In 2008 bestonden de bestuursraden voor 8,2 procent uit vrouwen, in 2016 liep dat op tot 21,6 procent. 61,3 procent van de bedrijven heeft het wettelijk quotum van 30 procent vrouwen nog niet bereikt.

"Dit bewijst dat de dwingende aanpak werkt", zegt Liesbet Stevens, adjunct-directeur van het instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. Toch doen niet alle bedrijven het even goed. Zo zijn het vooral de grootste beursgenoteerde ondernemingen die vooruitgang boeken. "Logisch", zegt Stevens. "Zij moeten tegen 2017 voldoen aan de quotawet, om geen financiële sancties op te lopen."

Kleine en middelgrote ondernemingen krijgen nog tot 2019 de tijd om zich aan de vereisten aan te passen. Momenteel halen 46 van de 119 onderzochte bedrijven, een kleine 40 procent, het wettelijke quotum. In 2012 was dat maar 13,6 procent.

Alle economische overheidsbedrijven en ook de Nationale Loterij voldeden in 2016 aan de doelstelling, al is er wel voor het eerst sinds 2008 een achteruitgang in de vrouwelijke vertegenwoordiging te merken. Bovendien doen sommige overheidsbedrijven het aanzienlijk beter dan andere: zo zetelen in de bestuursraden van Proximus en Infrabel ongeveer 40 procent vrouwen, terwijl Belgocontrol en NMBS net het minimum van 30 procent halen.

Ander verhaal in directiecomités

Hoewel de wet enkel van toepassing is op de bestuursraden, en niet op de directiecomités, maakte het Instituut ook een balans op van de gendergelijkheid in die strategische en beslissingsfuncties. Daar oogt de situatie minder rooskleurig: in 76,2 procent van de onderzochte bedrijven zetelde geen of slechts één vrouw in het directiecomité.

De genderquotawet dateert van juli 2011, en geldt sinds 2012 voor overheidsbedrijven. Voor de grote beursgenoteerde bedrijven geldt ze vanaf 2017, de kleinere krijgen nog tot 2019 om zich aan te passen. (Belga/EK)