Lut (58) besloot na 23 jaar haar hart te volgen en te vertrekken

'Elke dag is een dag waarop je kunt wegstappen. Die verantwoordelijkheid ligt bij jezelf. Dat ik zelf heb gewacht tot mijn kind een oorverdovend signaal gaf, daar schaam ik me nog steeds een beetje voor. Ik was al wat ouder toen ik Bart leerde kennen. Hij was een intelligente, innemende man op wie ik meteen verliefd was, maar vanaf dag één wist ik: dit wordt moeilijk. Bart had autisme, het was niet altijd simpel om met hem te communiceren. We konden uren praten over de armoede in de wereld, maar met mijn eigen gevoelens kon ik vaak niet bij hem terecht. Liever een interessante dan een lieve man, dacht ik, maar het gebrek aan warmte en geborgenheid begon doorheen de jaren te knagen, zeker na de komst van onze dochter. Bart was bovendien opvliegend van aard, vooral erg kleine dingen konden hem ergeren. Er nadien over praten deden we niet: hij leek te zijn vergeten wat er was gebeurd en ik was vooral blij dat de rust was teruggekeerd. Ik verdroeg veel van Bart, wellicht té veel. Omwille van zijn autisme, en omdat ik wist dat hij zijn best deed en soms lief was. Hij kán het gewoon niet, suste ik mezelf. En daarbij, hij was toch geen klootzak die me sloeg? Dat verbale agressie ook geweld is, wilde ik niet zien. De scheldpartijen, het geroep, de vernederingen: ik liet het toe en leefde verder. Ik ben iemand met best een grote mond, maar in mijn eigen relatie was ik vaak te bang om voor mezelf op te komen. Meer dan eens dacht ik: ik verlaat hem, maar telkens overtuigde Bart me om te blijven. Pas als ik zat te huilen dat het voor mij niet meer ging, dán nam hij zijn tijd voor mij.
...

'Elke dag is een dag waarop je kunt wegstappen. Die verantwoordelijkheid ligt bij jezelf. Dat ik zelf heb gewacht tot mijn kind een oorverdovend signaal gaf, daar schaam ik me nog steeds een beetje voor. Ik was al wat ouder toen ik Bart leerde kennen. Hij was een intelligente, innemende man op wie ik meteen verliefd was, maar vanaf dag één wist ik: dit wordt moeilijk. Bart had autisme, het was niet altijd simpel om met hem te communiceren. We konden uren praten over de armoede in de wereld, maar met mijn eigen gevoelens kon ik vaak niet bij hem terecht. Liever een interessante dan een lieve man, dacht ik, maar het gebrek aan warmte en geborgenheid begon doorheen de jaren te knagen, zeker na de komst van onze dochter. Bart was bovendien opvliegend van aard, vooral erg kleine dingen konden hem ergeren. Er nadien over praten deden we niet: hij leek te zijn vergeten wat er was gebeurd en ik was vooral blij dat de rust was teruggekeerd. Ik verdroeg veel van Bart, wellicht té veel. Omwille van zijn autisme, en omdat ik wist dat hij zijn best deed en soms lief was. Hij kán het gewoon niet, suste ik mezelf. En daarbij, hij was toch geen klootzak die me sloeg? Dat verbale agressie ook geweld is, wilde ik niet zien. De scheldpartijen, het geroep, de vernederingen: ik liet het toe en leefde verder. Ik ben iemand met best een grote mond, maar in mijn eigen relatie was ik vaak te bang om voor mezelf op te komen. Meer dan eens dacht ik: ik verlaat hem, maar telkens overtuigde Bart me om te blijven. Pas als ik zat te huilen dat het voor mij niet meer ging, dán nam hij zijn tijd voor mij. Het keerpunt kwam toen onze dochter in het ziekenhuis belandde na een mislukte wanhoopsdaad. Ze is erg gevoelig, ze leed ook onder onze spanningen. Ze wist dat het wispelturige gedrag van haar vader nu eenmaal bij hem hoorde, maar kon er niet meer tegen. Ik merkte toen pas hoe verschillend Bart en ik intussen naar het leven keken, zijn reactie en de mijne waren fundamenteel anders. Ik deed toen pas wat ik al vaker had willen doen, en ben samen met mijn dochter vertrokken. De