Twee seconden in, drie seconden uit, en dat gemiddeld meer dan 20.000 keer per dag, elke inademing brengt niet alleen zuurstof maar ook een boeket van geuren mee. Een genereus boeket bovendien, want onze neus heeft zo'n 400 soorten geurreceptoren en volgens onderzoek aan The Rockefeller University kan de gemiddelde menselijke neus zo'n triljoen verschillende geuren herkennen. 'Wij mensen zijn, in tegenstelling tot wat we tot nu toe dachten, uitzonderlijk goed in dingen ruiken', vertelde auteur dr Leslie Vosshal. Van al onze zintuigen is onze reukzin bovendien degene die het moeilijkst af te sluiten is. We kunnen de ogen dichtdoen voor lelijkheid, een noise-cancelling koptelefoon gebruiken om vervelende geluiden buiten te houden, iets dat vies smaakt uitspuwen en onaangename dingen gewoon niet aanraken, maar als we onze neus dichtknijpen, kunnen we moeilijk ademen en dat is lastig. Het onderzoek naar hoe onze geurzin werkt en wat het effect is op onze psyche, geheugen en gedragingen, is nog maar een paar decennia bezig, en er is heel veel wat we nog niet weten, zo blijkt.
...

Twee seconden in, drie seconden uit, en dat gemiddeld meer dan 20.000 keer per dag, elke inademing brengt niet alleen zuurstof maar ook een boeket van geuren mee. Een genereus boeket bovendien, want onze neus heeft zo'n 400 soorten geurreceptoren en volgens onderzoek aan The Rockefeller University kan de gemiddelde menselijke neus zo'n triljoen verschillende geuren herkennen. 'Wij mensen zijn, in tegenstelling tot wat we tot nu toe dachten, uitzonderlijk goed in dingen ruiken', vertelde auteur dr Leslie Vosshal. Van al onze zintuigen is onze reukzin bovendien degene die het moeilijkst af te sluiten is. We kunnen de ogen dichtdoen voor lelijkheid, een noise-cancelling koptelefoon gebruiken om vervelende geluiden buiten te houden, iets dat vies smaakt uitspuwen en onaangename dingen gewoon niet aanraken, maar als we onze neus dichtknijpen, kunnen we moeilijk ademen en dat is lastig. Het onderzoek naar hoe onze geurzin werkt en wat het effect is op onze psyche, geheugen en gedragingen, is nog maar een paar decennia bezig, en er is heel veel wat we nog niet weten, zo blijkt. Wat de wetenschap ondertussen wel weet, is dat geuren een indrukwekkend effect op ons hebben. Ze zijn gelinkt aan herinneringen en gevoelens en hebben zeer vaak een onbewuste impact. Bedrijven hebben daar - uiteraard - al hun voordeel mee gedaan. Een welgemikte geur doet ons langer in de winkel rondhangen, beïnvloedt ons idee over de kwaliteit van de producten en we zouden er zelfs meer voor willen betalen. Gokkers zouden dankzij de juiste geur tot 45% meer geld verspelen in een casino en Nike zou na het ontwikkelen van een winkelparfum een toename van 80% intentie tot kopen gezien hebben, zo rapporteert Time Magazine. Starbucks zorgt voor een intense koffiegeur in hun zaken, maar de aroma's van het eten dat ze ook verkopen wordt tot een minimum beperkt. Ikea vroeg aan geurkunstenares Sissel Tolaas om de geur van Zweden voor hen te bottelen en vijfsterren-hotelketens zoals St Regis gebruiken hun eigen huisparfum - rozen, lelies, appel en kersenbloesem - om de klanten niet alleen een thuis- maar ook een luxegevoel te geven. Pretpark Thorpe Park gebruikte dan weer de geur van urine om de Saw 4- attractie zo mogelijk nog angstaanjagender te maken. En het is niet allemaal fun en commerce. Uit onderzoek van de Nihon University School of Medicine in Tokio blijkt dat een bloemige, groene geur stressreducerend werkt op kantoor en aan de Wheeling Jesuit University in de VS ontdekte men dat mensen accurater typen en hoger scoren op alfabetiseringstaken dankzij de geur van pepermunt. Geur kan ons blij, chagrijnig, opgewonden of rustig maken. Dat verklaart misschien waarom de verkoop van geurkaarsen en andere home fragrances wereldwijd 13% steeg tijdens de coronacrisis. Als we dan toch thuiszitten, dan graag omgeven door een aroma waar we van genieten. Alles van toiletverfrisser tot peperdure geurkaarsen, home fragrance is sowieso een immense markt. In de VS was ze vorig jaar 22.89 miljard waard. We geven dus veel geld uit aan een welriekend huis. Opvallend, want of we nu moeite doen of niet, elk huis heeft sowieso zijn eigen geur, legt Caro Verbeek, geurhistorica aan de Vrije Universiteit Amsterdam, uit. 