Half december kun je 'm verwachten. De vraag: "Wat doen jullie met oudjaar?" Als je bezorgde blikken wilt vermijden, heb je maar beter een goed antwoord klaar. "Wij trekken met twintig man naar een chalet in de Ardennen", bijvoorbeeld. Of: "Ik twijfel nog tussen drie feestjes." Liegen is een optie. Maar in tijden van openheid en onthullingen wil ik me liever eindelijk outen: er is niks wat me meer benauwt dan het hele oudejaarsavondgebeuren. Eenendertig december wil ik graag doorbrengen op de zuidpool, tussen pinguïns die zich net als ik niet bezighouden met een cijfer op een kalender.
...

Half december kun je 'm verwachten. De vraag: "Wat doen jullie met oudjaar?" Als je bezorgde blikken wilt vermijden, heb je maar beter een goed antwoord klaar. "Wij trekken met twintig man naar een chalet in de Ardennen", bijvoorbeeld. Of: "Ik twijfel nog tussen drie feestjes." Liegen is een optie. Maar in tijden van openheid en onthullingen wil ik me liever eindelijk outen: er is niks wat me meer benauwt dan het hele oudejaarsavondgebeuren. Eenendertig december wil ik graag doorbrengen op de zuidpool, tussen pinguïns die zich net als ik niet bezighouden met een cijfer op een kalender. Wat er mis is met oudjaar? Het begint al bij het basisconcept: "We spreken af dat we bij elkaar komen en doen alsof de sfeer om twaalf uur 's nachts nog steeds zo dolletjes is dat we nog uren willen doorgaan." Excuses zijn uitgesloten. Vroeg naar bed wegens morgen weer vroeg op gaat niet op. De pret is bijgevolg vergelijkbaar met de passie in een gedwongen huwelijk: het kán echt zijn, maar de kans dat er met de moed der wanhoop beter wordt geacteerd dan in Thuis is statistisch groter. Koude rillingenKwestie van je vrienden goed te kiezen? Klopt. Maar vaak komen op zo'n avond ook kennissen van die vrienden opdagen, wier langdradige ski-anekdotes of molenwiekende kinderen je niet echt een feestgevoel geven. En dan hebben we het nog niet over het eten gehad. Ach, het eten. Wat is het belangrijk geworden, in tijden van kook-tv en sterrenchefs. Gedaan zijn de zoete jaren zeventig, waarin prikkers met ananas en een stukje knakworst garant stonden voor een topavond. Uitpakken zullen we, met hapjes die je alleen in dat ene restaurant in een Italiaans bergdorp vindt of schuim dat niemand kan thuisbrengen. Ik vermoed dat de volgende stap in dit hele proces zal zijn dat we ook onze borden zelf gaan maken. Over vijf jaar is een beetje rechtgeaarde thuiskok ook keramieker. Schijnbaar verfrissend, in tijden van openlijke keukenstoef, klinkt de kreet 'we houden het simpel: iedereen brengt iets mee!' Trap er niet in. Nog zenuwslopender dan thuis eten serveren, is eten moeten vervoeren, dat vervolgens de concurrentiestrijd met andere bereidingen moet aangaan: mijn 'simpele versnaperingen' bleven zo eens zeven uur onaangeroerd op iemands salontafel staan. En het kan nog erger: ik heb vernomen dat er naast voeding ook steeds vaker animatie voorzien moet worden: "Iedereen bereidt twee goochelacts voor." Rillingen. Koude rillingen. Maar de kers op de deprimerende taart is wat mij betreft het vuurwerk. Het doet me denken aan televisieshows van vroeger, waar vrouwen met pluimen een trap afdaalden om te dansen rond de winnaar van de avond. Wie heeft er gewonnen op oudejaar, behalve de tijd, die ons onverschillig voorbijrent? Onze eigen vergankelijkheid lijkt me geen reden tot feesten. Ik heb lang gedacht dat ik gek was. Wat was er mis met wat geplande vrolijkheid? Kon ik niet gewoon een beetje meedoen, zoals iedereen? Tot ik ontdekte dat ik niet alleen ben: steeds meer mensen blijken een trip naar het buitenland te boeken om aan de opgelegde vreugde te ontsnappen of bedanken discreet doch feestelijk voor de 'réveillon'. Aan die mensen zou ik willen zeggen: laten we ons verenigen. Het is tijd om op te staan, onze stem te laten horen en onbeschaamd voor een hashtag te kiezen, als antwoord op de vraag hoe we 'het' gaan vieren: #ikdoehelemaalniets. Laat ons op onverwachte momenten, midden in het jaar, de champagne openpoppen. En laat ons oordoppen kopen. Zodat we op eenendertig december, ieder in ons eigen huis, rond een uur of halftwaalf met een gelukzalige glimlach kunnen zeggen: "Ik denk dat ik maar eens ga slapen."