eerste nacht alleen in mijn nieuwe huis was ik euforisch. Het was alsof er een zwaar rotsblok van mijn schouders was gevallen. Ik kon weer ademen. Bart was woedend en wanhopig tegelijk. Zijn pijn deed me verdriet, maar vanaf dag één wist ik dat ik nooit meer zou teruggaan. Sommige vrienden, die al eens zagen hoe Bart me behandelde, vroegen me waarom ik niet eerder was weggegaan. Die vraag doet er niet toe, vind ik. Je weegt je leven altijd af op het moment zelf. Er waren redenen om te blijven, er waren redenen om weg te gaan. Ik vind dat het weinig zin heeft na te denken over beslissingen die je toen misschien had moeten nemen. Ik had gezworen dat ik nooit meer een vaste partner wilde, en ik ben er nog altijd bang voor. Ik heb intussen wel een nieuwe vriend. Ik moet er nog altijd aan wennen dat hij mij 's ochtends spontaan een kopje koffie brengt op bed. Ik vind dat de liefde altijd opnieuw een kans moet krijgen, maar ik ben toch wijzer geworden. Ik weet intussen dat je soms te lang in een relatie blijft, niet omdat je zwak bent, maar omdat je je kracht gebruikt om te blijven in plaats van om weg te gaan. Ik vind ook, hoe moeilijk dat ook is, dat je moet beslissen om te durven vertrekken als je niet langer het beste in elkaar naar boven haalt. Uit respect voor jezelf én voor de ander.' 'Laat me duidelijk zijn: Chris is een fantastische vrouw. Ik heb haar altijd graag gezien, en dat doe ik nog steeds. We waren heel jong toen we een koppel werden en onverwacht in het ouderschap gegooid werden. We hadden het niet breed, maar we trokken onze plan. In enkele jaren tijd kregen we vier kinderen. We werkten hard en de kinderen vroegen de nodige aandacht, maar we waren een goed team. Het leven was goed, we waren gelukkig. Als jonge vader had ik weinig tijd om bij de dingen stil te staan. Pas toen de kinderen wat ouder werden, ben ik gaan beseffen dat ik iets miste in mijn relatie. Chris is een heel nuchtere, realistische vrouw, met beide voeten stevig op de grond. Niet dat ik een dromerige hippie ben, maar ik ben wel een beetje zotter. Ik hou zowel van een serieus gesprek als van een plezante avond waarop ik mezelf helemaal kan laten gaan. Ik schaam me bijna om het te zeggen, maar ik miste een soort levensvreugde bij Chris. Dat verschil uitte zich ook op intiem vlak. Ik hield van Chris, maar ik kon niet zeggen dat ik haar echt begeerde. Seks was voor Chris niet zo belangrijk. Hoe langer hoe meer begon ik me te realiseren dat ik nood had aan iets anders. Ik voelde steken van jaloezie wanneer ik koppels zag die liefdevol met elkaar omgingen, maar bleef trouw aan Chris. We hadden geen slecht huwelijk - we maakten amper ruzie - en hadden een prachtig gezin waar ik heel dankbaar voor ben. Dan wandel je niet zomaar weg. Toen ik op een dag dan toch besliste om weg te gaan, was dat voor Chris geen verrassing. Natuurlijk had ze verdriet, maar ze besefte zelf ook dat onze relatie niet helemaal goed zat. Zij had daar vrede mee genomen, maar dat kon ik niet, en dat wist ze. Onze kinderen reageerden begripvol, enkel de jongste is een tijdlang boos op me geweest. Voor haar was ik de boosdoener die haar vertrouwde thuis ontwrichtte. De plooien zijn weer gladgestreken, maar het is toch even moeilijk geweest. De passie en intimiteit die ik miste bij Chris, vond ik enkele jaren geleden bij Catherine. We wonen niet samen, maar net dat lijkt onze liefde te versterken. Soms verlang ik er zo naar om haar stem te horen of haar lichaam te voelen. Als we elkaar na twee dagen terugzien, is dat echt een feest. Gewoon naast haar in bed liggen, zelfs zonder te vrijen, is voor mij al een genot. Als we vrijen, is dat heel intens, met veel humor ook, op een manier die ik met Chris nooit ervaren heb. Ik ben zo blij dat we elkaar gevonden hebben. Voor mij is Catherine een geschenk uit de hemel, ik kan het niet anders verwoorden. Chris en ik hebben nog steeds een hechte band. Ze heeft mijn relatie met Catherine vrij snel aanvaard. Ze ziet dat we bij elkaar passen en is heel gelukkig voor mij. Ik besef dat het uitzonderlijk is dat je als ex-partners nog zo goed met elkaar overweg kunt. Als er vanmiddag iets met Chris gebeurt, sta ik onmiddellijk daar, en omgekeerd. Ik zou niet meer kunnen leven mét haar, daar ben ik eerlijk in, maar ook niet zonder haar.' 