De zoon van Delphine Heenen (45) was negen toen artsen in 2013 een tumor vaststelden in een van zijn voeten. Vier jaar later richtte ze KickCancer mee op, dat onderzoek naar kinderkanker financiert.
...

De zoon van Delphine Heenen (45) was negen toen artsen in 2013 een tumor vaststelden in een van zijn voeten. Vier jaar later richtte ze KickCancer mee op, dat onderzoek naar kinderkanker financiert.'Ik had nooit gedacht dat ik op een dag een liefdadigheidsorganisatie zou leiden', bekent Delphine Heenen. 'Ik werkte als zakenadvocaat en strategieconsultant in grote kantoren en daarna in de private-equitysector - opkomen voor kwetsbare mensen hoorde daar niet bij. Als studente droomde ik daar wel van, maar nadien raakte die innerlijke stem wat op de achtergrond. De werkaanbiedingen waren aantrekkelijk en voor ik het wist was ik met andere dingen bezig.' Heenen gooide het roer om nadat zoon Raphaël in 2015 herviel en ze zich verdiepte in zijn behandeling. 'Elk jaar krijgen 35.000 Europese kinderen te maken met kanker en eist de ziekte 6000 jonge levens. Maar alle onderzoekers die ik aansprak, bevestigden dat er amper studies zijn naar de oorzaken en behandeling ervan. Elk type kinderkanker is zo zeldzaam dat ze gewoon geen financiële middelen vinden. Kinderen met kanker hebben dus minder toegang tot innovatie: nieuwe behandelingen en medicijnen blijven uit en hun overlevingskans stagneert al jaren. Dat vond ik zo onrechtvaardig dat ik niet bij de pakken wilde blijven neerzitten.' De stichting die ze oprichtte met Raphaëls vader Gilles, zijn peter Marc en stiefvader Jean-Charles was in zekere zin onvermijdelijk, zegt de Brusselse. 'Ik wist beroepsmatig iets van fondsen verzamelen af, dus wilde ik die kennis aanvankelijk inzetten voor anderen. Alleen richten de bestaande kankerorganisaties zich niet specifiek op kinderen en financieren ze uitsluitend Belgische, Vlaamse of Waalse projecten, terwijl pediatrische kanker Europese samenwerking vereist.' Ook het plan om zich deeltijds op KickCancer toe te leggen, liet Heenen varen. 'Hoe meer ik me erin verdiepte, hoe duidelijker het werd dat het niet alleen op de financiering van onderzoek aankomt. Zo gaat het ook om de terugbetaling van bepaalde medicatie, de toegang tot klinische studies en experimentele medicijnen en de hospitalisatiekosten in het buitenland. Dat vergt wetswijzigingen, wat betekent dat je daar een politiek en maatschappelijk draagvlak voor moet creëren. Daarnaast hadden kinderen met kanker en hun familie ook nood aan een patiëntenorganisatie die hun inspraak geeft bij klinische studies. Gelukkig beseffen wetenschappers en oncologen stilaan dat ze niet altijd goed inschatten wat patiënten belangrijk vinden en dat ze hun projecten moeten bespreken met hen.' Als gedelegeerd bestuurder wijdt Delphine Heenen zich nu fulltime maar onbezoldigd aan KickCancer. 'We doneren met ons gezin zelf geld aan de stichting, mezelf een loon uitkeren was dus zinloos. Al is aan die beslissingen wel een goed gesprek thuis voorafgegaan, want ik heb altijd een eigen inkomen gehad en wilde mijn zelfstandigheid behouden.' Van een echt afscheid van haar eigen carrière was echter geen sprake: 'Eigenlijk ben ik gewoon van job veranderd, en nu vergaar ik voortdurend nieuwe kennis en skills. Een team samenstellen en managen, een succesvolle sensibiliseringscampagne ontwerpen: dat was allemaal nieuw voor mij. Al weet ik ook dat we onze ambities alleen maar kunnen waarmaken als we waar nodig een beroep doen op professionals.' Zo ging KickCancer voor het opzetten van projectoproepen en een selectieprocedure te rade bij de European Science Foundation en werd de identiteit en 'positieve instelling' van de stichting vormgegeven door Base Design, dat slogans als 'Cure. Don't cry' bedacht. Na een Europese oproep in samenwerking met gelijkaardige organisaties in Frankrijk en Luxemburg selecteerde KickCancer dit jaar zes onderzoeksprojecten, die in totaal ruim drie miljoen euro zullen ontvangen. 