Van 2007-2015 woonde de Italiaans-Brusselse fotografe Raia Maria-Laura in leefgroepen. Haar moeder belandde in de gevangenis en dit was de enige uitweg voor haar en haar jonge broertjes. In deze getuigenis vertelt ze hoe ze deze jaren beleefd hebben.

'Elf jaar was ik toen ik voor het eerst hoorde over 'geplaatst worden' en ' leefgroep zorg '. Hoewel ik niet bekend was met deze termen, werd het de realiteit voor mij en mijn kleine tweelingbroers die nog zes moesten worden. 2007 werd het jaar dat heel ons leven veranderde. Van alles naar niets. Plots werden we geplaatst, we wisten niet eens de reden. Mijn broers waren veel te jong om te beseffen wat het wilde zeggen. Ik was oud genoeg om het te verstaan.

Daar stonden we dan in onze eerste leefgroep in Brussel. Een gekke tijd voor ons. We moesten ons plots aanpassen aan iedereen. Hier kwam je niet thuis om in de zetel te hangen en televisie te kijken. Je kwam binnen, toonde je agenda, studeerde, at samen met tien andere kinderen en ging slapen. Zeer raar, maar na een tijd pas je jezelf aan en wen je aan de situatie.

Veel weet ik niet meer over deze leefgroep. Het enige wat ik me kan herinneren is dat we pas na drie maanden te horen kregen dat onze moeder in de gevangenis zat. Erg pijnlijk. Toen wist ik dat ik sterk moest zijn en een moederfiguur voor mijn jongere broers. Ook al kwam er kritiek op en kreeg ik te horen dat ik hun zus was, niet hun moeder: ik nam deze rol op mij. De kritiek kon me niet schelen. Zij waren - en zijn nog steeds - alles voor mij. Ik moest en zou voor hen zorgen.

Wij vierden Kerstmis, verjaardagen en andere feestelijke momenten in de gevangenis

We gingen op bezoek bij onze moeder in de gevangenis. Elke dag wachtten we op één specifiek telefoontje en als we dit mistten, kon er niet worden teruggebeld. Op school loog ik altijd. Ik zei altijd dat mijn moeder in het ziekenhuis lag, want ik schaamde me. Ik was ook nog veel te jong en ik wilde niet gepest worden. Helaas gebeurde dat wel, want ik was het buitenbeentje. Uiteindelijk heb ik daar mee leren leven.

Wij vierden Kerstmis, verjaardagen en andere feestelijke momenten in de gevangenis. Soms kregen we meer bezoekuren en spendeerden we meer tijd met haar. Het afscheid was altijd moeilijk, maar ik hield me sterk voor mijn broers. Als ik zin had om te huilen, deed ik dat in mijn kamer, alleen.

Na acht à negen maanden werden we gescheiden, mijn broers en ik. Zij gingen naar een leefgroep in Limburg. Ik bleef nog even in Brussel, omdat ik mijn zesde leerjaar moest afmaken. Ik ga nooit vergeten hoe pijnlijk het was om gescheiden te zijn van m'n broertjes. Een paar maanden later moest ik afscheid nemen van de leefgroep in Brussel en ook naar Limburg vertrekken. Hartverscheurend om een groep mensen waar je een band mee hebt gekregen te moeten verlaten.

Van Brussel naar Zelem. De aankomst in Limburg betekende dat ik me weer moest aanpassen. Het was er helemaal anders dan in Brussel. Andere regels, een andere omgeving, andere kinderen en begeleiders. Ik was wel blij dat ik terug samen met mijn broers in een leefgroep terecht was gekomen. De groep bestond uit tien tot veertien kinderen en we hadden elk een individuele begeleider waar je gesprekken mee kon hebben. Mijn eerste begeleidster was Nathalie en ik ben haar altijd enorm dankbaar geweest. Ik kreeg een hele goede band met haar, maar na een tijd moest ik weer afscheid nemen omdat ze uit de leefgroep ging vertrekken. Ik zou een boek kunnen vullen met verhalen over de leefgroep en de begeleiders die echt fantastisch werk deden.

Ik vind het erg belangrijk dat kinderen in moeilijke thuissituaties een stem krijgen

Tijdens de jaren in de leefgroepen onderging ik een zoektocht naar mezelf: Wie ben ik? Waarom moet ik dit meemaken? Dat resulteerde in een haat-liefdeverhouding met de leefgroep en de begeleiders. Uiteraard wilde ik een normale thuissituatie, maar dat zat er gewoon niet in voor mij en m'n broers. Ik vond het moeilijk om te praten over mijn emoties. Toch heb ik er ook geleerd om wat meer open te zijn over hoe ik me voel.

Het was een terugkerend thema tijdens mijn jeugd: afscheid moeten nemen en opnieuw beginnen. Ik heb het concept leren accepteren, maar heb er wel verlatingsangst aan over gehouden. Dit is iets waar ik nog steeds mee worstel.

