Toen onlangs het boek Dames voor Darwin van Griet Vandermassen verscheen, lokte dat in mijn feministische vriendenkring verontwaardigde reacties uit. Terwijl we elke dag jongleren om carrière en huishouden in balans te houden, hopend dat de toekomst beterschap brengt, vindt de auteur dat we te veel leunen op een ideologische overtuiging en ongelijkheid tussen man en vrouw zien als het gevolg van culturele verwachtingspatronen. Ze verwijt feministen dat ze al te vaak de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen negeren. Een oneerlijke aanval en vooral een al te eenzijdige visie op het feminisme.

Dat mannen en vrouwen verschillen, mag toch geen reden zijn om niet voor gelijke kansen te ijveren?

Natuurlijk zijn er tal van wezenlijke verschillen tussen mannen en vrouwen. Weinig feministen zullen dat ontkennen. Fysiek zijn we overduidelijk anders en daar komen als vanzelfsprekend andere geneugten en problemen bij kijken. Maar hoe verklaar je dat er 90% meer onderzoek gebeurt naar erectieproblemen dan naar de pijnlijke gevolgen van de menstruatie?

Ook in onze gedragingen en onze psychologie vallen wel wat verschillen op te merken. Maar het is niet omdat vrouwen doorgaans zorgzamer zijn ingesteld, dat ze enkel in de zorgsector een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren. Wie er wel in werkt, heeft bovendien pech dat de jobs vaak tot de slechtst betaalde behoren in de dienstensector. Die salariskloof is een probleem dat zich trouwens al verrassend vroeg manifesteert: uit een onderzoek van 2016 blijkt dat jongens 13 procent meer zakgeld krijgen dan meisjes. Eén keer een oprit sneeuwvrij maken, levert meer op dan geregeld de vaatwasser legen.

Dat we verschillend zijn, mag toch geen reden zijn om niet voor gelijke kansen te ijveren? Feministen worden weleens verward met mannenhaatsters, terwijl ze in de eerste plaats willen dat er meer rekening met hen wordt gehouden. Met haar boek Onzichtbare vrouwen (zie verder) levert de Britse journaliste Caroline Criado-Perez daar een overtuigende bijdrage toe. Zij deed onderzoek naar de gender-datakloof en kon alleen maar vaststellen dat onze wereld ontworpen is op maat van mannen. Meer specifiek op dat van de blanke man tussen de 25 en de 30 met een lichaamsgewicht van zo'n zeventig kilo.

Van gsm's die te groot zijn voor je hand tot te koude kantoorruimtes, in bijna alle sectoren zijn de verzamelde data gebaseerd op gegevens over mannen.

Gesteund op onderzoeken en analyses toont ze met een hele rits voorbeelden uit het dagelijkse leven aan hoe het leven van vrouwen wordt bepaald door die 'referentieman'. Van gsm's die te groot zijn voor je hand, over geneesmiddelen die niet goed werken, tot te koude kantoorruimtes.

Hoe dat komt? In bijna alle sectoren zijn de verzamelde data gebaseerd op gegevens over mannen. Deze seksistische feiten en cijfers zijn niet onschuldig. Zij vormen een steeds groter risico in een wereld die steeds meer beslist op basis van allerhande data. Artificiële intelligentie helpt nu al steeds meer dokters bij de diagnose, scant cv's op interessante sollicitanten en bepaalt wat Google en Facebook aanbieden. Als deze slimme algoritmes steeds meer gaan beslissen, wordt het dan niet hoog tijd om de kwaliteit van de data een beetje te verbeteren en aan te passen aan een diverse wereld? Dat lijkt me niet eens een feministische eis, maar een kwestie van gezond verstand.