Eén procent: dat is het percentage van de 250 grootste kledingmerken die gegevens publiceren over het voorkomen van gendergerelateerde schendingen bij hun toeleveranciers. Het toont het gebrek aan steun voor vrouwen, vooral vrouwelijke kledingarbeiders en vrouwen van kleur, en hun rechten in de mode-industrie.

Er zijn momenteel ongeveer 40 tot 60 miljoen kledingarbeiders in de wereld en miljoenen meer in andere delen van de productieketen, in katoenvelden en winkels. De overgrote meerderheid van deze werknemers is vrouw en vormt daarmee de ruggengraat van een bedrijfstak die momenteel 2,5 biljoen euro per jaar waard is. Maar, hoewel vrouwen er goed vertegenwoordigd zijn, zijn de problemen rond vrouwenrechten en gendergelijkheid legio. De vrouwen achter onze kleding worden wereldwijd frequent geconfronteerd met gendergerelateerd geweld en seksueel misbruik. Daarnaast ontzeggen fabriekseigenaars vrouwenarbeiders vaak fundamentele rechten zoals het recht op zwangerschapsverlof of kinderopvang of ze worden gediscrimineerd omwille van hun zwangerschap.

Loonkloof

Ondanks het feit dat vrouwen de meerderheid van de werknemers in de textielsector uitmaken, vindt er op grote schaal op gender gebaseerde loondiscriminatie plaats. Volgens een rapport uit 2019 van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), die de kledingsector in negen landen in Azië heeft onderzocht, is de gemiddelde loonkloof tussen mannen en vrouwen ongeveer 18%. Een ander onderzoek uit 2019 naar kledingfabrieken in Bangladesh toonde aan dat mannen meer promotie krijgen dan vrouwen en dus sneller hogerop klimmen, wat resulteert in een loonkloof tussen mannen en vrouwen onder werknemers, aangezien vrouwen blijven steken in instapfuncties.

De mode-industrie heeft een vrouwenrechten- en genderprobleem: het wordt tijd dat we dat erkennen

In de hele modetoeleveringsketen werken mannen, hoewel ze een minderheid vormen, meestal in beter betaalde functies en functies op hoger niveau, zoals algemeen directeur of toezichthouder. Mannen doen ook hoger geschoold werk - dat meer gewaardeerd en betaald wordt - zoals snijwerk, omdat zij meer kansen krijgen om deze nieuwe vaardigheden te leren dan vrouwen.

Ook buiten de productieketen verdwijnt genderongelijkheid niet. Hoewel de overgrote meerderheid van de studenten van modeopleidingen vrouwen zijn en de meerderheid van de totale beroepsbevolking in de mode-industrie uit vrouwen bestaat, bekleden vrouwen minder dan 25% van de leidinggevende posities in topmodebedrijven. Slechts 14% van de grote merken wordt volledig geleid door een vrouwelijke leidinggevende.

Vrouwen kunnen zelf aan de basis staan van sociale verandering in de mode-industrie, maar daarvoor moeten ze de kans krijgen. In leidinggevende functies zorgen zij namelijk voor betere arbeidsomstandigheden, een positievere werkomgeving en kunnen zij een voorbeeld zijn voor toekomstige vrouwelijke ondernemers. Bovendien zijn bedrijven die door vrouwen geleid worden ook transparanter. In de toeleveringsketen zijn zij daarnaast ook onmisbaar om vakbonden op te richten of er deel van uit te maken om zo effectief op te komen voor de rechten van vrouwelijke werknemers. Door hen een veilige, comfortabele en positieve werkomgeving te bieden kunnen zij het stigma rond seksuele intimidatie doorbreken, wat nodig is omdat vrouwen die seksuele intimidatie hebben meegemaakt of er getuige van zijn geweest, nog steeds terughoudend zijn om erover te praten en/of het te melden.