'Luc was mijn jeugdliefde. We zijn opgegroeid in hetzelfde dorp, waar familie en vrienden nooit ver weg waren. Ik was achttien toen we elkaar leerden kennen, een paar jaar later was ik zwanger. Ongepland, we waren zelfs nog niet getrouwd. Maar onze relatie zat goed, dus een kind was welkom. Toch kwamen er al snel wrijvingen. Luc was weinig thuis, de zorg voor onze dochter kwam vooral op mij terecht. Als hij er wél was, ergerde ik me aan hem, zonder goed te weten waarom. Toen al sloeg de twijfel toe bij mij: is dit wel de man met wie ik mijn leven wil delen? Toen ik de kans kreeg om een stad verder te gaan werken, was dat voor mij een reden om weg te gaan bij Luc en een eigen huis te huren, samen met onze dochter. Verrassend genoeg deed die afstand ons deugd. Ik besefte dat ik me vooral beklemd voelde door mijn leven in het dorp en dat ik Luc niet kwijt wilde. We werden opnieuw een koppel, maar bleven elk in ons eigen huis wonen. Tijdens de weekends gingen mijn dochter en ik naar Luc, op weekdagen kwam hij regelmatig bij ons op bezoek. Ook de vakanties brachten we samen door. Wat we hadden, was niet de hemel op aarde, maar het was goed genoeg. Ik was er ook van overtuigd dat ik niet gemaakt was om met een man samen te wonen, en dat dit voor mij de beste oplossing was. Naarmate we ouder werden, werd duidelijk dat Luc daar anders over dacht. In zijn hoofd woonden we op een dag, na ons pensioen, weer samen onder één dak, in het dorp waar we elkaar ooit hadden leren kennen. Alles in mij schreeuwde 'nee' bij die gedachte en ik gaf ook aan dat ik dat niet zag zitten, maar het leek niet tot hem door te dringen. Hij was er gerust in dat ik me nog wel zou bedenken, terwijl ik hoe langer hoe meer afscheid van hem aan het nemen was. Toen onze dochter op eigen benen stond en ik helemaal geen reden meer had om tijdens het weekend naar Luc te gaan, heb ik de knoop doorgehakt. Ik kon de schijn niet langer ophouden. Ik herinner me onze laatste vakantie samen. Luc wandelde voor me uit, en ik weet nog dat ik dacht: blijf alsjeblieft wandelen en wacht niet op mij. Wat ik eigenlijk al heel lang wist, werd plots scherpgesteld. Ik heb Luc nooit gezien als de liefde van mijn leven. Hij was vooral de vader van mijn kind, een kameraad die er altijd was geweest. Mijn relatie met hem was meer een pragmatische keuze - een keuze die ik jarenlang prima vond, maar nu niet langer wilde maken. De meeste mensen in onze omgeving vielen compleet uit de lucht, maar er waren ook enkele vrienden die zeiden: eindelijk. Luc heeft lang getreurd om onze breuk, maar langzaamaan heeft hij aanvaard dat ik verdergegaan ben met mijn leven. We hebben intussen een kleinkind en als zij jarig is, zitten we met iedereen samen rond de tafel. Met Luc én Pierre, mijn vriend. Toen ik hem leerde kennen, sloeg de bliksem in: zó moet het dus voelen. We wonen samen en dat heb ik me nog geen seconde beklaagd. Geen haar op mijn hoofd dat eraan gedacht heeft om een latrelatie met hem te beginnen. Hij is de man die ik in mijn buurt wil, elke dag. Ik ben veel te lang blijven hangen in mijn relatie met Luc, dat besef ik. Hij zal altijd een belangrijke plaats in mijn leven hebben, maar de liefde van mijn leven, dat is Pierre.'