'In het Duits zeggen ze: was sich liebt, das neckt sich. Het betekent iets als: bij liefde hoort gekibbel. Zo koesterden mijn vader en ik een wederzijdse bewondering voor elkaar, maar we hadden ook vaak conflicten. Hij zocht graag de discussie op omdat hij vond dat alles, ook een gesprek, een uitdaging moest zijn. Eerlijk gezegd betrap ik mezelf er nu ook op: de moeilijkste zaken geven mij het meest voldoening. Ik aanvaard zelfs opdrachten die onhaalbaar lijken. Ik zal niet zeggen dat ik een tovenaar ben, maar ik verras mijn klanten toch geregeld door iets waar te maken wat ze onmogelijk hadden geacht.
...

'In het Duits zeggen ze: was sich liebt, das neckt sich. Het betekent iets als: bij liefde hoort gekibbel. Zo koesterden mijn vader en ik een wederzijdse bewondering voor elkaar, maar we hadden ook vaak conflicten. Hij zocht graag de discussie op omdat hij vond dat alles, ook een gesprek, een uitdaging moest zijn. Eerlijk gezegd betrap ik mezelf er nu ook op: de moeilijkste zaken geven mij het meest voldoening. Ik aanvaard zelfs opdrachten die onhaalbaar lijken. Ik zal niet zeggen dat ik een tovenaar ben, maar ik verras mijn klanten toch geregeld door iets waar te maken wat ze onmogelijk hadden geacht. Ook mijn vader was een doener. Hij runde een meubelwinkel én had een leven in muziekverenigingen. Hij speelde trompet en trombone en hield van organiseren en iedereen daarbij betrekken. Een romanticus dus. Ik zeg altijd dat ik dat zelf niet ben, maar eigenlijk wil ik net als hij mensen verenigen in een warme gloed. Toen ik tien was, zei hij tegen mij: 'Een televisie dient niet om voor te zitten, maar om op te komen.' Flauwerik, dacht ik, laat me nu toch een beetje hangen. Ik was al zo weinig kind. Doordat mijn ouders vaak bezig en afwezig waren, was ik veel bij mijn grootouders. Gelukkig was ik enorm geboeid door oudere mensen en door hun levenservaring, maar soms wilde ik toch meer voelen dat ik jong was. Later heb ik mijn vaders wijze woorden wel enorm geapprecieerd. Ik zag in dat hij bedoelde dat ik niet aan de zijlijn van het leven mocht blijven staan, dat ik iets met engagement en ruggengraat moest doen. Dat is mijn insteek gebleven. Ik was sowieso altijd al een strever. (lacht) En overtuigd dat alles anders moest. Zo heb ik de kaarten van het interieurdesign stevig geschud omdat ik iets heel eigens wilde bereiken. Ik zeg er eerlijk bij dat ik niets anders kan dan dit, maar het is wel mijn verdienste dat ik zekerheden durf op te geven. In 1997 verruilde ik een mooie functie voor een eigen bureau, toch een sprong in het onbekende. Ook dit najaar maak ik tabula rasa. Ik veil alle objecten uit mijn collectie. Ik weet niet wat de impact zal zijn, maar het is tijd om los te laten. In die zin ben ik een onrustige kunstenaarsziel, altijd op zoek naar een nieuwe essentie. Ik zie mezelf niet zeggen: 'Het is mooi geweest', en daarbij achteroverleunen met een glas cognac of in een golfkarretje. Nog een motto van mij is: begin nooit met stoppen en stop nooit met beginnen. Ik heb veel gelezen over die Japanners die honderd jaar en ouder worden. Allemaal blijven ze actief of kweken ze groenten. Zo wil ik het ook. Na dertig jaar in de binnenstad heb ik nu een huis op de buiten zodat ik af en toe kan gaan wandelen in het bos. Het zorgt ervoor dat ik afstand kan nemen en minder doordram. Want dat is natuurlijk een gevaar: doordat dit mijn werk én mijn leven is, zit ik er altijd dicht op. En door alle opgebouwde ervaring word ik soms ongeduldig, ook tegenover klanten. Daarom was het niet slecht dat mijn medewerkers me deze zomer vroegen: 'U gaat toch op vakantie dit jaar?' (lacht)Ik trok naar de Ardennen, met mijn rugzak en boterhammen, gewoon de natuur in. Dat is mijn zuurstof, ook geestelijk. Daarnaast kan ik goed lui zijn, zo recupereer ik. Op zo'n moment denk ik weleens glimlachend aan het advies van mijn vader. Ik heb hem nog altijd dicht bij mij.'