Patriarchale maatschappijen houden vrouwen helaas weg van hun volledig potentieel

Met vrouwen aan de top van de toeleveringsketen in de modewereld wordt ook naar buiten toe een krachtige boodschap van onafhankelijkheid en empowerment uitgedragen. Maar over de hele toeleveringsketen is dat economische empowerment nodig. Ondernemerschap kan enorme kansen bieden aan vrouwen op economisch gebied, wat op zijn beurt weer gendergelijkheid stimuleert. Bovendien wordt dit vaak gezien als een van dé middelen om onze Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's) die door de Verenigde Naties zijn opgesteld, te bereiken.

Waar wachten we op?

Patriarchale maatschappijen houden vrouwen helaas weg van hun volledig potentieel. Uit onderzoek kennen we de gevolgen van deze situatie in de mode-industrie: geen gelijke beloning, seksuele intimidatie, ongelijke rechten, etc. Het geeft een duidelijk beeld van die dingen waar we zo graag vanaf willen.

Merken moeten de macht erkennen die zij als bedrijf hebben en die gebruiken om positieve verandering te bevorderen

Ja, verandering gaat langzaam, en net daarom hebben we beleidsmakers en merken nodig die hun verantwoordelijkheid écht serieus nemen en eindelijk de problemen willen toegeven. Merken moeten de macht erkennen die zij als bedrijf hebben en die gebruiken om positieve verandering te bevorderen. Zo kunnen ze samenwerken met bijvoorbeeld leveranciers om gendergerelateerde problemen aan te pakken en de verantwoordelijkheid te nemen voor wat er in hun toeleveringsketen gebeurt. Daarnaast moeten de productieketens ook transparanter worden, want zo kunnen bijvoorbeeld ngo's sneller problemen lokaliseren. Ten slotte hebben we steun en actie nodig van beleidsmakers. Het wordt tijd dat men op Europees beleidsniveau de zogenaamde due diligence of 'ketenzorg' incorporeert en afdwingbaar maakt. Zo moéten merken wel verantwoordelijkheid opnemen voor problemen in hun productieketen en deze proactief bestrijden.

Maar ook hier blijft de voorwaarde - wetend dat dit hoogstwaarschijnlijk door overwegend mannen geïmplementeerd zal worden: zoom ook in op gendergelijkheid en vrouwenrechten.

