Het Gentse Museum voor Schone Kunsten heeft een serieus probleem. Er worden een 26-tal werken geëxposeerd die worden toegeschreven aan beroemde Russische avant-garde kunstenaars, maar die naar alle waarschijnlijkheid gewoon vervalsingen zijn; pastiches geschilderd in de stijl van grote tenoren als Wassily Kandinsky, Kazimir Malevich, Olga Rozanova, Alexandra Exter, Michail Larionov en Ljoebov Popova, El Lissitzky, Natalia Goncharova, Alexander Rodchenko en Vladimir Tatlin.
...

Het Gentse Museum voor Schone Kunsten heeft een serieus probleem. Er worden een 26-tal werken geëxposeerd die worden toegeschreven aan beroemde Russische avant-garde kunstenaars, maar die naar alle waarschijnlijkheid gewoon vervalsingen zijn; pastiches geschilderd in de stijl van grote tenoren als Wassily Kandinsky, Kazimir Malevich, Olga Rozanova, Alexandra Exter, Michail Larionov en Ljoebov Popova, El Lissitzky, Natalia Goncharova, Alexander Rodchenko en Vladimir Tatlin. Blijkbaar ging het museum in op een aanbod dat voordien door heel wat andere instellingen wijselijk werd geweigerd. Al in 2015 werd ook het Musée National d'Histoire et d'Art van Luxemburg benaderd door de bruikleengevers Igor en Olga Toporovski. Toen werd ook de directeur van het MNHA, dr. Michel Polfer, door hen gecontacteerd: 'Ik heb toen een deel van de collectie -als je dit zo mag noemen- in Brussel gezien, samen met een Brusselse collega. Toen we vroegen naar de de herkomst werd duidelijk dat de werken geen echt herkomstverhaal hadden. Iedereen weet dat de Russische kunst uit de 20ste eeuw een bijzonder gevaarlijk terrein is, er zijn enorm veel vervalsingen in omloop, en dit soort schilderijen zijn ook na te bootsen, ze zijn technisch niet zo moeilijk geschilderd. Daarom is het herkomstverhaal koning.''Gezien deze documentatie hier ontbrak gingen bij ons meteen alle alarmlichtjes branden en besloten we niet in te gaan op het voorstel om deze werken in ons museum te exposeren. Nogmaals, er is heel wat moderne Russische kunst in omloop van dubieuze herkomst, zonder duidelijke papieren. Het kan natuurlijk altijd dat enkele werken na de woelige tijden in Rusland nooit meer werden geëxposeerd en in familiebezit bleven, maar nooit zoveel en bovendien gaat het om werken van museale grootte, ook dat is vreemd.''Met zo'n collectie, indien authentiek, stap je toch ook niet naar musea als Luxemburg of Gent? Daarvoor contacteer je meteen de grote musea van New York, Londen of Parijs die daarvoor zouden vechten! De herontdekking van zo'n omvangrijke collectie Russische avant-garde kunst zou de vondst van het decennium zijn. We hebben dus afgehaakt en vervolgens heb ik ook wat gegoogeld en daarbij viel mijn oog meteen op de voorgeschiedenis van dit verhaal, want in 2009 werden al sommige van deze werken afgekeurd en werd er in Tours zelfs een tentoonstelling van gesloten.'In 2009 greep er in het Château de Tours een tentoonstelling plaats over de toonaangevende kunstenaar Alexandra Exter. Toen werd er klacht neer gelegd door de gerenommeerde kunsthistoricus Andréi Nakov die haar oeuvre uitstekend kent en vast stelde dat 90 procent van wat er getoond werd vals was. Wie dus de namen van de verzamelaars Toporovski op het net opzoekt botst al snel op deze onweerlegbare feiten. Het is duidelijk dat het Gentse museum zelfs deze oefening niet heeft gemaakt. Dit leidde gisteren tot bijzonder veel ophef in de museale wereld toen De Standaard en de toonaangevende Art Newspaper uitpakten met het verhaal van de hoogst twijfelachtige collectie Russische kunst in het Gentse museum.In een open brief aan de Art Newspaper uiten een aantal curators en handelaren hun twijfels omtrent de authenticiteit van de werken op basis van stilistische anomalieën, het ontbreken van herkomstverhalen en het feit dat sommige werken ook niet werden opgenomen in de oeuvrecatalogus van sommige kunstenaars. Voor heel wat kunstwerken is de herkomstgeschiedenis van cruciaal belang. Je moet weten wie het werk ooit heeft gezien via getuigenissen van kunstcritici of andere verzamelaars, het moet bekend zijn waar het ophing en of erover werd gepubliceerd. Men moet weten tot welke verzameling het ooit behoorde. Dit is ook de reden waarom veel grote veilinghuizen amper kunstwerken zonder duidelijke pedigree veilen en extra op hun hoede zijn voor Russische kunst. De herkomst is, vanzelfsprekend, voor alle kunstwerken van belang, uiteraard ook voor Oude Meesters. Zo laat het Antwerpse Rubenshuis ons een fraaie collectie bruiklenen zien van onder meer Titiaan en Tintoretto. Maar het gaat steeds om werken die nauwkeurig op wetenschappelijke wijze werden bestudeerd door internationaal gewaardeerde instellingen als het Koninklijke Instituut voor het Kunstpatrimonium.Deze werken doorstonden alle mogelijke onderzoeken en hebben een onfeilbare pedigree. Wat van groot belang is, want het gebeurt wel meer dat malafide "collectioneurs" - als je dit verzamelaars mag noemen - trachten via musea of andere culturele instellingen hun vervalsingen te laten opwaarderen. In deze context herinneren we ons bijvoorbeeld de zogenaamde Congo Collectie Schelfhout die in 2010 op museale wijze werd geëxposeerd in het Cultuurcentrum Scharpoord te Knokke, met etnische kunst die achteraf allemaal vals bleek te zijn. Maar de catalogus en opstelling schonken de collectie wel een museale uitstraling.In het artikel van De Standaard laten de bruikleengevers Toporovski ook weten dat ze graag zouden samenwerken met La Boverie in Luik en Bozar in Brussel. Deze laatste instelling werd vorig jaar pas geconfronteerd met een valse Mondriaan die zogenaamd het verloren gewaande meesterwerk was dat in 1937 in München voor het laatst werd gezien op de beruchte nazi-expo van ontaarde kunst. Deze pastiche leidde mee tot het ontslag van de directeur van het Stedelijk Museum van Amsterdam, Beatrix Ruf, dat het werk had uitgeleend. Kortom er zijn nogal wat vervalsingen in omloop waarvan de dubieuze herkomst wordt gecamoufleerd door een passage in een museum of belangrijke culturele instelling. Vergeten we ook niet dat het van enige naïviteit getuigt te stellen dat musea losstaan van de kunsthandel? Alleen al het opnemen van kunstwerken in museale tentoonstellingen zorgt voor een financiële opwaardering. Piet Swimberghe