Chroniqueur van onze tijd, provocateur, voyeur, satiricus: Martin Parr (69) laat het zich allemaal welgevallen. Zijn werk uitleggen heeft de gevierde én controversiële documentairefotograaf nooit gelegen, dat deden anderen de voorbije 45 jaar uitgebreid voor hem. Zijn favoriete onderwerpen - de vrijetijdsbesteding, rijkdom en consumptiewoede van de westerse mens - zijn dan ook uitermate herkenbaar. Parr heeft bovendien een onnavolgbare stijl, die met behulp van macrolenzen, een ringflitser en schreeuwerigere kleuren genadeloos onze eigenaardigheden en contradicties blootlegt. Grappig, absurd, wrang of tragisch: in zijn beelden is het alledaagse leven het vaak allemaal tegelijk.
...

Chroniqueur van onze tijd, provocateur, voyeur, satiricus: Martin Parr (69) laat het zich allemaal welgevallen. Zijn werk uitleggen heeft de gevierde én controversiële documentairefotograaf nooit gelegen, dat deden anderen de voorbije 45 jaar uitgebreid voor hem. Zijn favoriete onderwerpen - de vrijetijdsbesteding, rijkdom en consumptiewoede van de westerse mens - zijn dan ook uitermate herkenbaar. Parr heeft bovendien een onnavolgbare stijl, die met behulp van macrolenzen, een ringflitser en schreeuwerigere kleuren genadeloos onze eigenaardigheden en contradicties blootlegt. Grappig, absurd, wrang of tragisch: in zijn beelden is het alledaagse leven het vaak allemaal tegelijk. 'Ik ben gevleid wanneer mensen me met een antropoloog of een socioloog vergelijken', zegt de Brit, van wie deze week een overzichtstentoonstelling met meer dan vierhonderd foto's in het Brusselse kunstcentrum Hangar opent. 'Het lijkt me ook onvermijdelijk dat mijn werk een politieke dimensie heeft. Maar mijn prioriteit is een interessante foto maken die mensen uitnodigt om ernaar te kijken en die entertaint. Wie wil zal er wellicht een serieuze boodschap in vinden, maar ik ga er niet van uit dat iedereen dat wil. Het is ook niet aan mij om te zeggen wat die boodschap is, laat staan dat ik denk dat fotografie de wereld kan veranderen. Dat humanistische idee deel ik helemaal niet. Mijn beelden zijn enkel mijn interpretatie van de werkelijkheid, mijn subjectieve waarheid zo je wil.' De laatste achttien maanden waren niet de makkelijkste van zijn leven, bekent Parr thuis in Bristol. Eerst beroofde de pandemie hem van de toeristische trekpleisters, paardenrennen en flower shows die hij zo graag vastlegt, vervolgens werd hij naar eigen zeggen verlamd door een kankerdiagnose en nu fotografeert hij met behulp van een scootmobiel. Bovendien moest Parr vorige zomer opstappen als artistiek directeur van het Bristol Photo Festival, wegens zijn voorwoord in de heruitgave van een boek van de Italiaanse fotograaf Gian Butturini, waarin een beeld van een zwarte verkoopster van metromuntjes pal naast dat van een gorilla in de Londense dierentuin staat. Wat controverse betreft is Parr anders wel wat gewoon. De serie die hem in 1986 op de kaart zette, The Last Resort, een ontluisterend portret van de arbeidersklasse op vakantie in het vervallen kuststadje New Brighton bij Liverpool, vestigde meteen zijn reputatie. Voyeurisme, leedvermaak, exploitatie: de beschuldigingen bemoeilijkten zijn latere toetreding tot het vermaarde fotoagentschap Magnum aanzienlijk en achtervolgen hem tot vandaag. Zelf zit hij daar niet mee, vertelt Parr: ' The Last Resort gaf me een kans om mijn werk op het Europese vasteland te tonen en de achtste editie van het boek vliegt nog altijd de deur uit - mij heeft die reeks niets dan goeds gebracht.' Badsteden en andere toeristische oorden, prominent aanwezig in series als Small World (1989-1995), Knokke-Le-Zoute (2000-2001) en Death by Selfie (2015-2019), oefenen tot vandaag een grote aantrekkingskracht op hem uit, bekent Parr. 'Thuis gingen uitstappen altijd naar natuurhistorische bestemmingen, kuststeden als Blackpool en Bristol waren uit den boze. In zekere zin haal ik dus mijn achterstand in. Ik maak ook graag gebruik van herkenbare, fotogenieke plaatsen en de dankbare houdingen die mensen op het strand aannemen, maar ik werk vooral met de tegenstelling tussen de mythevorming rond een plaats en de realiteit ervan. Die is vaak heel anders. Steden als Barcelona en Venetië zijn vandaag zo populair dat net de dingen die mensen aantrekken er amper nog te vinden zijn.' Hoe hij omgaat met de drukte op de plekken die hij bezoekt? 