Muziek is altijd een groot deel van mijn leven geweest. Op een podium staan en mensen inpakken met mijn nummers, ik vind dat heerlijk. Maar bijna twee jaar lang heb ik gedacht dat ik nooit meer iets zou schrijven. Ik voelde het niet meer. Een burn-out durf ik het niet te noemen. Mensen die dat meemaken, kunnen vaak helemaal niet meer functioneren en dat lijkt me verschrikkelijk. Het voelde veeleer aan alsof ik plots hoogsensitief was geworden. Alles kwam ineens te luid binnen. Ik begon in mijn eentje naar optredens te rijden, terwijl ik vroeger altijd samen met mijn muzikanten reed. Ik was vaak kortaf en om het minste op mijn tenen getrapt. Ik was sneller moe en ziek.
...

Muziek is altijd een groot deel van mijn leven geweest. Op een podium staan en mensen inpakken met mijn nummers, ik vind dat heerlijk. Maar bijna twee jaar lang heb ik gedacht dat ik nooit meer iets zou schrijven. Ik voelde het niet meer. Een burn-out durf ik het niet te noemen. Mensen die dat meemaken, kunnen vaak helemaal niet meer functioneren en dat lijkt me verschrikkelijk. Het voelde veeleer aan alsof ik plots hoogsensitief was geworden. Alles kwam ineens te luid binnen. Ik begon in mijn eentje naar optredens te rijden, terwijl ik vroeger altijd samen met mijn muzikanten reed. Ik was vaak kortaf en om het minste op mijn tenen getrapt. Ik was sneller moe en ziek. Ik voelde dat er iets niet klopte, dus ging ik naar mijn huisarts. Die vond niks abnormaals, maar vroeg wel: 'En hoe gaat het verder met u?' Dat was het moment waarop ik brak. Ik kon niet anders dan inzien dat ik tegen een muur was gelopen en dat ik mij al maanden afschermde van mijn omgeving en muzikanten, omdat hun verwachtingen plots torenhoog leken. Dat was begin 2016, twee jaar na mijn derde album en de bijbehorende tournee. Ik wil helemaal niet dramatisch klinken. Aanslagen in Kaboel, waarbij honderden doden vallen: dát zijn menselijke drama's. Wat ik meemaakte, was erg voor mij, maar niet in het licht van de mensheid. De enige reden waarom ik vandaag mijn verhaal deel, is omdat veel mensen mij laten weten dat het hen helpt om te praten over hun eigen gevoelens. Blijkbaar herkennen sommigen zich in elke zin van mijn nieuwe plaat. Zinnen over alles geven en buiten adem zijn. Zinnen als: vanaf nu doe ik alles wat ik wil.' 'Terugkijkend zie ik drie oorzaken voor mijn crash. Eén: ik zei op alles ja en liet mijn agenda volplannen met voorstellingen, waardoor ik vaak avonden na elkaar niet thuis was. Twee: ik heb lang gedaan alsof ik me thuis voelde in de grote showbizzwereld, maar dat is niet zo. Veel mensen denken dat ik in 'een heel plezante sector' werk. Vrienden zeggen ook vaak hoe jaloers ze zijn op mijn job. En deels héb ik ook een geweldige baan, maar mensen vergeten vaak dat het hard knokken is en dat de mediawereld ook een vieze kant heeft. Je wordt altijd vergeleken met anderen: hoeveel concerten speel je, hoeveel cd's verkoop je, hoe vaak sta je in de hitlijsten. Op feestjes als de MIA's voel ik mij bovendien niet op mijn gemak, hoewel ik lang heb gedacht dat dat wel zou komen. Ik sleepte me van het ene event naar het andere, om erbij te horen. Maar het was allemaal theater. Het was niet echt. Ik wou gewoon muziek maken, zonder het gedoe eromheen. En drie: ik werd onnozel van de meningen van anderen. Vooral negatieve reacties liet ik veel te hard binnenkomen. De druppel kwam toen ik eens op restaurant zat en een man, die daar ook zat te eten, tweette dat hij vurig hoopte dat ik niet zou beginnen zingen. Natuurlijk is het zielig dat iemand tijdens een etentje de behoefte voelt om zijn telefoon boven te halen om zoiets de wereld in te sturen, en toch raakte het mij. Ik heb al mijn socialmedia-accounts verwijderd, ben in een hoek gekropen en heb maandenlang niks gedaan, behalve kindermuziek en voorstellingen maken voor WWF en Radio Oorwoud. De goesting was weg. Doe niet zo flauw, Hannelore, het zit gewoon in je hoofd, dacht ik bij mezelf. Maar het nare gevoel bleef hangen. Ik ging de zomer in en dacht dat de zon alles wel zou oplossen, maar het klaarde niet op in mijn hoofd. Ik begon aan alles te twijfelen: ik vond mezelf lelijk, een slechte zangeres. Op den duur kwam ik alleen nog buiten om mijn kinderen, twee en zeven jaar, naar de crèche en naar school te brengen. Dat ik overdag in de zetel lag te slapen of te huilen, verzweeg ik voor mijn lief.' 