'Wat gaan we met vaders uniform doen?' Vader, dat was Dennis Jones, een jonge Brit die in 1943 opgeroepen wordt door het Britse leger. Na een opleiding in Aberdeen landt hij in juni 1944 in Normandië. Hij maakt de bevrijding van Brussel mee en komt daarna in Knokke-Heist terecht als instructeur voor het Belgische leger. Op een thé dansant leert hij de mooie Georgette kennen en wordt verliefd. Een jerrycan benzine overtuigt Georgettes vader van Dennis' goede bedoelingen en in 1947 trouwt het koppel. Georgette is in het wit, Dennis draagt zijn uniform. Ze krijgen twee zonen, Danny en Freddy, en na een paar jaar in Engeland vestigen ze zich in Duinbergen. Als Dennis in 1984 overlijdt, vraagt zijn echtgenote zich af wat ze met zijn uniform zal doen. Die vraag plant het zaadje dat uiteindelijk tot het For Freedom Museum zal uitgroeien, legt Danny Jones uit. 'Mijn broer Freddy zei meteen: 'Ik ga daar een mannequin van maken.''

Alle uniformen die je in het museum ziet, zijn door mijn moeder in ere hersteld.

Passionele zotten

De dood van zijn vader wakkerde Freddy's interesse voor de Tweede Wereldoorlog aan en dat werd de aanzet voor een uitgebreide verzameling. 'Knokke-Heist wordt niet geassocieerd met een oorlogsverleden en dat is raar, want we hebben hier een stevige traditie van herdenking', vertelt hij. 'Al sinds 1974 wordt er in deze streek in november elk jaar de Canadese Bevrijdingsmars georganiseerd. Daarbij stappen een 5000-tal wandelaars van Hoofdplaat, het eerste heroverde dorpje in Zeeuws-Vlaanderen - in oktober 1944 - te voet naar Knokke-Heist. Daar komen zo'n tachtig Canadese militairen en hun families naartoe. Vroeger waren dat vaak veteranen die bij de bevrijding betrokken waren, en zo kwam ik met hen in contact. Ik gaf rondleidingen in de streek, en drukte hen altijd op het hart dat ze niets mochten weggooien dat van historisch belang zou kunnen zijn, omdat ik ooit een museum wilde inrichten. Send it to Fred Jones in Belgium, was mijn boodschap. Wij zijn passionele zotten, vrees ik.' En met wij, bedoelt hij echt de hele familie. 'Alle uniformen die je hier ziet, zijn door de handen van onze moeder gegaan. Vlekken worden verwijderd, herstellingen worden gedaan, tot ze helemaal naar haar zin zijn.'

De bevrijding van de Lippenslaan, in scène gezet door scenograaf Pierre Verbreyt. © Senne Van der Ven

Veel van de voorwerpen en documenten in het museum komen uit de streek. Ze werden gevonden in de duinen, op het strand of gewoon in iemands kelder. 'Een hakenkruisvlag bijvoorbeeld, hing ooit in het casino van Knokke, dat door de Duitse troepen was opgeëist', vertelt Freddy. Iemand vond op zolder van zijn villa een Duitse helm en bezorgde die aan de broers. 'Het bijzondere is het camouflagenet dat erover zit', vertelt Danny. 'De vrouwen uit Heist werden door de bezetter verplicht om camouflagenetten te breien. Deze 'matten' werden vooral gebruikt om bunkers en artilleriestukken te camoufleren, maar deze ene soldaat bedekte er dus ook zijn helm mee.'

Geschenk uit de hemel

Jarenlang kwamen Freddy's aankopen en vondsten in de huizen van de Jones-familie terecht. Zijn schoolvriend Patrick Tierssoone verzamelde even passioneel als Freddy, maar dan vooral voertuigen. Een museum voor hun verzamelingen was een gedeelde droom. Toen er sprake was van het afbreken van de jongensschool in Ramskapelle, een gebouw uit 1876, ontstond er discussie onder de plaatselijke bevolking. Moest zo'n historisch gebouw niet bewaard worden? De burgemeester van Knokke-Heist, graaf Leopold Lippens werd overtuigd. Als er een museum in gevestigd zou worden, konden er subsidies aangevraagd worden voor de restauratie, aldus het plan van toenmalig directeur van Toerisme André Desmidt. En toen rinkelde Freddy Jones' telefoon. Of hij misschien een museum wilde beginnen? 'Dat was een geschenk uit de hemel. Zoiets vraagt men je geen twee keer in je leven.'