Op mijn vijftiende moest ik weer afscheid nemen. Ik was te oud geworden voor de leefgroep waarin ik op dat moment zat, samen met m'n broers, en moest verhuizen naar een groep met andere pubermeisjes. Opnieuw nieuwe mensen, nieuwe regels, nieuwe omgeving. Acht jaar lang heb ik me telkens opnieuw moeten aanpassen aan nieuwe situaties. Ik heb zoveel mensen zien komen en gaan. Het heeft me leren omgaan met verandering.

Toen ik vertrok uit de leefgroep ben ik tot het besef gekomen dat alles gebeurt met een reden. Ik heb een enorm moeilijke jeugd gehad, maar vandaag gebruik ik mijn zwakte als sterkte. Ik kijk hier positief op terug, want dit is wat mij gevormd heeft als mens. Dit is waar ik mijn kracht uit put. Natuurlijk ben ik doorheen de jaren heel boos geweest. Ik snapte het niet. Hoe konden we van alles naar niets gaan? Voor we geplaatst werden, hadden we zo'n leuk leven en opeens werd het van ons afgepakt. We hadden enkel elkaar.

Ik ben heb mezelf gemotiveerd met de gedachte dat alles mogelijk is, als je er maar in gelooft en er hard voor werkt

Vandaag de dag vind ik het daarom ook erg belangrijk om de kinderen te inspireren die ook in leefgroepen zitten, niet in zichzelf geloven en denken dat ze niets kunnen bereiken omdat ze geen stabiele thuissituatie hebben. Ik wil een inspiratie zijn, want ik herken die gedachten. Uiteindelijk ben ik wél beginnen geloven in mezelf. Ik ben heb mezelf gemotiveerd met de gedachte dat alles mogelijk is, als je er maar in gelooft en er hard voor werkt.

Mensen verklaarden me in eerste instantie voor gek en zeiden dat ik als mijn moeder zou eindigen. Dat was pijnlijk, maar het heeft me de kracht gegeven om door te gaan en te vechten voor mijn dromen. Ik wil hoop geven aan die kinderen en hun laten zien dat er wel een andere weg is. Jij kiest zelf welke richting je uit gaat. Alles zit in je hoofd, maar daar moet je nog achter komen. Er is nog een heel leven na de leefgroep en je bent zoveel meer dan het label van een 'leefgroepkind'. Je kunt je dromen bereiken, als je maar gelooft in jezelf. Daarom vind ik het erg belangrijk dat kinderen in moeilijke thuissituaties een stem krijgen. Hun stem is namelijk even veel waard als die van andere kinderen.'

De jonge fotografe wist al heel wat sterren in binnen-en buitenland voor haar lens te halen. Na succes op Instagram en een geslaagde expo kon een kofietafelboek vlak voor de feestdagen niet ontbreken."RAIA presents worldwide" telt 100 pagina's en is exclusief verkrijgbaar vanaf 1 december 2020. Een deel van de opbrengsten van haar boek wordt gedoneerd aan jeugdinstelling Huize Sint Vincentius, aan de leefgroep waar Raia tijdens haar jeugd zelf enkele jaren verbleef.

Raia presents: Worldwide, Raia Maria-Laura
Raia presents: Worldwide © Raia Maria-Laura

