging de schuld bij haar te leggen.We deden een aantal typische pogingen om onze relatie te redden. We kochten samen een appartement. Vervolgens besloten we te trouwen. Voor de buitenwereld was onze trouwdag een geweldig feest, maar precies dertig dagen later vertelde Julie dat ze wilde scheiden en verliefd was op een andere man. En hoewel ik trouwen geen goed idee had gevonden, viel ik volledig uit de lucht.Niet wetende hoe ik de zoveelste breuk aan vrienden en familie moest uitleggen, wentelde ik mij in de slachtofferrol. Pas later, door therapie, heb ik beseft dat je samen verantwoordelijk bent voor wat wel en niet loopt in een relatie. Mijn wispelturigheid had Julie erg onzeker gemaakt en eigenlijk heeft zij de moed gehad om uit een toxische relatie te stappen.Na de breuk ben ik gecrasht. Opgekropte emoties kwamen allemaal naar boven. Op aanraden van mijn therapeut ben ik toen alleen op reis gegaan. Het idee om iets in mijn eentje te doen, maakte me erg ongemakkelijk. Ik was altijd van de ene relatie in de andere flirt gerold. Het was nodig om door dat ongemak te breken.Het jaar daarop zag ik Julie enkel bij de notaris. Bij onze laatste notarisafspraak, om de scheiding af te ronden, gaven we elkaar een knuffel. Zo eentje waarbij je elkaar nét iets te lang vastpakt. Het toeval wil dat we daarna allebei geregeld gingen zwemmen met een gemeenschappelijke vriendin. Op Valentijnsdag dachten Julie en ik allebei dat we baantjes gingen trekken met die vriendin, maar we troffen elkaar in het zwembad, dat voor de gelegenheid verduisterd was, met op de achtergrond romantische muziek. Erg ongemakkelijk, maar op de parking raakten we daarna weer aan de praat. Die avond hebben we urenlang écht gepraat. Ook over wat we sindsdien over onszelf geleerd hadden.De aantrekking tussen ons was er duidelijk nog en de maanden nadien zijn we in stilte opnieuw beginnen te daten. Toen we weer samen waren, durfde ik het amper aan mijn ouders te vertellen. Het is pas sinds de geboorte van onze zoon, die twee is, dat onze omgeving echt ziet en gelooft dat het deze keer anders is. We zijn intussen ook hertrouwd en verwachten een tweede kindje.Het is moeilijk om relaties te hebben zonder regelmatig vergevingsgezind te zijn. Mijn zoon vergeef ik voortdurend. Als hij boos of onredelijk is, weet ik dat hij waarschijnlijk gewoon moe is of honger heeft. Diezelfde inzichten probeer ik ook toe te passen op mezelf en mijn vrouw. We hebben elkaar onze stommiteiten vergeven, maar ik vind ook dat we die fouten mochten maken. De belangrijkste les is voor mij geweest om eerlijk te zijn over wat ik wil en bij elke discussie ook mezelf in vraag te durven stellen.'