Ik heb altijd zelfvertrouwen gehad. Rond mijn zestiende geloofde ik al dat het met dat schrijven van mij iets kon worden, anders dan met mijn gitaarspel of de Kamagurka-achtige strips die ik tekende. Met name mijn moeder, zelf een getalenteerde edelsmid, steunde mij openlijk in mijn ambitie. Tegelijk leerde ze me bijvoorbeeld dat ik in het leven niet alleen mocht vertrouwen op mijn hoge grappenmakersgehalte. Ik ben haar en mijn vader dankbaar dat ze mij ondanks hun huwelijkscrisissen - mijn vader had sinds mijn twaalfde een buitenechtelijke relatie - zoveel stabiliteit boden.
...

Ik heb altijd zelfvertrouwen gehad. Rond mijn zestiende geloofde ik al dat het met dat schrijven van mij iets kon worden, anders dan met mijn gitaarspel of de Kamagurka-achtige strips die ik tekende. Met name mijn moeder, zelf een getalenteerde edelsmid, steunde mij openlijk in mijn ambitie. Tegelijk leerde ze me bijvoorbeeld dat ik in het leven niet alleen mocht vertrouwen op mijn hoge grappenmakersgehalte. Ik ben haar en mijn vader dankbaar dat ze mij ondanks hun huwelijkscrisissen - mijn vader had sinds mijn twaalfde een buitenechtelijke relatie - zoveel stabiliteit boden. Het vroege verlies van mijn ouders motiveerde me om evenwichtig te blijven. Ik was zeventien toen mijn moeder overleed aan kanker, vijfentwintig toen mijn vader een fataal hartinfarct kreeg. Dat was hard, maar ik hoedde me voor zelfmedelijden en bedacht dat ik het vertrouwen dat mijn ouders in mij hadden gesteld niet wilde beschamen door bijvoorbeeld een drugsverslaafde te worden. Een tijdlang leefde ik wel risicovoller. Ik dacht dat het weinig zou uitmaken mocht ik met mijn motorfiets van de weg raken, maar al snel zag ik in dat dat ook weer niet de bedoeling was. Soms laat ik me makkelijk door emoties vangen. In de filmzaal ben ik de eerste om naar een zakdoek te grijpen als twee geliefden elkaar terugvinden. Maar daarbuiten, en zeker op papier, mijd ik sentimentaliteit. Ik hoop dat ik met Finse dagen lezers weet te raken door het persoonlijke gevoel dat erachter zit, maar ik wilde absoluut niet zitten ventileren of mezelf psychoanalyseren. Dat is te particulier, en dus oninteressant. Een workaholic ben ik nooit geweest. Ten tijde van Jiskefet ( de legendarische tv-reeks die hij mee maakte, red.) beslisten we vaak rond drie uur dat het goed was geweest, zelfs al waren we pas om halfelf begonnen. Ik ben ook al lang van het idee af dat je een hele dag naar je schrijfmachine moet zitten staren. Soms stop ik na een uurtje omdat ik voel dat doorduwen zou verpesten wat ik al geschreven heb. God, wat is autobiografisch schrijven lekker. Dat bedacht ik meermaals tijdens het afgelopen werkproces. Wat een vrijheid om los van een plot je eigen toon aan te slaan. Schroom voel ik sowieso steeds minder. Wat kan mij het nog schelen wat anderen van mij of mijn boeken denken? Ik ben nog enigszins nerveus als de recensies uitkomen, maar uiteindelijk ben ikzelf mijn enige maatstaf. Ik heb nu wel redelijk wat succes, maar ook zonder dat succes was ik blijven schrijven wat ik waardevol vind. Ik begeef me graag in het licht verbodene, bijvoorbeeld door een homofoob of racistisch personage neer te zetten. Als schrijver moet je zulke gedachten durven te onderzoeken. Ik merk dat lezers dat taboedoorbrekende vaak appreciëren. Na Finse dagen voelen ze zich misschien niet langer schuldig dat ze graag alleen zijn, omdat ik beschrijf dat ik daar ook zo'n behoefte aan heb. Ik ben geen kluizenaar - ik leef al 33 jaar gelukkig samen met mijn vrouw - maar ik ben erg gesteld op een paar uur alleen per dag. Mijn zoon herkent dat. Hij is 25 en slaagt er, net als mijn vrouw, benijdenswaardig goed in om in het moment te leven. Ik hou van de rozigheid na het hardlopen, als ik op de bank lig en me zo goed voel dat het fysiek onmogelijk is om gestrest te raken. Soms ren ik door het groen en schrik ik op door plots opvliegende zwanen, waardoor ik besef dat ik in gedachten even weg was. Zulke tijdloze momenten zijn de beste, en daarom blijf ik schrijven zo prettig vinden. Het is het soort concentratie waarbij tijd en ruimte even verdwijnen. Ik ben weleens hypersensitief genoemd, en ik kan de wereld inderdaad rommelig en indrukwekkend vinden, maar nadat ik een lekker stuk geschreven heb, kan ik dat allemaal beter aan.