Echtgenote en rechterhand Natacha Hofman (52) leerde Vanfleteren kennen als studente en is nu artdirector bij Kannibaal en Hannibal, de uitgeverijen die hij mee oprichtte.
...

'Voor ons was dit een atypisch jaar. Normaal gezien is Stephan voortdurend op pad voor zijn opdrachten en projecten, nu zat hij bijna acht maanden bij ons thuis in Veurne, om te wroeten in de negatieven en digitale bestanden van de voorbije 33 jaar. Achteraf bekeken snap ik waarom hij dat per se zelf wilde doen, maar hij is wel heel diep gegaan. Door zijn eigen werk om te woelen, zat hij immers ook in zijn eigen verleden te graven. Hij zag alle hoogtepunten, maar ook alle mislukkingen en gemiste kansen, en tegelijk ook ons leven samen. Toen ik eind augustus met de kinderen in Zuid-Frankrijk zat, kreeg ik plots een telefoontje van zijn uitgever Gautier Platteau: 'Natacha, je moet ingrijpen, Stephan is eronderdoor aan het gaan.' Geen moment te vroeg: toen Stephan in Avignon van de trein stapte was hij een hoopje ellende. Ik had snel door wat voor soort mens hij is. Hij studeerde fotografie aan Sint-Lukas in Brussel, ik voor regieassistente aan het RITCS. Toen was hij al de klok rond bezig met de fotografie, alsof de camera voor hem de enige manier was om naar de wereld te kijken. Het soort man dat je in het holst van de nacht uit bed haalt omdat hij een ingeving heeft of een portret van je wil maken. Bij onze eerste reizen samen begreep ik algauw dat ik maar beter mijn eigen programma uitstippelde, want achter de camera verliest Stephan de tijd uit het oog. Op dat vlak is hij ook nog geen haar veranderd: voor zonsondergang komt hij niet terug, is de regel. (lacht)De sérieux van zijn beelden vertelt niet alles. Privé komt Stephan veel zotter en grappiger uit de hoek dan mensen vermoeden, al hou ik ook van zijn ernstige kant. Samenleven met een denker betekent ook dat je echt diepe gesprekken kunt voeren. Ik vind het fijn dat hij zijn werk met mij deelt en vaak mijn mening vraagt. Omdat we al van ons negentiende samen zijn en allebei een visuele opleiding gevolgd hebben, delen we ook een beeldtaal. Meestal zitten we op dezelfde lijn, en ik zal altijd rechtuit mijn gedacht zeggen. Stephan heeft daar geen moeite mee - op zulke momenten ben ik een veel grotere stijfkop dan hij. Van zijn lange reizen heb ik nooit een punt gemaakt. Ook niet toen De Morgen hem voor zijn eerste opdrachten naar conflictgebieden stuurde en ik er met drie jonge kinderen alleen voor stond. Het enige wat ik altijd vroeg, is dat hij bij zijn thuiskomst onmiddellijk weer zou meedraaien, en dat doet hij. Zelfs wanneer hij midden in de nacht landt, gaat hij om zeven uur 's ochtends vers brood halen en ontbijten we allemaal samen. Verder heb ik hem altijd gestimuleerd om er volledig voor te gaan. Het land en de wereld rondreizen om foto's te maken is zijn leven - als je van elkaar houdt, kun je de ander dat niet afnemen. Familie- en vakantiefoto's zijn mijn terrein, die neem ik gewoon met een polaroidcamera. Soms vraagt Stephan de kinderen weleens of hij eindelijk nog eens een portret mag maken, maar het is niet dat we voortdurend op onze hoede moeten zijn. Als ik hem zou laten doen, zouden er veel meer foto's van mij zijn, maar Stephan weet ook dat ik het liefst achter de schermen blijf. Sowieso zal ik nooit ja zeggen om hem toch maar zijn zin te geven. Als iemand niet met volle goesting op de foto gaat, zie je dat onvermijdelijk ook in de foto, en dan hoeft het niet voor Stephan.'