Het was 1983. Tussen een dikke Konsalik en de onvolprezen Doornvogels vond ik in de boekenkast van mijn oma een slank boekje. The Bell Jar (De glazen stolp) begint licht, als we samen met Esther Greenwood het glinsterende New York van de jaren vijftig ontdekken, maar eindigt donker en rauw, als Esthers mentale gezondheid uitrafelt. Ik was onder de indruk, zoals alleen tieners dat kunnen zijn, en dan wist ik nog niets over de schrijfster, Sylvia Plath. Dat kwam pas toen ik het boek twintig jaar later opnieuw las, en dankzij het internet ontdekte dat Sylvia en haar geliefde Ted Hughes een van de meest notoire schrijverskoppels van de vorige eeuw waren.
...