De zon heeft niet veel zin om te schijnen en ik loop door een steeg die Brioolstraat genoemd wordt. De Brioolstraat heette Rioolstraat tot in 1942. Toen hebben ze er een B voor gezet omdat Rioolstraat niet chic genoeg klonk. Zo simpel kan de wereld zijn, zelfs wanneer die in brand staat.
...

De zon heeft niet veel zin om te schijnen en ik loop door een steeg die Brioolstraat genoemd wordt. De Brioolstraat heette Rioolstraat tot in 1942. Toen hebben ze er een B voor gezet omdat Rioolstraat niet chic genoeg klonk. Zo simpel kan de wereld zijn, zelfs wanneer die in brand staat. Soms ook is de wereld ingewikkeld. Ik wil quiche met zalm maken en koop broccoli in de versmarkt voor mensen met een passie voor voeding. Bij de weegschaal blijkt dat je om broccoli te wegen goed thuis moet zijn in de moestuin. 'Fruit' of 'groenten' dat gaat nog, maar daarna moet ik kiezen tussen knol-, vrucht-, kool- of peulgewassen. Ik plak een sticker op het zakje waarop staat: MANDARIJNEN. Ik hoop dat het vruchten zijn en geen pitloze ambtenaren uit het oude China. Aan de kassa schuift een meisje van een jaar of zes aan met haar mama. Het meisje buigt door haar knieën en springt dan zo hoog als zij kan. Zij probeert driehonderdzestig graden om haar as te draaien voor haar voetjes de grond weer raken. Dat ergert haar moeder, maar het meisje en ik worden er vrolijk van. Zulke dingen doen kinderen, in the days of miracle and wonder. De blijdschap om spieren en kunsten die nog maar pas zijn verworven. Later verlies je die drang om bellen van speeksel te blazen of zonder reden gaten in de lucht te springen. Het meisje doet mij denken aan mijn dochter. Die is dertien en wil niet meer eten van het bordje waarop feeën dansen. Ook eenhoorns vallen stilaan uit de gratie. Enkele jaren draag je vol trots een panda op je buik of een levensgrote vlinder. Dan opeens is dat belachelijk. De volwassenheid slaat toe en de vleugels van de verbeelding verschrompelen. Mijn mandarijnen raken vlot voorbij de kassa, ik vraag mij af of ik winst of verlies heb geboekt. Van de versmarkt ga ik naar de apotheker. Een vriendin, gepokt en gemazeld in de geneeskunde, zei dat je zink en vitamine D kunt nemen ter preventie van covid-19. Artsen hebben vastgesteld dat zwervers verrassend weinig vatbaar zijn voor het virus. Dat kan te maken hebben met het feit dat ze vaak in de openlucht vertoeven. Zon op je huid vult je voorraad vitamine D aan. Dat is een probleem bij lichtschuwe wezens zoals ik, die aan laptops in kamers met kunstlicht vertoeven. De halve westerse samenleving schijnt een gebrek aan vitamine D te hebben. Ik heb altijd liever de makkelijke weg bewandeld, dus koop ik vitamines in plaats van voluit voor een bestaan als landloper te kiezen. De apotheker is een leuke vrouw die een tattoo draagt op haar biceps en een overvloed aan tips geeft. Daar hou ik van, als meerwaardezoeker. Zij zegt dat je de vitamine D beter kunt uitknijpen op voedsel dan het in water op te lossen. De olieachtige vloeistof blijft anders gedeeltelijk aan het glas plakken. Wel moet je ervoor zorgen dat het voedsel niet warmer dan lichaamstemperatuur is. Ze schuift mij een doosje toe waarop staat: 4 ampullen voor oraal gebruik. 'Vitamine D is belangrijk,' zegt zij, 'maar de werking mag je ook niet overschatten. Je kunt er genoeg van innemen en toch een tekort aan liefde voelen.'