'Geurloosheid is een mythe. Shampoo, poetsproducten, waspoeders, ze hebben allemaal een geur, en de combinatie met de geur en parfums van de mensen en eventueel dieren die er wonen, vormt de unieke geur van elk huis.' We ruiken dat zelf niet bewust, omdat dat een gewoontegeur is, legt Verbeek uit. 'Na een zevental seconden ben je aan elke geur gewend en ruik je 'm niet echt meer. Er is ook nog een verschil tussen adaptatie - na enkele minuten ruiken we een nieuw parfum niet meer - en habituatie - we ruiken ons huis zelfs direct na binnenkomst niet meer bewust omdat we het gewend zijn, maar wel weer na een vakantie. Allebei die fenomenen zijn logisch: als we ons de hele tijd bewust zouden zijn van alle geuren om ons heen, zouden we gek worden. Maar als we na een vakantie weer thuiskomen, ruiken we plots onze 'thuis' en ook als er iets mis is of er plots een ongewone of doordringende geur hangt, zijn we ons ervan bewust. Zelfs de huidige pandemie heeft haar eigen geur: ontsmettingsmiddel, handgel en -crème.' Grappig genoeg beseffen we niet dat de indeling van onze huizen voor een deel bepaald wordt door geuren, stelt Verbeek. 'De Franse historicus Alain Corbin schreef daar een boeiend boek over, Le miasme et la jonquille: L'odorat et l'imaginaire social. Het toilet is meestal ver van de keuken, om overduidelijke redenen, en de slaapruimtes liggen ver van de keuken, zodat je in je slaap niet gestoord wordt door kookgeuren. Toen de straten nog bepaald onaangenaam roken, waren de 'mooiste' kamers van het huis ver van de straat. Tuinen werden zo ontworpen dat ze het hele jaar door heerlijk roken, en bloemen, die in de negentiende eeuw veel sterker roken dan vandaag, werden gebruikt om de huizen te parfumeren. Zelfs tulpen hadden toen een uitgesproken geur.' In de middeleeuwen werden strooikruiden zoals lavendel, tijm, rozemarijn en rozenblaadjes op de grond van verschillende kamers verspreid. Als je erover liep, gaven ze hun geurige oliën af. 'Tot een paar decennia geleden hadden veel mensen ook nog meubels van cederhout, die een heel specifieke geur hadden. En amper twintig jaar geleden werd er in heel wat huizen gerookt, en was alles doordrongen van de geur van sigaretten en sigaren. Iets wat we ons vandaag niet meer kunnen voorstellen.' Nu we sterke dampkappen en ventilatiesystemen hebben, kunnen we 'open plan' wonen zonder dat de geur van je ontbijt-spiegelei tot 's avonds blijft hangen. Het is een gekke discrepantie, vindt Verbeek. 'We zijn ons bewust van de impact van geur, maar zien het op het vlak van design toch niet als iets dat deel uitmaakt van een ontwerp. We voegen het achteraf toe.' In het verleden was dat weleens anders, vertelt ze. 'In de Hagia Sofia bijvoorbeeld werd er muskus verwerkt in de mortel. Parfum was belangrijk in heilige gebouwen, omdat in de vroege islam en het christendom geur gezien werd als een taal die God begreep. Het verspreiden van bepaalde geuren bracht de gelovigen ook meteen in een andere wereld.' Maar het was niet altijd zo spiritueel, vertelt Verbeek. 'Wilde dieren, vechtende mensen, een enorm publiek in de blakende zon, in het Romeinse Colosseum rook het waarschijnlijk niet geweldig. Dus had het gebouw een systeem waarmee het aromatische oliën over het publiek kon verspreiden. De Domus Aurea, de pleziervilla van Nero, had een plafondsysteem waarbij er parfum en rozenblaadjes op de gasten neerdwarrelden en de centrale oculus in het Pantheon wordt zelfs vandaag op Pinksteren nog gebruikt om het rozenblaadjes te laten regenen.' 