Er hangt al jaren een postkaartje van Manets Olympia boven mijn nachtkastje. Ik dacht dus dat ik elk detail van het schilderij van de onbeschaamde courtisane kende. Toch was het pas tijdens het lezen van Shahidha Bari's Dressed dat mij voor het eerst haar slippers opvielen. Elegant in blauw en crème, een maatje te klein, maar overduidelijk niet gekozen om hun functionaliteit. Het zijn wat de Franse schrijver Rétif - die zijn naam gaf aan retifisme, een schoenenfetisj - in de achttiende eeuw venez-y-voir-schoenen noemde en wat we vandaag kennen als fuck-me- botjes. Nu ja, fuck-me-slippers.

Dankzij schoenen kunnen we de hele wereld aan, maar zonder zijn we kwetsbaar.

Schoenen hebben iets intiems, schrijft Bari. In te grote schoenen lopen we allemaal een beetje als een clown, maar hoge hakken maken elk onderbeen elegant. Ze liften elke bil en welven elke rug. Jammer genoeg zijn sexy stiletto's ook pijnlijk. Gelukkig geven andere schoenen ons vleugels. Bari rent vandaag alleen nog voor treinen, maar was als tiener een atlete. Ze herinnert zich haar eerste spikes, die voor grip op de baan zorgden. 'Ze veranderden alles. Ik weet niet waar de kracht vandaan kwam, maar met deze schoenen aan mijn voeten liep ik tegen een grens aan waarvan ik niet eens wist dat ik ze had.' Denk aan Melanie Griffith in Working Girl, die heupwiegend op hakken in de voetsporen van haar afwezige baas liep en Harrison Ford verleidde, maar buiten de kantooruren witte tennisschoenen aantrok om niet te struikelen over het hectische leven in New York. Schoenen maken niet alleen de vrouw, maar ook de man. In een interview vertelde acteur Wim Opbrouck me ooit dat schoenen voor hem een cruciaal onderdeel van zijn kostuum zijn. 'Strakke, met de hand gesneden schoenen maken je zelf ook strak en deftig, en ik heb nog 80 voorstellingen gespeeld met versleten schoenen die ik elke avond bij elkaar moest tapen. Ik kon niet anders. Zelfs het geluid van een schoen op de vloer is belangrijk.'

In te grote schoenen lopen we allemaal een beetje als een clown, maar hoge hakken maken elk onderbeen elegant.

In haar soms hoogdravende maar desalniettemin entertainende boek pleit Bari voor een herwaardering van de mogelijkheden die onze schoenen ons geven. Onze voeten maken ons dansers, werkers en ontdekkingsreizigers en voor elk van die activiteiten hebben we het juiste schoeisel nodig. Ze kunnen zoals Olympia's slippers verleiden, ze beschermen ons bij hard labeur met hun stalen tippen of op gladde paden met hun antislipzolen. Ze zorgen er ook voor dat we kunnen rennen. Naar een geliefde, voor de bus, of om te ontsnappen. Zoals Auschwitz-overlever Primo Levi in Het respijt schreef: 'In een oorlog is het eerste wat telt je schoenen. (...) Heb je schoenen, dan kun je lopen en stelen.' En als we ermee gooien, worden ze een statement. Het woord sabotage hebben we te danken aan Luikse textielwerkers die uit protest hun sabots, oftewel klompen, in de weefgetouwen gooiden.

Dankzij schoenen kunnen we de hele wereld aan, denkt Bari, maar zonder zijn we kwetsbaar. Ik liep ooit verloren op een Oostenrijks blotevoetenpad en de pijn van tientallen kleine wondjes herinnerde me nog dagenlang aan mijn onoplettendheid. Het tastte gelukkig mijn liefde voor blootsvoets-zijn niet aan. Het eerste wat ik doe als ik thuiskom, is mijn schoenen uitschoppen. Terwijl ik geniet van bloot vel op hout, steen of stof, staan mijn schoenen aan de voordeur op een rijtje te wachten tot ik hen weer nodig heb om door de wereld te dansen.

Dressed. The Secret Life of Clothes, Shahidha Bari, uitg. Jonathan Cape, 2019.