'Bij filantropie gaat het al te vaak om kleine initiatieven die allemaal naast elkaar werken', zegt Heenen. 'Dat is problematisch bij onderzoek naar kinderkanker, waarvoor teams uit meerdere landen moeten samenwerken. Krijgt een team de financiering in zijn land niet rond, dan stopt het hele project. Als onze stichting impact wil hebben, mogen we dus niet op een eiland werken.' kickcancer.org 'Zakendoen en geld verdienen waren voor mijn ouders geen doel op zich, maar een middel', zegt vastgoedondernemer Corinne Evens. 'Het doel was altijd om dingen te kunnen doen waarin ze geloofden en zin te geven aan het leven.' Vader Georges was net als moeder Irène een Poolse emigrant van Joodse afkomst en sloeg in augustus 1939 op de vlucht. 'Mijn ouders waren heel dankbaar en erkentelijk voor het feit dat ze de Tweede Wereldoorlog overleefden en nadien een mooi leven konden uitbouwen in België', zegt Evens. 'Door een stichting te creëren wilden ze iets teruggeven aan de samenleving, maar ook mee voorkomen dat de geschiedenis zich zou herhalen. Mede door alles wat ze meegemaakt hadden zaten de Europese gedachte en waarden heel diep bij hen en daar gingen ze voor, vol passie.' De stichting waarvan Corinne Evens nu erevoorzitter is vertakte zich de voorbije dertig jaar van Antwerpen tot Parijs en Warschau. Er wordt gewerkt aan een harmonieuze Europese samenleving door middel van lezingen, debatten en de ondersteuning van onderwijs- en kunstprojecten en neurowetenschappelijk onderzoek naar conflictgedrag. Jaarlijks start of ruggensteunt de Evens Foundation tien tot vijfentwintig initiatieven, met investeringen van 10.000 tot 150.000 euro in heel Europa. Daarnaast worden elke twee jaar diverse prijzen ten bedrage van 30.000 euro uitgereikt, onder meer voor journalisten die Europa toegankelijker maken voor het grote publiek en kunstenaars die eigentijdse vraagstukken op de kaart zetten. 'We willen niet zomaar lippendienst bewijzen aan mooie, maar misschien ook abstracte idealen', legt Evens uit. 'De uitdaging is altijd om ze te vertalen naar de wereld vandaag en in te spelen op dingen die nu leven. Dat kan het alomtegenwoordige klimaat van angst en wantrouwen tegenover zowat alles en iedereen zijn, maar ook de vraag naar de grenzen van onze vrijheid en of zelfdiscipline ons kan helpen om die vrijheid te behouden. Een andere zorg is de nood aan interculturele dialoog en gemeenschappelijke waarden en doelen. Diversiteit zonder meer volstaat niet, dan leven we gewoon allemaal naast elkaar, met alle spanningen en onbegrip van dien.' Haar zakelijke activiteiten gaan hand in hand met haar filantropische inspanningen, zegt Evens, die tevens de schouders zette onder het POLIN Museum of the History of Polish Jews in Warschau, dat in 2013 openging. 'Traditioneel ondernemerschap beoogt alleen financiële winst, maar ik vind het als mens en ondernemer mijn plicht om ook ruimer maatschappelijk rendement te beogen. Zeggen dat de overheid de problemen in de samenleving maar moet oplossen, is je verantwoordelijkheid ontkennen. Al heb ik dat hoger doel zelf ook nodig. Anders had ik het zakenleven al lang achter me gelaten.' Als belangrijkste donateur en erevoorzitter van de stichting is ze niet bezig met het dagelijkse management van de stichting, benadrukt Evens. 'Mijn taak is vooral om de algemene richting aan te geven, de strategie uit te tekenen en om mensen te inspireren. Ik ben een zakenvrouw en een filantroop, maar je moet ook weten waar je goed in bent, en de rest aan anderen overlaten.' evensfoundation.be De emancipatorische boeken van Simone de Beauvoir en Germaine Greer, de eerste Vrouwendag in België in 1972: Eric Janssens en Anne Rasschaert kregen het feministische gedachtegoed naar eigen zeggen met de paplepel mee. 'Iedereen is een kind van zijn tijd', zegt Janssens. 