Hoe behendig je de kieren ook afdicht met tochtstrips en tochthonden, soms sijpelt er op één dag meer nieuws naar binnen dan goed voor een mens is.
...

Hoe behendig je de kieren ook afdicht met tochtstrips en tochthonden, soms sijpelt er op één dag meer nieuws naar binnen dan goed voor een mens is. Roger Moore is gestorven, de dag nadat MI5 een bomaanslag niet kon verijdelen tussen roze ballonnen. Het Groot Dictee hangt de pen aan de wilgen. De mens zou zich dan toch niet vanuit Afrika over de rest van de wereld verspreid hebben. Hoeveel dingen zijn er onwaar die je een leven lang voor waar hebt aangenomen? De oerknal, bijvoorbeeld. Leuk verhaaltje voor in de kinderkamer - zullen ze later waarschijnlijk vinden. 'Trump wil zich terugtrekken uit het klimaatakkoord van Parijs', lees ik links en rechts. Maar ook: 'Belgische wetenschappers vinden apparaat uit dat de lucht zuivert en tegelijk energie opwekt.' Niemand die echt weet welke trend er zal winnen. Voor het geval het alsnog goed komt, neem ik zo vaak mogelijk de fiets en spoel het toilet met regenwater. Het blijft dansen op het slappe koord: normaal doen in een wereld waarin de waanzin zich ophoopt. Een bezoek aan de kapper vermag doorgaans rust te brengen. Ik heb altijd gehouden van de lotions met geheimzinnige kleuren en van de stoel die gezwind naar omhoog wordt gepompt. Het haar dat mij, bijeengeveegd, het gevoel geeft dat wij allemaal mensen ondereen zijn, met hartstochten die hun eigen weg gaan. Vroeger heette de coiffeur Eddy of Marcel; hij parfumeerde zich met Old Spice of Aqua Velva. Nu zijn mijn kappers hipperds. Er staat een motorfiets in hun etalage, om onduidelijke redenen. Binnen speelt Fear of the Dark van Iron Maiden. Je kunt aan een glas Jack Daniels nippen terwijl je bakkebaarden getrimd worden. Ook het praatje gaat wat dieper dan de weersgesteldheid. De kapper meldt mij dat hij bij de keuze van zijn kleren kleuren schuwt, en alleen zwart draagt in diverse gradaties. Dat bevalt mij; ik hou van principes die het leven vereenvoudigen. We praten over onze respectievelijke jobs. Ik mompel dat ik columnist ben. De medeklinkers gaan verloren in het gezoem van de tondeuse, hij verstaat dat ik iets doe 'bij een minister'. We hebben het over de tatoeages waarmee zijn armen bezaaid zijn. Hij klaagt erover dat die hem het leven zuur maakten, bij een recente trip naar de hoofdstad. 'Zijn tattoos dan niet algemeen aanvaard tegenwoordig?' Dat dacht hij ook. 'Tot we in de metro door zo'n stuk of tien jonge gastjes omringd werden. Ze slingerden mijn vriendin van alles naar het hoofd. Nog een geluk dat ik geen Frans spreek, anders had ik mij misschien wel laten uitdagen.' 'Maar waarom vielen ze jullie lastig?' wil ik weten. Hij werpt mij een donkere blik toe in de spiegel. 'Ik heb mij laten vertellen dat tattoos onrein zijn', zegt hij. 'Ach zo', doe ik enkel. Haram en halal; er valt niet aan te ontkomen. Soms word ik moe van de sluipwegen die toch altijd weer naar dat grote wereldnieuws leiden. Ik wil over koetjes en kalfjes kunnen babbelen, zonder het te moeten hebben over de onverdoofde slachting. 'Mij zien ze daar niet gauw meer terug', zegt de kapper. Hij heeft voor een tijdje zijn buik vol van thehellhole. Buiten brandt de zon in mijn nek, waar de haartjes zijn opgeschoren en zo lekker tegenstribbelen. Veel reiner dan dat kan het niet worden. Verderop is een rommelmarkt aan de gang. Met een oude telefoon in de hand, zie ik een man de werking van een kiesschijf aan zijn zoontje uitleggen. "Zo deden we dat", hoor ik hem met verzaligde blik zeggen. Hij steekt zijn vinger in het gaatje van de nul en laat de schijf grijnzend terugratelen. Zo deden we dat. Toen de wereld nog een simpele plek was.