...

Rollend langs een meer in de schaduw van statige groene bergtoppen. De eerste sneeuw kwam neer. Leonard Cohen bleek gestorven. 'Hij heeft niet lang gewacht om zijn goede vriendin te volgen', klonk het. So Long Marianne werd geneuried.En ik, ik wou weten wie ze was. Online encyclopedieën reduceerden haar bestaan tot de relaties met auteur Axel Jensen en Cohen. Het is maar de vraag of gedrukte encyclopedieën haar naam met zich meedroegen. Voor Jensen was ze de Griekse muze op Hydra. Voor Cohen een muze minus het Griekse. Het maakte me triest.Waarom was ik niet blij dat Marianne Ihlen tijdens haar aardse bestaan verheven werd tot dit goddelijk concept? De muze. Een godheid. Het originele begrip omvatte negen entiteiten: volgens de Griekse dichter Hesiod in negen nachten door Zeus verwekt bij de Titanide en personificatie van het geheugen Mnemosyne. Calliope, Clio, Euterpe, Erato, Terpsichore, Thalia, Melpomene, Polyhymnia en Urania. De Romeinen schreven hen elk een functie toe waardoor ze waakten over de verschillende aspecten van cultuur. Het waren lieflijke, goedaardige en behulpzame wezens die al wie het verdiende benaderden en zegenden met geschenken: een dichter vond plots een stem om zijn verzen met een publiek te delen. Wie de muze uitdaagde, werd echter gestraft. Zo gaat het verhaal dat de dichter Thamyris een zangwedstrijd tegen de negen muzen verloor en van zijn zintuigen beroofd werd. Ook de sirenes moesten het onderspit delven, verloren hun vleugels en werden tot de zee verbannen.De komende eeuwen werd de muze van die kracht ontdaan. Wat overbleef leek louter nog - zoals Cohen in zijn So long Marianne zong - 'really such a pretty one' geduldig poserend op een stoel om vereeuwigd te worden in wat likjes verf, niet al te valse noten of letters op papier. Het werd een term om die mensen - lees: vrouwen - te omschrijven die creativiteit en verbeelding stuwden bij de - mannelijke - artiest.Dantes Beatrice, Petrarchs Laura, Carrolls Alice. Of de muze nu afgebeeld wordt als ongrijpbaar of net heel aards en tastbaar: het is de artiest die haar kneedt naar de vrouw van zijn dromen.Wanneer Alice door de konijnenpijp naar beneden tuimelt, wordt ze het object van Carrolls fantasie. Haar eigen willetje bovengronds gelaten, wordt ze zijn anima. Het door Carl Gustav Jung gedefinieerde vrouwelijke archetype. De muze in haar reinste vorm: het vrouwelijk deel van de artiest, compenserend voor zijn mannelijke bewustzijn. Een lege huls klaar om zijn wildste verbeeldingen te ontvangen en te belichamen.'Moeten vrouwen naakt zijn om in een museum te komen?', stelt de feministische beweging Guerrilla Girls zich sinds de jaren '80 terecht de vraag. Goed, een verbod op afbeelding van naakte modellen door vrouwelijke kunstenaars - en het exposeren ervan was ongepast - maakte dat onze musea wel gevuld werden met vrouwelijk naakt, maar vrij bleven van de erotische kijk op de wereld van de vrouwelijke artiest. Haar relaties met mannelijke muzen vonden zelden de weg naar het doek. Enkelen boden weerstand. Ik had geen tijd om iemands muze te zijn', schreef Leonora Carrington die in 1939 een surrealistisch portret van Max Ernst maakte. En ook Frida Kahlo liet zich inspireren door een man: haar echtgenoot en artiest Diego Rivera. Toch bleef de artieste in de schaduw ook nadat die belachelijke oude gewoontes tot het verleden gingen behoren. In 2015 waren slechts zeven procent van de artiesten tentoongesteld in het New Yorkse Museum of Modern Art (Moma) vrouwen. In de 20ste eeuw die nog niet lang achter ons ligt, waren het nog steeds de mannelijke artiesten die de show stalen met hun aan objectivering grenzende adoratie van de uitverkoren muze.Andy Warhols muze Edie Sedgwick was haast letterlijk een product van zijn Factory. F. Scott Fitzgerald vond voor zijn beste werk inspiratie bij zijn vrouw Zelda zoals hij niet alleen personages op haar baseerde, maar hele passages uit haar dagboeken in zijn verhalen integreerde. Ook Gala verwierf bekendheid als muze: eerst als echtgenote van dichter Paul Eluard, later ging haar bloed stromen door de schilderijen van Salvador Dalí. Picasso heeft vast de meeste versleten. Een muze voor elk significant moment van zijn carrière. Het lijkt of de man altijd wel een dame in zijn studio klaar had staan. Van Fernande Olivier over Olga Khokhlova, Marie-Thérèse Walter, Dora Maar, Françoise Gilot tot Jacqueline Roque. Na Picasso koos Dora Maar voor God. Walter en Roque voor de dood.Met Walter, Roque, Ihlen en alle andere getalenteerde vrouwen daartussen: de dood van de muze. Want wie in onze individualistische cultuur zit nog braaf te wachten om zichzelf te reduceren tot object? Zoals Carrington al zei: daar hebben we geen tijd voor. Om als knecht ten dienst te staan voor iemand anders zijn creativiteit en verbeelding. Wie wacht nog op iemand die over haar een liedje schrijven zal, als ze het net zo goed zelf kan doen en het nog zou willen zingen ook als ze er de stem voor had.