'Onze jonge jaren stonden voor een groot stuk in het teken van de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Dat we ons maatschappelijk engagement toespitsen op de emancipatie van vrouwen is dus geen toeval: alles vertrekt vanuit een diepgewortelde innerlijke overtuiging.' Janssens was in zijn carrière onder meer CEO van BASF Pakistan, en het koppel uit Antwerpen verbleef er dan ook drie jaar. 'In Argentinië hadden we ons al verwonderd over het hardnekkige machismo en de onderdanige rol van vrouwen. Maar het was pas in Pakistan en op onze reizen naar Indië en de grensgebieden van Afghanistan dat we echt de gruwelijke kant van de ongelijkheid zagen. Verhalen van vrouwen die met kerosine overgoten werden omdat ze naar een andere man gekeken hadden, van verstoting en juridische discriminatie: ons bloed kookte er meer dan één keer.' Terug in België werd het verlangen om zelf een steentje bij te dragen steeds groter, vertelt Anne Rasschaert. 'Zolang we daar woonden, hadden we onze eigen kopzorgen. De ene dag was er geen water, de andere geen elektriciteit. Ook hier in België was er altijd wel iets dat onze aandacht opeiste. Maar met het ouder worden kwam er meer tijd en ruimte om te reflecteren over onze ervaringen en ook onze prioriteiten in het leven. Op dure etentjes of een chique auto waren we sowieso nooit uit. We hadden wat financiële ruimte en geen kinderen die ondersteund moesten worden, we wilden actief blijven en uitdagingen blijven aangaan - waarom zouden we ons dan niet engageren?' Het koppel richtte in 2015 het Eran Fonds op, dat sindsdien meer dan 170.000 euro toekende aan projecten die zich hoofdzakelijk op het Indische subcontinent bevinden. Voorbeelden gaan van scholingsprojecten tot initiatieven die vrouwen rechtsbijstand en shelters aanbieden of hen aanmoedigen om intrafamiliaal geweld te melden. 'Vrouwenemancipatie is een strijd die op meerdere fronten tegelijk gevoerd moet worden,' legt Janssens uit, 'zolang het maar projecten zijn die de positie van vrouwen structureel veranderen. Daarom steunen we in India ook een project bij tienerjongens in kansarme gemeenschappen om hun attitude tegenover vrouwen te veranderen. Het volstaat niet om meisjes te emanciperen als die vervolgens moeten terugkeren naar families en gemeenschappen die niet mee-evolueren.'Een van de voordelen van een eigen fonds is dat de bestemming van het geld duidelijk is, legt Rasschaert uit. 'Vroeger gaven we regelmatig geld aan grote organisaties, maar wisten we nooit hoeveel daarvan naar hun projecten zelf ging, en hoeveel naar de werking en marketing van de organisatie. Nu hebben we een veel directere band en een beter zicht op de impact en duurzaamheid van de verschillende projecten. De evaluatie daarvan gebeurt ook in samenwerking met de Koning Boudewijnstichting, waar we ons fonds onderbrachten. Hun administratieve en organisatorische steun maakt alles behapbaar. We volgen alle projecten nauw op, maar dat kunnen we in ons eigen tempo doen.' Vorig jaar bezocht Eric Janssens de projecten die het koppel in India steunt. Een boot die hij lang afhield: 'Voor de organisaties zelf betekent zo'n bezoek veel, maar we huiveren voor paternalisme. De wijze witte man die komt vertellen hoe het allemaal moet - dat vinden we vreselijk.' De reis leidde hem onder meer naar vrouwen die met de steun van het fonds de verkiezingen in een dorpsgemeenschap wonnen, naar meisjes wier studiewens eindelijk in vervulling ging of die ternauwernood aan een kindhuwelijk ontsnapten. 'Hun getuigenissen sterkten ons in de overtuiging dat je op kleine schaal toch een grote impact kunt hebben. Omdat het fonds tot nu toe grotendeels op onze eigen inzet en financiële middelen steunt, zijn we nu actief op zoek naar nieuwe krachten en donateurs, maar je moet geen Warren Buffett of Bill Gates zijn om een verschil te maken.' kbs-frb.be, zoekterm Eran Fonds