Het was 1983. Tussen een dikke Konsalik en de onvolprezen Doornvogels vond ik in de boekenkast van mijn oma een slank boekje. The Bell Jar (De glazen stolp) begint licht, als we samen met Esther Greenwood het glinsterende New York van de jaren vijftig ontdekken, maar eindigt donker en rauw, als Esthers mentale gezondheid uitrafelt. Ik was onder de indruk, zoals alleen tieners dat kunnen zijn, en dan wist ik nog niets over de schrijfster, Sylvia Plath. Dat kwam pas toen ik het boek twintig jaar later opnieuw las, en dankzij het internet ontdekte dat Sylvia en haar geliefde Ted Hughes een van de meest notoire schrijverskoppels van de vorige eeuw waren.

Sylvia en haar geliefde Ted Hughes: een van de meest notoire schrijverskoppels van de vorige eeuw.

'Het meest vermorzelende feit is dat ik de laatste twee maanden verschrikkelijk verliefd ben geworden, wat alleen maar tot grote pijn kan leiden', schrijft Plath in april 1956 aan haar moeder. De briljante jonge dichteres leert de al even briljante dichter Hughes kennen op een feestje in Cambridge, waar ze met een beurs studeert. 'Ik heb zoiets nog nooit meegemaakt. Voor het eerst in mijn leven kan ik al mijn kennis en lachen en kracht en schrijven tot het uiterste gebruiken.' Maar ze weet dan al dat hij verre van perfect is. 'Er is een prijs te betalen. Hij is arrogant, en loopt over vrouwen heen als een schicht van Jupiters bliksem. Maar ik kan hem aan, ik voel een groeiende kracht. Ik idealiseer hem niet, maar kijk recht tot in zijn kern.' Op 16 juni trouwen ze en de eerste jaren zijn geweldig. Ze produceren allebei schitterend werk en drinken elkaars gezelschap als was het champagne. Ik weet dat, omdat Plaths brieven recent werden gebundeld in twee vuistdikke volumes. Het is een wonder om erdoor te bladeren, de onmiddellijkheid van haar emoties en verhalen is aangrijpend. Maar al lezend voel je de idylle verzuren. Als Hughes haar bedriegt, verdrinkt Sylvia in haar verdriet. Op 11 februari 1963 stapt ze uit het leven. Ze is dertig.

Al lezend voel je de idylle verzuren. Als Hughes haar bedriegt, verdrinkt Sylvia in haar verdriet.

Er zijn twee kampen als het op deze romance aankomt. Het kamp dat zegt dat Ted Hughes een klootzak is die een groot literair talent gekraakt heeft, en het kamp dat zegt dat Sylvia sowieso een neurotisch wrak was. Plaths brieven baren een derde kamp, perfect omschreven door dochter Frieda Hughes in haar voorwoord bij deel 2 (vrij vertaald): 'Mijn vader komt uit deze brieven niet als een heilige naar voren, maar mijn moeder ook niet. Ze zijn allebei feilbaar en gepassioneerd. Maar aan het begin was er een grote goedheid en generositeit, en het soort liefde dat niet iedereen in zijn leven zal vinden.' De onthullendste brieven schreef Plath aan haar psychiater, dr. Beuscher. Die doken pas in 2014 op en waren voor Frieda heel pijnlijk om te lezen. 'Alsof ik deelnam aan een adembenemende tocht door de evolutie en neergang van een krachtig liefdesverhaal.' Maar hoe miserabel het ook was, Frieda is blij dat die brieven bewaard bleven. 'Het was alsof ik met mijn moeder in een kamer stond, ik kon haar bijna ruiken.'

Een keer bijna 1400 pagina's en dan nog eens 1000, deze brievenverzamelingen lees je niet in één ruk uit. Je verdwijnt er af en toe in, om je eraan te herinneren dat mensen complex zijn, en liefde mooi maar ook ingewikkeld. Zalige valentijn, beste lezer.

The Letters of Sylvia Plath, Volume I 1940-1956.

The Letters of Sylvia Plath, Volume II: 1956-1963. Beide uitgegeven bij Faber and Faber Ltd.