Dennis en Georgette Jones op hun huwelijksdag in 1947. © Senne Van der Ven

De verzameling van Freddy Jones vormt de basis van de collectie, samen met de voertuigen van Patrick Tierssoone. Het verhaal dat verteld wordt, is dat van de Slag om de Schelde. 'De geallieerden trokken begin september 1944 België binnen', vertelt Danny. 'Brussel werd op 3 september bevrijd, Antwerpen viel op 4 september. Op 12 september moest het Duitse leger Brugge opgeven, ze trokken zich terug achter het Leopold- en Schipdonkkanaal. Dat laatste stukje België werd door de bezetter met hand en tand verdedigd. Dat had met de haven van Antwerpen te maken. Zolang het Duitse leger de monding van de Schelde in handen hield, raakten er geen schepen in Antwerpen en kon het geallieerde leger niet optimaal bevoorraad worden. Alles achter het Leopold- en Schipdonkkanaal, van Zeebrugge tot aan Terneuzen bleef in Duitse handen. Het Canadese 1ste leger steekt met veel moeite de kanalen over en via een aanval in de rug met de befaamde Buffalo-amfibievoertuigen op de stranden van Biervliet wordt wat men The Scheldt Pocket noemt bevrijd. Knokke, Heist en Zeebrugge vallen pas op 1, 2 en 3 november in geallieerde handen.' 'Zelfs in het al bevrijde België wisten ze vaak niet dat wij nog bezet waren', vult Freddy aan. 'Er kwamen in september en oktober 1944 al mensen uit Brussel naar de kust gereden, om te zien of hun tweede verblijf de oorlog overleefd had. Maar die werden door de geallieerden weer naar huis gestuurd.'

In een van de hangars kreeg de collectie voertuigen van Patrick Tierssoone onderdak. © Senne Van der Ven

75 jaar vrede

Er was een locatie en een collectie, en om daar een interessant museum van te maken, riepen de broers de hulp in van scenograaf Pierre Verbreyt. 'Hij heeft ook The D-Day Experience in Normandië ingericht.' Hij kreeg twee jaar lang alle vrijheid, en ontwierp de scènes waar je, het liefst met begeleiding van de interessante app ingesproken door Lucas Van den Eynde, door loopt. Een Duitse soldaat die op het toilet leest dat de geallieerden geland zijn, de binnenkant van een onderzeeboot, de Lippenslaan op de dag van de bevrijding, de boerderij van boer Adriaenssens op het Hazegras, waar zowel Duitse als Canadese gewonden verzorgd werden, er zijn honderden details om naar te kijken.

Helemaal klaar zal het museum nooit zijn, denkt Freddy Jones. 'We hebben bijvoorbeeld het hele interieur van een Britse pub gekocht, The Fox Inn, om de situatie in Groot-Brittannië te illustreren. Die scène zijn we nog aan het afwerken.' En soms brengen bezoekers verrassingen mee. 'Een van de soldaten waar we het over hebben is Mike Donnet, die voor de oorlog als piloot bij de Belgische Luchtmacht diende en in 1941 met een tweedekker naar Engeland ontsnapte om zich daar bij de RAF te voegen. Op een dag krijgen we een dame op bezoek, die laat vallen dat haar moeder nog wel wat spullen had liggen die we mochten hebben. Dat bleek zijn dochter.'

De Tweede Wereldoorlog maakt deel uit van onze geschiedenis, ook als we niet echt veel weten over wat onze ouders, grootouders of zelfs overgrootouders in die vijf jaar hebben meegemaakt. 'Vrijheid heeft een prijs', vertelt Freddy. 'Dat willen we met ons museum meegeven. We leven vandaag al 75 jaar in vrede, en dat moeten we koesteren.'

For Freedom Museum, Ramskappellestraat 91-93 in Ramskapelle, forfreedommuseum.be