Een vrouw zegt tegen mij dat ze op het werk dingen moet doen waarvoor ze niet opgeleid is. Ik zeg dat ik niets doe waarvoor ik ben opgeleid. Toch blijf ik tot dusver in leven, al ben ik vergeleken bij mijn kat een geweldige uitslover. Zij kijkt door het raam naar de wezens die daar dagelijks passeren. Je hebt de jongen met het litteken en het meisje van een kille schoonheid. Er is een hond die is vernoemd naar sigarettenvloeitjes en een meneer die op Lenin lijkt.
...