'Met menigtes en chaos heb ik geen probleem, die vergroten mijn anonimiteit en de kans dat ik dingen zie die ik wil vastleggen. De uitdaging zit vooral in de vertaling van wat ik zie en voel in een sterk beeld, iets dat mijn ervaring ter plaatse weergeeft. Het klopt wel dat mensen zich veel bewuster zijn van camera's in publieke ruimten en tegenwoordig ongevraagd poseren. Daarnaast maken ze ook vaker bezwaar tegen foto's, zeker als er kinderen mee gemoeid zijn. Maar dat zie ik eerder als een aanmoediging om dit werk serieus te nemen, terwijl minder toegewijde fotografen misschien afhaken.' De liefde voor de fotografie heeft Parr mede aan zijn grootvader te danken, een amateurfotograaf die hem als jonge tiener een camera leende en hem inwijdde in de ontwikkeling van films en afdrukken. Alhoewel hij later ook fastfood vastlegde - 'hoe ongezonder, hoe fotogenieker' - en 'omwille van de uitdaging' ook opdrachten schoot voor onder meer Louis Vuitton en Gucci, richt Parr zijn camera van in het begin op gewone mensen. Als student had hij een baantje als portretfotograaf in een vakantiedorp, terwijl zijn afstudeerproject focuste op mensen in hun thuisomgeving. Midden jaren zeventig volgt dan zijn eerste echte werk: het dagelijkse leven van religieuze boerengemeenschappen in West Yorkshire. 'Vroeg je roeping vinden is een zegen', zegt Parr. 'Alles wat ik gedaan heb, heeft me mee op het punt gebracht waar ik me nu bevind. Al denk ik niet dat er een ervaring was die echt de doorslag gaf. Zonder die vakantiejob als student zou ik ook wel fotograaf geworden zijn.' Toch verschoof zijn aandacht mettertijd van de huiselijke en professionele bezigheden van mensen naar wat arm en rijk in hun vrije tijd uitspoken. 'Mensen kiezen er echt voor om naar het strand te trekken, te gaan vissen of wat dan ook. Voor mij zeggen zulke keuzes veel meer over wie ze zijn dan hun werkleven, dat eerder om verplichtingen en beperkingen draait.' Een ander keerpunt, in 1984, was zijn afscheid van de zwart-witfotografie, ingegeven door het werk van Amerikaanse fotografen als William Eggleston en Stephen Shore. Dat veranderde de ontvangst en impact van zijn beelden danig, zegt Parr: 'Begin jaren tachtig was de zogenaamd serieuze documentairefotografie bijna uitsluitend een zwart-witgebeuren. Dat aura van ernst heeft zwart-wit tot op zekere hoogte nog steeds, maar zelf was ik er klaar mee. Kleurenfoto's sluiten beter aan op hoe we de wereld echt zien en ik had het geluk dat er op hetzelfde moment een golf was van jonge documentairefotografen die in kleur werkten. Niet dat ik me afvraag hoe mijn beelden onthaald en geïnterpreteerd zullen worden. Ik maak gewoon wat ik wil maken, niet met mijn hoofd, maar met mijn intuïtie.' Ook de besloten omgeving van de kunstwereld lijkt hem maar weinig te zeggen. Zo leende hij van de commerciële fotografie de gesatureerde kleuren en heldere belichting en omarmde hij in zijn carrière ook reclameopdrachten en het hergebruik van beelden in advertenties. In dezelfde genreoverschrijdende lijn ligt Parrs veelvuldige gebruik van laagdrempelige communicatiemiddelen als Instagram en postkaarten, die hij zelf verwoed verzamelt. Gevraagd naar hoe hij zich het liefst uitdrukt, wijst hij echter naar zijn fotoboeken. Zijn portfolio omvat ondertussen 116 titels, plus een veertigtal door hem samengestelde boeken over andere fotografen. 'Over een fotoboek heb je de volledige controle. Je kunt er je werk in tonen en je statement maken zoals jij het wilt, het is een object dat je kunt vasthouden en ruiken - in mijn ogen leent niets zich beter tot de fotografie.' Met een verlengd weekend voor de boeg - daags na het interview wuiven de Britten naar jaarlijkse gewoonte de zomer uit - eindigen we het gesprek op Groot-Brittannië en de Britse eigenheid, onderwerpen die hij tot vandaag onder de microscoop legt. 'Liefde en haat liggen soms dicht bij elkaar. Ik ben enorm kwaad dat we ervoor stemden om de Europese Unie te verlaten, tegelijk is het ook dat Leave-electoraat dat ik zo graag fotografeer. Veel van mijn werk rond de Britten drijft op zulke tegenstellingen. Op zich hebben alle landen hun merkwaardigheden - alleen ken ik de Britse maar al te goed. Dat is een voordeel wanneer je dat op een wat ondeugende, humoristische manier wilt illustreren.' Waar Parr na al die jaren de energie vandaan haalt? 'Mijn beste werk ligt ongetwijfeld achter me, maar ik verveel me niet. Je kunt altijd beter worden in wat je doet, en een fotograaf kan altijd een nóg straffer beeld maken. Ergens moet ik mezelf dat vertellen en daarin geloven, maar sterke foto's maken is ook echt moeilijk. Als je een onderwerp hebt gevonden dat je ligt, kun je het dus maar beter vasthouden.'