Eén procent: dat is het percentage van de 250 grootste kledingmerken die gegevens publiceren over het voorkomen van gendergerelateerde schendingen bij hun toeleveranciers. Het toont het gebrek aan steun voor vrouwen, vooral vrouwelijke kledingarbeiders en vrouwen van kleur, en hun rechten in de mode-industrie. Er zijn momenteel ongeveer 40 tot 60 miljoen kledingarbeiders in de wereld en miljoenen meer in andere delen van de productieketen, in katoenvelden en winkels. De overgrote meerderheid van deze werknemers is vrouw en vormt daarmee de ruggengraat van een bedrijfstak die momenteel 2,5 biljoen euro per jaar waard is. Maar, hoewel vrouwen er goed vertegenwoordigd zijn, zijn de problemen rond vrouwenrechten en gendergelijkheid legio. De vrouwen achter onze kleding worden wereldwijd frequent geconfronteerd met gendergerelateerd geweld en seksueel misbruik. Daarnaast ontzeggen fabriekseigenaars vrouwenarbeiders vaak fundamentele rechten zoals het recht op zwangerschapsverlof of kinderopvang of ze worden gediscrimineerd omwille van hun zwangerschap. Ondanks het feit dat vrouwen de meerderheid van de werknemers in de textielsector uitmaken, vindt er op grote schaal op gender gebaseerde loondiscriminatie plaats. Volgens een rapport uit 2019 van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), die de kledingsector in negen landen in Azië heeft onderzocht, is de gemiddelde loonkloof tussen mannen en vrouwen ongeveer 18%. Een ander onderzoek uit 2019 naar kledingfabrieken in Bangladesh toonde aan dat mannen meer promotie krijgen dan vrouwen en dus sneller hogerop klimmen, wat resulteert in een loonkloof tussen mannen en vrouwen onder werknemers, aangezien vrouwen blijven steken in instapfuncties. In de hele modetoeleveringsketen werken mannen, hoewel ze een minderheid vormen, meestal in beter betaalde functies en functies op hoger niveau, zoals algemeen directeur of toezichthouder. Mannen doen ook hoger geschoold werk - dat meer gewaardeerd en betaald wordt - zoals snijwerk, omdat zij meer kansen krijgen om deze nieuwe vaardigheden te leren dan vrouwen. Ook buiten de productieketen verdwijnt genderongelijkheid niet. Hoewel de overgrote meerderheid van de studenten van modeopleidingen vrouwen zijn en de meerderheid van de totale beroepsbevolking in de mode-industrie uit vrouwen bestaat, bekleden vrouwen minder dan 25% van de leidinggevende posities in topmodebedrijven. Slechts 14% van de grote merken wordt volledig geleid door een vrouwelijke leidinggevende.Vrouwen kunnen zelf aan de basis staan van sociale verandering in de mode-industrie, maar daarvoor moeten ze de kans krijgen. In leidinggevende functies zorgen zij namelijk voor betere arbeidsomstandigheden, een positievere werkomgeving en kunnen zij een voorbeeld zijn voor toekomstige vrouwelijke ondernemers. Bovendien zijn bedrijven die door vrouwen geleid worden ook transparanter. In de toeleveringsketen zijn zij daarnaast ook onmisbaar om vakbonden op te richten of er deel van uit te maken om zo effectief op te komen voor de rechten van vrouwelijke werknemers. Door hen een veilige, comfortabele en positieve werkomgeving te bieden kunnen zij het stigma rond seksuele intimidatie doorbreken, wat nodig is omdat vrouwen die seksuele intimidatie hebben meegemaakt of er getuige van zijn geweest, nog steeds terughoudend zijn om erover te praten en/of het te melden. Met vrouwen aan de top van de toeleveringsketen in de modewereld wordt ook naar buiten toe een krachtige boodschap van onafhankelijkheid en empowerment uitgedragen. Maar over de hele toeleveringsketen is dat economische empowerment nodig. Ondernemerschap kan enorme kansen bieden aan vrouwen op economisch gebied, wat op zijn beurt weer gendergelijkheid stimuleert. Bovendien wordt dit vaak gezien als een van dé middelen om onze Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's) die door de Verenigde Naties zijn opgesteld, te bereiken. Patriarchale maatschappijen houden vrouwen helaas weg van hun volledig potentieel. Uit onderzoek kennen we de gevolgen van deze situatie in de mode-industrie: geen gelijke beloning, seksuele intimidatie, ongelijke rechten, etc. Het geeft een duidelijk beeld van die dingen waar we zo graag vanaf willen. Ja, verandering gaat langzaam, en net daarom hebben we beleidsmakers en merken nodig die hun verantwoordelijkheid écht serieus nemen en eindelijk de problemen willen toegeven. Merken moeten de macht erkennen die zij als bedrijf hebben en die gebruiken om positieve verandering te bevorderen. Zo kunnen ze samenwerken met bijvoorbeeld leveranciers om gendergerelateerde problemen aan te pakken en de verantwoordelijkheid te nemen voor wat er in hun toeleveringsketen gebeurt. Daarnaast moeten de productieketens ook transparanter worden, want zo kunnen bijvoorbeeld ngo's sneller problemen lokaliseren. Ten slotte hebben we steun en actie nodig van beleidsmakers. Het wordt tijd dat men op Europees beleidsniveau de zogenaamde due diligence of 'ketenzorg' incorporeert en afdwingbaar maakt. Zo moéten merken wel verantwoordelijkheid opnemen voor problemen in hun productieketen en deze proactief bestrijden.Maar ook hier blijft de voorwaarde - wetend dat dit hoogstwaarschijnlijk door overwegend mannen geïmplementeerd zal worden: zoom ook in op gendergelijkheid en vrouwenrechten.