Van 2007-2015 woonde de Italiaans-Brusselse fotografe Raia Maria-Laura in leefgroepen. Haar moeder belandde in de gevangenis en dit was de enige uitweg voor haar en haar jonge broertjes. In deze getuigenis vertelt ze hoe ze deze jaren beleefd hebben. 'Elf jaar was ik toen ik voor het eerst hoorde over 'geplaatst worden' en ' leefgroep zorg '. Hoewel ik niet bekend was met deze termen, werd het de realiteit voor mij en mijn kleine tweelingbroers die nog zes moesten worden. 2007 werd het jaar dat heel ons leven veranderde. Van alles naar niets. Plots werden we geplaatst, we wisten niet eens de reden. Mijn broers waren veel te jong om te beseffen wat het wilde zeggen. Ik was oud genoeg om het te verstaan. Daar stonden we dan in onze eerste leefgroep in Brussel. Een gekke tijd voor ons. We moesten ons plots aanpassen aan iedereen. Hier kwam je niet thuis om in de zetel te hangen en televisie te kijken. Je kwam binnen, toonde je agenda, studeerde, at samen met tien andere kinderen en ging slapen. Zeer raar, maar na een tijd pas je jezelf aan en wen je aan de situatie. Veel weet ik niet meer over deze leefgroep. Het enige wat ik me kan herinneren is dat we pas na drie maanden te horen kregen dat onze moeder in de gevangenis zat. Erg pijnlijk. Toen wist ik dat ik sterk moest zijn en een moederfiguur voor mijn jongere broers. Ook al kwam er kritiek op en kreeg ik te horen dat ik hun zus was, niet hun moeder: ik nam deze rol op mij. De kritiek kon me niet schelen. Zij waren - en zijn nog steeds - alles voor mij. Ik moest en zou voor hen zorgen.We gingen op bezoek bij onze moeder in de gevangenis. Elke dag wachtten we op één specifiek telefoontje en als we dit mistten, kon er niet worden teruggebeld. Op school loog ik altijd. Ik zei altijd dat mijn moeder in het ziekenhuis lag, want ik schaamde me. Ik was ook nog veel te jong en ik wilde niet gepest worden. Helaas gebeurde dat wel, want ik was het buitenbeentje. Uiteindelijk heb ik daar mee leren leven. Wij vierden Kerstmis, verjaardagen en andere feestelijke momenten in de gevangenis. Soms kregen we meer bezoekuren en spendeerden we meer tijd met haar. Het afscheid was altijd moeilijk, maar ik hield me sterk voor mijn broers. Als ik zin had om te huilen, deed ik dat in mijn kamer, alleen. Na acht à negen maanden werden we gescheiden, mijn broers en ik. Zij gingen naar een leefgroep in Limburg. Ik bleef nog even in Brussel, omdat ik mijn zesde leerjaar moest afmaken. Ik ga nooit vergeten hoe pijnlijk het was om gescheiden te zijn van m'n broertjes. Een paar maanden later moest ik afscheid nemen van de leefgroep in Brussel en ook naar Limburg vertrekken. Hartverscheurend om een groep mensen waar je een band mee hebt gekregen te moeten verlaten. Van Brussel naar Zelem. De aankomst in Limburg betekende dat ik me weer moest aanpassen. Het was er helemaal anders dan in Brussel. Andere regels, een andere omgeving, andere kinderen en begeleiders. Ik was wel blij dat ik terug samen met mijn broers in een leefgroep terecht was gekomen. De groep bestond uit tien tot veertien kinderen en we hadden elk een individuele begeleider waar je gesprekken mee kon hebben. Mijn eerste begeleidster was Nathalie en ik ben haar altijd enorm dankbaar geweest. Ik kreeg een hele goede band met haar, maar na een tijd moest ik weer afscheid nemen omdat ze uit de leefgroep ging vertrekken. Ik zou een boek kunnen vullen met verhalen over de leefgroep en de begeleiders die echt fantastisch werk deden.Tijdens de jaren in de leefgroepen onderging ik een zoektocht naar mezelf: Wie ben ik? Waarom moet ik dit meemaken? Dat resulteerde in een haat-liefdeverhouding met de leefgroep en de begeleiders. Uiteraard wilde ik een normale thuissituatie, maar dat zat er gewoon niet in voor mij en m'n broers. Ik vond het moeilijk om te praten over mijn emoties. Toch heb ik er ook geleerd om wat meer open te zijn over hoe ik me voel. Het was een terugkerend thema tijdens mijn jeugd: afscheid moeten nemen en opnieuw beginnen. Ik heb het concept leren accepteren, maar heb er wel verlatingsangst aan over gehouden. Dit is iets waar ik nog steeds mee worstel. Op mijn vijftiende moest ik weer afscheid nemen. Ik was te oud geworden voor de leefgroep waarin ik op dat moment zat, samen met m'n broers, en moest verhuizen naar een groep met andere pubermeisjes. Opnieuw nieuwe mensen, nieuwe regels, nieuwe omgeving. Acht jaar lang heb ik me telkens opnieuw moeten aanpassen aan nieuwe situaties. Ik heb zoveel mensen zien komen en gaan. Het heeft me leren omgaan met verandering. Toen ik vertrok uit de leefgroep ben ik tot het besef gekomen dat alles gebeurt met een reden. Ik heb een enorm moeilijke jeugd gehad, maar vandaag gebruik ik mijn zwakte als sterkte. Ik kijk hier positief op terug, want dit is wat mij gevormd heeft als mens. Dit is waar ik mijn kracht uit put. Natuurlijk ben ik doorheen de jaren heel boos geweest. Ik snapte het niet. Hoe konden we van alles naar niets gaan? Voor we geplaatst werden, hadden we zo'n leuk leven en opeens werd het van ons afgepakt. We hadden enkel elkaar. Vandaag de dag vind ik het daarom ook erg belangrijk om de kinderen te inspireren die ook in leefgroepen zitten, niet in zichzelf geloven en denken dat ze niets kunnen bereiken omdat ze geen stabiele thuissituatie hebben. Ik wil een inspiratie zijn, want ik herken die gedachten. Uiteindelijk ben ik wél beginnen geloven in mezelf. Ik ben heb mezelf gemotiveerd met de gedachte dat alles mogelijk is, als je er maar in gelooft en er hard voor werkt. Mensen verklaarden me in eerste instantie voor gek en zeiden dat ik als mijn moeder zou eindigen. Dat was pijnlijk, maar het heeft me de kracht gegeven om door te gaan en te vechten voor mijn dromen. Ik wil hoop geven aan die kinderen en hun laten zien dat er wel een andere weg is. Jij kiest zelf welke richting je uit gaat. Alles zit in je hoofd, maar daar moet je nog achter komen. Er is nog een heel leven na de leefgroep en je bent zoveel meer dan het label van een 'leefgroepkind'. Je kunt je dromen bereiken, als je maar gelooft in jezelf. Daarom vind ik het erg belangrijk dat kinderen in moeilijke thuissituaties een stem krijgen. Hun stem is namelijk even veel waard als die van andere kinderen.'