Ik ben een buitenmens en toch woon ik al ruim vijftien jaar in de stad. Daar ben ik eerder per ongeluk gestrand, maar ondertussen wil ik er niet meer weg. Als kind konden mijn ouders me nochtans alleen bij extreem slecht weer binnenhouden. Op elk ander moment speelde ik in de tuin, of in het bos aan de overkant. Ik hing er ondersteboven aan een tak of trok me terug in een zelfgebouwd kamp onder de wortels van een omgevallen boom. Ik kende het bos op m'n duimpje, zelfs in het donker vond ik er zonder moeite of angst mijn weg. Nog steeds voel ik me 's nachts in de stad tussen de huizen en auto's minder op mijn gemak dan in het schijnsel van de maan tussen de bomen en struiken.
...