70% van hoe we ons ergens voelen, kan gelinkt worden aan geur, stelt Caro Verbeek. Als we weten dat geur zo'n effect op ons heeft, waarom heeft dan niet elk huis zijn eigen ingebouwde parfumsysteem, niet elk ziekenhuis een manier om rustgevende natuurgeuren in wachtzalen te verspreiden om patiënten op hun gemak te stellen en niet elke examenruimte een parfum dat de creativiteit en de helderheid van de studenten bevordert? Omdat geur het zintuig is dat we het minst op prijs stellen, stelt architect Peter-Willem Vermeersch, die aan de KU Leuven in de Design/Research-groep onderzoek doet naar de vraag hoe we gebouwen inclusiever kunnen maken. 'Ontwerpen in architectuur zijn grotendeels gericht op het visuele, de andere zintuigen zijn minder ontgonnen en tast en geurzin bungelen helemaal achteraan. Geur staat simpelweg niet op de radar van de meeste architecten, vrees ik. Bij het zoeken naar abstractie en rationalisatie tijdens het modernisme werd de visuele perceptie als de meest objectieve beschouwd. Socioloog Bruno Latour beschrijft hoe methodes van opnemen dit nog verder versterkt hebben. Ook antropoloog TimIngold heeft veel over die dominantie van het visuele geschreven, en volgens hem heeft het te maken met het feit dat het visuele als het meest objectiverende zintuig werd beschouwd in het modernisme. Als je iets ziet, geloof je het ook. Je kunt er ook afstand van nemen, het zelfs vastleggen en opslaan, vroeger in tekeningen en nu op foto of video. Ingold beschrijft hoe andere zintuigen dit proces minder hebben doorgemaakt, en daarom nog als lichamelijker en minder afstandelijk beschouwd worden. Geur is veel minder te controleren, het is persoonlijker en je kunt het niet vastleggen.' Geur werd lang gezien als de dierlijkste van onze zintuigen, stelt Verbeek, en daar bleven we liefst zo ver mogelijk van weg. Het is bovendien tijdelijk, legt Vermeersch uit. 'Zelfs als je met bijvoorbeeld hout bouwt, dan verdwijnt de uitgesproken houtgeur na een tijdje. Zeker als je het hout om bouwtechnische redenen gaat behandelen.' Het ultieme bewijs van onze verwaarlozing van reuk als zintuig? De meeste talen vandaag hebben amper woorden om geuren te omschrijven. Volgens Asifa Majid, professor taal, communicatie en culturele cognitie aan de Radboud Universiteit, hebben we in het Nederlands maar één woord dat specifiek een geur beschrijft: muf. Alle andere woorden die we gebruiken - denk maar aan fris, zoet, natte hond, tabak, witte bloemen - verwijzen naar een ander zintuig. Ook al kunnen we ontzettend veel genot, ontspanning of net stimulatie halen uit het juiste parfum, geuren wegnemen is het enige waar design en architectuur vandaag bewust mee bezig zijn. Moderne bouwmaterialen zoals beton, baksteen en glas zijn zo goed als geurloos en dampkappen, airconditioning en ventilatiesystemen zijn een integraal deel van elk modern gebouw. Ook daar zit een historische kant aan, legt Vermeersch uit. 'In het verleden werden onaangename geuren vaak geassocieerd met ziekte, en werd parfum gebruikt om ze te maskeren. Vandaag ventileren we ze gewoon weg.' Er zijn uiteraard uitzonderingen. Toen de Zwitserse architect Peter Zumthor de Royal Gold Medal van het Royal Institute of British Architects won, speechte hij: 'Architectuur gaat niet over vorm, het gaat over veel andere dingen. Licht, gebruik, structuur, schaduw, geur, noem maar op.' En de man voegt de daad bij het woord. In zijn Therme Vals hebben sommige ruimtes zware leren gordijnen en in de Flower Pool parfumeren zowel bloemblaadjes in het water als parfum dat uit de muren komt het bad. In Wachendorf ontwierp hij voor lokale boeren de Bruder Klaus Feldkapelle. Een tentachtige structuur in hout werd met beton bedekt, waarna het hout binnenin verbrand werd. Het vuur smeulde drie weken, en de vorm en geur van het opgebrande hout bleven hangen. Toen Zumthor in 2011 het Serpentine Paviljoen in de Londense Kensington Gardens mocht ontwerpen, koos hij voor een donkere houten doos met daarin een aromatische kloostertuin van Piet Oudolf. 