'Vroeger was ik een beetje een broekschijterke. Ik ging wel voor die grote, romantische kunstenaarsdroom, maar ik durfde niet ver te reizen of voor grote groepen te spreken. Dat ik nu niets liever doe, is het gevolg van dat ene moment, twintig jaar geleden, toen mijn vrouw me pushte om Keith Howard te mailen dat ik hem zou komen bezoeken aan het Rochester Institute of Technology.
...

'Vroeger was ik een beetje een broekschijterke. Ik ging wel voor die grote, romantische kunstenaarsdroom, maar ik durfde niet ver te reizen of voor grote groepen te spreken. Dat ik nu niets liever doe, is het gevolg van dat ene moment, twintig jaar geleden, toen mijn vrouw me pushte om Keith Howard te mailen dat ik hem zou komen bezoeken aan het Rochester Institute of Technology. Keith schreef Non-toxic Printmaking, een boekje dat via via bij mij was terechtgekomen, en hij was een van de weinige grafici die er toen voor ijverden oplosmiddelen en salpeterzuur uit het drukproces te weren. Als leerkracht werkte ik daar ook mee, maar toen ik lichamelijke klachten kreeg, besefte ik hoe belastend die stoffen eigenlijk zijn. Ik wilde ervan af, maar wist niet hoe. Tot ik op een nacht in de kerstvakantie de bus nam van New York, waar mijn vrouw en ik logeerden, naar Rochester. Na een rit van tien uur kwamen we om vijf uur 's ochtends aan in een besneeuwd station vol dronkenlappen. Zodra ik Keith had durven te bellen, kwam hij ons ophalen. Wat een excentrieke gast. 's Middags stond ik samen met hem de vulling uit een diepgevroren kalkoen te sleuren, omdat hij 's avonds een etentje wilde improviseren. Het leek wel Monty Python. Het klikte waarschijnlijk doordat we dezelfde absurde humor deelden. Keith moet ook gezien hebben hoe nieuwsgierig ik was naar alles wat hij me in zijn atelier toonde - de puzzel viel daar in elkaar voor mij - want hij nodigde me uit om in de paasvakantie terug te keren als gastdocent. Ik moest een lezing geven voor wat volgens hem twaalf man zou zijn. Het werden er vierhonderd. Ik ging dood, maar dacht nadien: als ik dit durf, durf ik alles. Die ene ontmoeting met Keith veranderde mijn leven. Ik heb hem er hardop voor bedankt op de dag dat ik vernam dat hij gestorven was, in 2015. In Rochester zei hij me dat ik ambassadeur van niet-toxisch drukken moest worden in Europa. Ik was nogal down-to-earth en dacht: ik heb dit nog niet onder de knie. Maar Keith drukte me op het hart dat iedereen, ook ik, de bal aan het rollen kan brengen. Dus begon ik te experimenteren en uiteindelijk zelfs workshops te geven. Ik leerde zoveel collega's en studenten kennen dat ik nu bijna nooit meer op hotel hoef te gaan als ik naar Japan, de VS of Zuid-Afrika reis. Ik ben heel erg overtuigd van de relativiteit van de dingen, zeker sinds ik Een kleine geschiedenis van bijna alles van Bill Bryson las. Het deed me beseffen dat zelfs de sterren op een dag gaan uitdoven, dus wat zouden wij als mensen hoog van de toren blazen? Ik vind wat ik doe dus zeker niet buitensporig, ik hoop alleen dat leerlingen en andere leerkrachten de knepen van minder toxisch drukken verder doorgeven, en dat ik zo een beetje impact op onze gezondheid en ons milieu kan hebben. Niet-toxisch betekent voor mij ook duurzaam. Ik stimuleer mijn Vlaamse en internationale studenten om minder water te verbruiken, meer te recycleren. Dat lijkt geitenwollensok, maar dat is het in deze tijd echt niet meer. Ik praat graag met mensen over wat hun gave kan zijn, of hun bijdrage aan een schonere wereld. Ik was zelf zo'n laatbloeier dat ik ze een duw wil geven. Ik wens ze alleszins allemaal hun eigen Keith-moment toe.'