'Ik noem Knack Weekend weleens mijn verjaardagscadeau. Ik was in 1985 al vijf jaar adjunct-hoofdredacteur van Libelle, waar ik het vak leerde van Joop Swart, de Nederlandse bladenmaker achter Avenue, de toen trendsettende glossy. Op de dag dat ik 36 werd, moest ik naar een persconferentie van de VTB in Antwerpen, en daar raakte ik in gesprek met wijlen Frank De Moor, medehoofdredacteur van Knack. Ik was toen nogal scherp voor het lifestylekatern dat Knack in 1983 gelanceerd had, waarop Frank vroeg of ik het soms beter kon. Dat was eind januari, en op 1 mei mocht ik eraan beginnen.

Mijn grootste plezier was om jong talent open te laten bloeien.

Groot-Brittannië was toen een vruchtbare plek voor lifestylejournalistiek, vooral dankzij de magazines van The Observer en later The Independent. Dat waren onze inspiratiebronnen, waarop we een blad met een eigen identiteit en formule gebouwd hebben. In Frankrijk had je de Elle, maar dat was een vrouwenblad pur sang, terwijl Knack Weekend een veel breder en journalistieker blad wilde zijn. Een blad dat de bloei van de creatieve sectoren belichtte en stimuleerde, maar het ook over algemene ontwikkelingen in de maatschappij wilde hebben en ruimte bood aan kritische stemmen.

Niet iedereen zag daar meteen brood in. Het economische belang van mode, design en aanverwante sectoren nam enorm toe in de overdadige jaren tachtig en negentig, maar ook bij Knack twijfelden sommigen eraan of je daar kritisch verslag over kon uitbrengen. Uitgever Rik De Nolf besefte meteen dat het om een apart journalistiek genre ging dat een aparte, autonome redactie vergde, maar bij anderen moesten we ons bestaansrecht bevechten. Het was ook een generatiekwestie. Je moet weten dat redactievergaderingen van Knack weleens eindigden met de vraag 'en wat doen de meisjes deze week?' - dat kon toen nog.

Ons geluk was dat we van nul begonnen en ongebreideld creatief mochten zijn. Daardoor konden we de internationale magazinetrends op de voet volgen en die ook hier introduceren. Investeren in aantrekkelijke vormgeving en kwaliteitsfotografie, culinaire specials rond verantwoord vlees of groenten en andere themanummers, spin-offs als de Toprecepten-reeks, lezersreizen en kookcursussen met topchefs: je had een idee en je kon het meteen realiseren. Maar mijn grootste plezier was om jong talent open te laten bloeien. Om journalisten, stylisten en andere creatieve geesten samen te brengen en die choc des idées te begeleiden. Een redactie is als een familie, maar een blad maken is elk nummer opnieuw een clash: iedereen gooit zijn mening op tafel, en daaruit ontstaat dan weer iets nieuws. Dat fantastische proces van op de eerste rij meemaken heb ik altijd als een enorm voorrecht ervaren.'