'Ik ben er weer bovenop geraakt door te praten. Zelf heb ik de neiging om te zwijgen en alles op te kroppen, maar mijn lief is gelukkig kordater. Stijn zei: 'Nu ga je me vertellen wat er scheelt, want dit is niet meer plezant.' Hardop uitspreken hoe ik mij voelde, en veel huilen, heeft me uiteindelijk geholpen om mijn gedachten te ordenen. Het moet echt niet fijn zijn om je huis te delen met iemand die geen blijf meer weet met zichzelf, maar ik ben zo blij dat Stijn daar rustig en begripvol onder gebleven is. Op een avond, eind 2016, zei hij plots: 'Ik heb een plan.' Ik reageerde lauw: 'Nu niet, ik ben moe.' Maar Stijn drong aan, vond dat ik mijn zelfvertrouwen kwijt was en wou me eraan herinneren dat mijn muziek voor veel mensen iets betekent. Hij zei: 'Je wordt volgend jaar 33. Ik ga 33 fans interviewen die iets hebben met je muziek en die verhalen bundelen in een boekje, als verjaardagscadeautje.' Wat een mottig plan is dat, dacht ik. In het middelpunt van de belangstelling gaan staan, was het laatste wat ik wou. Maar Stijn was vastbesloten. Samen met een fotograaf reed hij België en Nederland rond om mijn fans te ontmoeten. Vaak kwam hij 's avonds laat thuis en zei hij: Hannelore, je moet echt horen wat die mensen allemaal over jou vertellen.' Maar ik wou het niet weten. Ik heb heel lang niet in dit project geloofd. Tot ik wel móést luisteren. Het jaar van mijn 33ste verjaardag brak aan en Stijn had iedereen beloofd dat ik in dat jaar de opnames van de interviews zou beluisteren. Het waren open, eerlijke gesprekken over rouwen om een geliefde en alleen in de auto zitten, met een van mijn nummers op. Over luidkeels zingen en lachen met je kinderen, over depressies en verdriet. Door die verhalen heb ik mijn publiek leren kennen. Vroeger waren mijn fans een grijze massa in een donkere theaterzaal, maar het deed zoveel deugd om te ontdekken hoe warm ze eigenlijk zijn.' 'En voor ik het wist, was ik weer nummers aan het maken. Het boekje met verhalen inspireerde mij om mijn eigen gevoelens neer te schrijven. Het resultaat is een plaat met zes nummers, Vanaf nu doe ik alles wat ik wil. Vroeger zou ik gedacht hebben dat je geen zes nummers kunt uitbrengen, dat je er minstens nog zes andere moest schrijven om een volledig album te hebben. Dat die nummers bovendien een goede mix moesten zijn van vrolijk en droevig. Maar zo denk ik vandaag niet meer. Nu denk ik: wat heb ik te vertellen? Als dat zes rauwe, donkere maar eerlijke nummers zijn, dan is dat maar zo. Ik weet vandaag beter wat mij echt gelukkig maakt en waar ik tijd voor wil maken, zoals mijn gezin, maar ook mijn passie voor boeken. Ik heb voor het eerst een roman geschreven en naar enkele uitgeverijen gestuurd, die hem allemaal wilden publiceren. Het is een jeugddroom die uitkomt, al weet ik nu al dat de literaire critici zullen denken: ach, de zangeres heeft ook eens een boek geschreven. Ik hoop dat ik gewapend zal zijn tegen hun kritiek, al kan ik mezelf weinig verwijten als ik een zo goed mogelijk boek indien. Samen met een eindredacteur herschrijf ik momenteel het manuscript en tegen de Boekenbeurs zou het resultaat er moeten zijn. Natuurlijk ben ik bang dat ik morgen opnieuw tegen een muur kan lopen. Ik kan alleen maar hopen dat ik de signalen in de toekomst sneller zal herkennen, waardoor ik kan ingrijpen. Door goed te weten wat ik níét meer wil - samenwerken met muzikanten die mij niet volledig begrijpen, mij anders voordoen dan ik ben, mijn agenda volplannen of tijd verspillen op sociale media - denk ik wel dat ik steviger in mijn schoenen sta. Ik hoef er niet meer bij te horen. En net daardoor heb ik mijn eigen pad gevonden. Ik ben mijn lief superdankbaar voor dat duwtje.'