'Compleet van alles weg zijn vind ik een aangenaam gevoel. Dit atelier is mijn grote luxe. Een domein dat helemaal van mij is, een wereld op zich waar alles kan blijven liggen tot ik er iets mee doe. Soms zeg ik thuis 'ik ga even iets halen' en dan blijf ik drie uur weg. Het is sterker dan mezelf. Een drang. Ik maak kunst omdat ik vind dat iets er moet zijn. Als ík het niet maak, maakt niemand het. Ik kom binnen, ik steek het licht aan en het begint. Het werk neemt het over. Wat ik ook doe, is muziek opzetten. Meestal dingen die niet te ritmisch zijn, improvisatie, zachte jazz of muziek van vrienden. Die muziek is er ook om de straat niet te ...

'Compleet van alles weg zijn vind ik een aangenaam gevoel. Dit atelier is mijn grote luxe. Een domein dat helemaal van mij is, een wereld op zich waar alles kan blijven liggen tot ik er iets mee doe. Soms zeg ik thuis 'ik ga even iets halen' en dan blijf ik drie uur weg. Het is sterker dan mezelf. Een drang. Ik maak kunst omdat ik vind dat iets er moet zijn. Als ík het niet maak, maakt niemand het. Ik kom binnen, ik steek het licht aan en het begint. Het werk neemt het over. Wat ik ook doe, is muziek opzetten. Meestal dingen die niet te ritmisch zijn, improvisatie, zachte jazz of muziek van vrienden. Die muziek is er ook om de straat niet te horen. Naar hier komen is al een stap zetten. Ik heb thuis ook een atelier, een bureau met een bibliotheek en archief. Daar kan ik eindeloos aan de computer werken, rechtstreeks uit mijn bed. Die plek werkt in het verlengde van mijn dromen. Om naar hier te komen moet ik naar buiten, ik heb al mensen gezien en ben terug in de wereld. Dit atelier heeft niet bepaald een emotionele waarde, het is mijn werkplek. Een vacuüm, hier werk ik weer met het echte. Als ik alleen aan de computer zou werken, werd ik zot, ik moet met mijn handen werken. De computer vreet tijd en hier maak ik tijd. Maar dat hou ik maar drie uur per dag vol, want ik word er te opgewonden van. Opgefokt, eigenlijk. Het gaat ook maar een tijdje echt goed. Ik heb altijd heel hard gewerkt, dat wel. Het is mijn manier van om te gaan met mijn leven. Door te werken, kan ik me niet overgeven aan negatieve gedachten. Het heeft twee jaar geduurd voor ik hier mijn draai vond. Deze plek moest eerst een deel van mij worden voor ik echt kon creëren en goed werk maken. Hier stond niets, ik heb het geheel zo aangekleed dat het een soort mandala werd, waarbinnen ik kan werken. In mijn souterrain heb ik alles verzameld wat daarvoor verspreid was in kelders en op zolders. Eigen werk, maar ook materiaal waar ik ooit iets mee wil doen. Ik heb onlangs een stapel doorschijnende pvc-platen gekocht. Ik wou er direct van alles mee maken, maar zo werkt het niet. Alles moet rijpen. In het beste geval is dit atelier leeg tegen dat ik dood ben: al het werk verspreid, verkocht of ingeruild en al het materiaal opgebruikt. Dat vind ik een aangenaam idee. Iets maken in de intimiteit van je eigen wereld is een belangrijk stadium van het proces. Dit is een veilige plek en ik heb niet graag dat hier veel volk binnenkomt. Als ik heel goed bezig ben, is het oké, maar als ik aan het twijfelen ben, is het onaangenaam. Door de blik van de ander op mijn werk, kijk ik mee door die ogen en verandert ook mijn blik. Ik pas daarmee op. Ik heb ook niet graag dat mijn man Danny hier komt als ik er niet ben. Dat gebeurt weleens, als hij materiaal ophaalt bijvoorbeeld. Als ik weer binnenkom, heb ik graag dat alles compleet hetzelfde is zoals ik het heb achtergelaten. Ik zie mezelf niet stoppen met werken, ooit. Ik ben het gelukkigst op het moment dat ik dingen maak of als ik kijk naar werk dat ik net gemaakt heb. Bij elke grote tentoonstelling denk ik: ik heb genoeg gedaan. Dit is de laatste keer. Maar dat is het nooit.'