Mijn maat zegt dat ik op Instagram geen foto's van mijn kat meer mag posten. 'Want mannen die foto's van katten posten, zijn onaantrekkelijk voor vrouwen.'

Ik zeg dat hij gelijk heeft, en post een foto van mijn kat op Instagram. Tenslotte zijn vrouwen maar de helft van de wereldbevolking. En dan nog niet eens de helft die het het verst geschopt heeft.

Dat meen ik niet natuurlijk, als zoon van een moeder en vader van twee dochters. Ook al mijn opdrachtgevers zijn vrouwen. Van hen krijg ik wenken en vermaningen. Ik voel mij daar goed bij, hoewel dat waarschijnlijk onaantrekkelijk is voor andere vrouwen. Dat kan mij echter aan de kont roesten, daar ik een rots ben en rotsen niet hengelen naar de goedkeuring van mensen. Ik doe de was op dertig graden. Af en toe komt er een vrouw op bezoek om over sneakers en schrijvers te praten. We drinken dan absint en steken het suikerklontje in brand. Vochten vermengen zich druppend en sissend in ons glas.

Dapper of laf, kwaadaardig of van goede wil: daar loopt de ware scheidslijn tussen mensen.

Dapper of laf, kwaadaardig of van goede wil: daar loopt de ware scheidslijn tussen mensen. Voor de rest maakt het niet uit of er een piemel aan hangt. Sommige vrouwen maken ruimtewandelingen en tomatensoep met balletjes. Sommige mannen zitten bij het verzet en worden week van Bambi. Sommige mensen zijn geweldig. Met andere wil je geen nacht op een onbewoond eiland doorbrengen.

Wat ik wél zou meenemen naar zo'n eiland in de verte, is een kat om foto's van op Instagram te zetten. Voorlopig zitten we gewoon aan het keukeneiland te suffen. De kat heeft honger en een blikje tonijn staat ongeopend op het aanrecht. Daar is de kat op verlekkerd. Toch is de kans dat zij het blik met de blikopener opendraait ongeveer even groot als de kans dat mijn vader hier en nu opstaat uit de dood. Als katten geloven, dan aanbidden zij een god die belooft een blik te kunnen openen door er alleen maar naar te kijken. Dat gebeurt echter niet, dus zit er niets anders op dan dat ik eigenhandig brokjes in haar bakje schud. Op de zak staat: Premium health formula, wat niet gezegd kan worden van al het voedsel dat ik tot mij neem.

Ik denk aan de kunstenaars die ik bewonder, van Brel tot Van Gogh. Allemaal waren ze al jaren dood toen ze mijn leeftijd hadden.

Terwijl de kat schrokt, omdat ik nog steeds geen antischrokkom gekocht heb, lees ik De vragen van Proust in de krant De Morgen. Dat is mijn favoriete format geworden. Deze week is het met Guido Belcanto. Op de vraag 'Welke geluksscore zou u zichzelf geven?' geeft hij het heerlijke antwoord: 'Zoiets vraag je niet aan een artiest. Ik ben een kunstenaar. Ik ben niet gemaakt om het leven aan te kunnen.'

Ik denk aan de kunstenaars die ik bewonder, van Brel over Poe tot Van Gogh, Vincent. Allemaal waren ze al jaren dood toen ze mijn leeftijd hadden. Zelf voel ik mij soms ook een Marsman (1899-1940) op aarde, die speelt dat de wereld hem past als een kalfsleren handschoen.

'Ik hoop dat ik sterf voor ik kaal word', verklaart Belcanto in datzelfde interview ook nog. Het moet opbeurend zijn dat te lezen als je bijvoorbeeld aan de chemo bent. Dan liever de ironie van Gerard Reve: 'Kaal zijn is niet erg, alleen, je hebt geen haar meer.'

Hij postte nooit foto's van katten en hield golvende lokken tot zijn tweeëntachtigste.