'Dat klinkt alsof je eenzaam bent?' D. kijkt me verschrikt aan. Hij heeft net een uur zijn hart uitgestort over zijn huwelijk. Mevrouw D. deelt geen enkele van zijn interesses, maar duldt ook niet dat hij er dan in zijn eentje opuit trekt. Dus zit hij ongelukkig naast haar op de sofa. 'Eenzaam? Nee, gefrustreerd. Misschien zelfs ongelukkig. Maar eenzaam... nee, dat is meer iets voor mensen als jij.'
...

'Dat klinkt alsof je eenzaam bent?' D. kijkt me verschrikt aan. Hij heeft net een uur zijn hart uitgestort over zijn huwelijk. Mevrouw D. deelt geen enkele van zijn interesses, maar duldt ook niet dat hij er dan in zijn eentje opuit trekt. Dus zit hij ongelukkig naast haar op de sofa. 'Eenzaam? Nee, gefrustreerd. Misschien zelfs ongelukkig. Maar eenzaam... nee, dat is meer iets voor mensen als jij.' Mensen als ik, dat zijn mensen die alleen wonen en die in de ogen van D. dus als vanzelf eenzaam zijn. Nu heb ik daar zelf geen talent voor. Ik was het soort kind dat zich in haar kleerkast verstopte met een boek en een zaklamp, om met rust gelaten te worden. En ik ben het soort volwassene die alleen op reis gaat, omdat ik dat oneindig veel ontspannender vind dan in gezelschap. Toch ken ik verschillende soorten eenzaamheid. Van banale niemand-begrijpt-mijn-South Park-grapjes-eenzaamheid en praktische ik-krijg-deze-Ikeakast-niet-alleen-in-elkaar-gevezen -eenzaamheid tot existentiële ik-ga-alleen-sterven-en-het-gaat-drie-dagen-duren-voor-ze-me-vinden-eenzaamheid. Wat ik al jong ontdekte, is dat eenzaamheid niets te maken heeft met fysiek alleen zijn en alles met je verbonden voelen. Ik geniet in mijn eentje van een bergtop bij zonsondergang, omdat ik weet dat iemand ergens geïnteresseerd zal zijn in mijn reisverhaal. Misschien is het daarom dat mijn momenten van eenzaamheid toegenomen zijn na de dood van mijn moeder. Zij vond zelfs de meest onnozele details van mijn leven belangrijk. Maar eenzaamheid is helemaal niet het privilege van alleenwoners, zo concludeert Johanna Spaey in haar Kleine encyclopedie van de eenzaamheid. Ze schreef het boek omdat eenzaamheid altijd bij haar heeft gehoord, en tijdens het schrijven groeide de overtuiging dat er vele soorten zijn. Schrijvers zijn eenzaam, net als lange- afstandlopers, alfamannetjes, minnaressen, hooligans, vrijende koppels, quizmasters en mantelzorgers. Eenzaamheid zit in wie we zijn, schrijft ze. Vandaag wijzen we sociale media en de individualisering met de vinger, maar vroeger waren het bekrompen dorpsleven, de gesloten ouders en platgetreden paden even isolerend. Zelfs liefde is niet altijd een pleister op de wonde. 'Wanneer is liefde geen eenzaamheid? Als ze je gemoedsrust en verbondenheid geeft. Maar als liefde iets is waarvan de ander niet weet, dan is het eenzaamheid. Ook als die liefde vunzig, passioneel en ongecontroleerd is, zal ze je isoleren van je geliefde.' Eenzaamheid maakt deel uit van elk menselijk leven en toch is het vies. Zielig. We willen er liever niets over horen. En dat is jammer. Want alledaagse eenzaamheid is een beetje als hoofdpijn. Je lost het op door iets te ondernemen of door te gaan zitten en geduldig te wachten tot het overgaat.Maar ernstige, langdurige eenzaamheid, dat is iets anders. Geen sociaal netwerk hebben, dagenlang niemand zien of spreken, je verloren voelen, dat soort isolement is dodelijk. Het maakt ons niet alleen ongelukkig, maar is ook slecht voor onze bloeddruk en ons immuunsysteem. Dus misschien moeten we de jaarlijkse Week van de Verbondenheid, dit jaar van 22 tot 30 september, aangrijpen om het onderwerp aan te snijden. Om gewoon op café of in de kantine een vraag de groep in te gooien. Of jij ook weleens eenzaam bent, zo af en toe?