Ik ben geboren in Borgerhout in de zomer van 1942. Anderhalf jaar later werden mijn ouders gearresteerd en belandde ik in een Brussels weeshuis. Jaren later heb ik me vaak afgevraagd wat hen bezielde om in volle oorlogstijd met elkaar te trouwen en een kind te krijgen. Hadden ze dat ook gedaan als ze alle details over de verschrikkingen van de nazi's hadden gekend? De laatste jaren denk ik weleens dat het misschien niet zoveel had uitgemaakt: hoe meer informatie we krijgen, hoe minder we lijken te weten.
...

Ik ben geboren in Borgerhout in de zomer van 1942. Anderhalf jaar later werden mijn ouders gearresteerd en belandde ik in een Brussels weeshuis. Jaren later heb ik me vaak afgevraagd wat hen bezielde om in volle oorlogstijd met elkaar te trouwen en een kind te krijgen. Hadden ze dat ook gedaan als ze alle details over de verschrikkingen van de nazi's hadden gekend? De laatste jaren denk ik weleens dat het misschien niet zoveel had uitgemaakt: hoe meer informatie we krijgen, hoe minder we lijken te weten. Over de gruwel van Auschwitz sprak mijn moeder niet. Samen met haar zus was ze de enige van onze familie die terugkeerde - zoals veel andere overlevers van de Holocaust schaamde ze zich daarover. Destijds moest ik haar stilzwijgen wel respecteren, nu vind ik het jammer dat ik niet in opstand kwam. Dankzij het proces-Eichmann in 1961 en opzoekingswerk in Poolse archieven heb ik een deel van mijn vragen kunnen beantwoorden, maar niet allemaal. Hoe mijn grootouders, tantes en nonkels waren als mensen, de details van onze familiegeschiedenis, wat er echt in mijn moeder omging: na al die jaren blijft het moeilijk om te aanvaarden dat ik veel dingen nooit zal weten. Een sterk beeld zegt meer dan duizend woorden. Een boek moet je eerst lezen en laten bezinken, een tekening of een foto daarentegen komt meteen binnen. Destijds begreep ik niet hoe een gecultiveerd land als Duitsland zo kon ontsporen dat het zes miljoen Joden afmaakte als beesten, maar daar waren jaren van demonisering en indoctrinatie aan voorafgegaan. Karikaturen op posters, postkaarten en ander alledaags drukwerk toonden Joden onophoudelijk als geldwolven, ongedierte en kindermoordenaars, tot ze in de hoofden van de Duitsers geen mensen meer waren. Vrienden hebben me vaak verteld dat ze het maar een afschuwelijke hobby vonden. Altijd maar die vreselijke tekeningen bekijken, was dat wel gezond? Op zich hadden ze gelijk: de afbeeldingen zíjn walgelijk. Maar de waarheid is ook dat ze verzamelen voor mij een soort therapie was, een manier om het verlies van zowat mijn hele familie te begrijpen en dat een plaats te geven. Ik heb van mijn beroep mijn passie gemaakt. Op mijn vijftiende wist ik niet dat dat kon: op school was ik de eerste van de klas, en plotseling moest ik in de leer gaan bij een Antwerpse diamantair, zodat we thuis konden rondkomen. Toch hebben die moeilijke omstandigheden me nadien veel geluk gebracht. Ik ontwikkelde een fascinatie voor kleurdiamanten, ik mocht kennismaken met boeiende juweliers over de hele wereld, mijn familie kwam nooit iets tekort - dan heeft het leven je verwend. Wat meer leven en laten leven zou ons goed doen. Mensen hebben altijd graag geroddeld en kwaadgesproken, maar met de sociale media is dat nog makkelijker geworden. Via Instagram, WhatsApp en andere snufjes kunnen we elkaar nu voortdurend in de gaten houden en berispen. Zelf heb ik altijd geprobeerd om me zo weinig mogelijk te bemoeien met wat anderen doen: het hoogste goed in het leven van een mens is zijn vrijheid. Verzamelen is een ongeneeslijke ziekte. Ik heb in de loop van mijn leven al van alles verzameld, van postzegels en oude zakhorloges tot vazen in Muranoglas, maar het komt altijd op hetzelfde neer: een verzamelaar overtuigt zichzelf voortdurend dat hij dit of dat absoluut moet hebben. Het plezier van het vinden en het kopen is dan ook van korte duur: sommige objecten die me op een bepaald moment onmisbaar leken, verdwenen nadien meteen in een kast of een lade zonder dat ik er ooit nog naar keek, omdat ik binnen de kortste keren een andere obsessie had. Jongere vrienden helpen me om jong van geest te blijven. Alleen maar met oude mensen optrekken, altijd maar over de goede oude tijd praten: dat vertraagt het denken enorm. Tegelijk ben ik blij dat ik jong was op een moment dat er meer intimiteit en warmte tussen de mensen was. Vandaag is het veel moeilijker om onverwacht een gesprek aan te gaan: iedereen is voortdurend met zijn telefoon bezig.