'Om de geluiden en geuren van het drukke Londen te doen vergeten', vertelde hij in interviews. Herzog & de Meuron mochten het volgende jaar datzelfde Serpentine Paviljoen bouwen en nodigden daarvoor ook Ai Weiwei uit. De architecten en kunstenaar bouwden een verzonken gebouw dat naar de funderingen van vorige paviljoenen verwees en helemaal bekleed was met kurk. De geur was integraal deel van de ervaring, en moest het idee van uitgegraven aarde oproepen. Het Bahia House van Gaetano Pesce bestaat uit zes paviljoenen, waarvan er eentje in rubber gebouwd werd. Om de geur van dat rubber te maskeren is het geïnfuseerd met lavendel. Mooi allemaal, maar au fond toch niet meer dan gimmicks. Geur is duidelijk nog geen veelgebruikt instrument in de gereedschapskist van de doorsneearchitect. Toen Carol Philips van architectenbureau Moriyama &Teshima gevraagd werd om een Multi Faith Centre te bouwen voor de universiteit van Toronto, werd duidelijk dat de verschillende godsdiensten die het gebouw zouden gebruiken dan wel allemaal hun eigen symbolen hebben, maar ook een aantal dingen gemeen hebben. Het idee van licht als een symbool voor geloof, bijvoorbeeld, maar ook het gebruik van kaarsen, wierook, bloemen of kruiden. Daarom werd er een gesofisticeerd ventilatiesysteem geïnstalleerd dat de lucht met rust laat tijdens de ceremonieën, maar geuren daarna snel kan verwijderen. Bovendien gebruikte de architect ook gerecycleerd hout, onyx panelen en een verticale tuin in een meditatieruimte, waar geurende planten in kunnen groeien. Er wordt lucht door die tuin gezogen en dan het ventilatiesysteem ingestuurd, om het hele gebouw een 'natuurlijk' aroma te geven. Dat is volgens Caro Verbeek de toekomst. 'Systemen die niet alleen geuren wegnemen, maar ze ook kunnen toevoegen als we dat willen. Maar voor we daar zijn, moeten designers en architecten eerst leren hoe belangrijk geur is voor ons welzijn. Ik denk dat er eerst een bewustzijn moet groeien over de impact van al onze zintuigen en hoe we dat vorm kunnen geven in onze leefomgeving. Ook in steden zouden we planten kunnen gebruiken om de geuren van pollutie te verdrijven, bijvoorbeeld. Het zou mooi zijn als we in de toekomst een ruimte konden parfumeren in functie van wat we in die kamer gaan doen en wat we daarbij nodig hebben. Of stel je voor dat je de vertrouwde geur van een huis mee kunt nemen als je verhuist, of als je naar een woonzorgcentrum trekt.' Wat haar wel opvalt, is dat we wantrouwig zijn als het over de invloed van geuren gaat. 'Ik hoor mensen dan vaak zeggen dat ze dat manipulatie vinden. Vreemd, want visueel worden we constant gemanipuleerd en daar kunnen we prima mee leven. De Belgische kunstenaar Peter de Cupere doet zeer interessante dingen wat het gebruik van geur betreft, vertelt Verbeek. De Cupere ontwierp voor een Nederlands woonzorgcentrum in Doetinghe Smelloflowers, een kunstwerk dat centraal staat in de hal van een gebouw waar vooral demente bejaarden wonen. Uit de fictieve bloemen van het kunstwerk stijgen bloemengeuren op, en elk van de drie gangen van het gebouw heeft zijn eigen trosje Smelloflowers, waardoor elke afdeling zijn specifieke geur heeft. 'Niet alleen helpen die geuren de bewoners om zich te oriënteren en dus minder te verdwalen,' legt Verbeek uit, 'de geuren roepen ook herinneringen en gevoelens op, en zorgen ervoor dat de bewoners zich meer thuis voelen in hun omgeving. Heel belangrijk voor wie met dementie leeft. De Cupere heeft zelfs verschillende geuren voorzien voor verschillende seizoenen. Je zou verwachten dat dit soort initiatieven overal opduiken, net omdat ze zo veel impact hebben. Voorlopig is dat niet zo, maar ik verwacht het in de toekomst wel. Zeker nu we door de pandemie met onze neus op de feiten gedrukt worden: geur is cruciaal en design en architectuur kunnen niet achterblijven.'