Wetenschappers zijn meestal bescheiden, we staan niet op een podium, dus het was verrassend toen mijn doctoraatsonderzoek onlangs veel persaandacht kreeg. We zijn erin geslaagd om uit gras twee nieuwe stoffen te ontwikkelen. Een biobrandstof, die onder andere gebruikt kan worden in de luchtvaart, en een biop...

Wetenschappers zijn meestal bescheiden, we staan niet op een podium, dus het was verrassend toen mijn doctoraatsonderzoek onlangs veel persaandacht kreeg. We zijn erin geslaagd om uit gras twee nieuwe stoffen te ontwikkelen. Een biobrandstof, die onder andere gebruikt kan worden in de luchtvaart, en een bioplastic dat volledig afbreekbaar is. En ik blijf zoeken naar andere toepassingen. Gras is er in overvloed en we doen er niet echt veel mee, behalve koeien voederen. Dus wilden wij zien wat de mogelijkheden zijn. Het idee van renewables, of het nu om energie gaat of om andere stoffen, daar geloof ik echt in. We staan nog maar aan het begin van dit onderzoek, maar ik werk hard omdat ik echt iets hoop te doen wat impact kan hebben op de wereld. Om van een paar druppels gras-biobrandstof naar liters of kubieke meters te gaan, moet ik fondsen verzamelen. Wetenschappers moeten dus niet alleen creatief zijn in onderzoek, maar ook in hun contacten met en presentaties voor de industrie en de overheid. Soms wou ik dat ik tien hoofden en tien handen had. En honderd uur per dag. Als kind vond ik teleportatie fascinerend, dus wilde ik fysicus worden. Maar dat vond mijn vader geen goed idee, dus werd ik eerst scheikundige en vervolgens bio-ingenieur. Voor mijn studies trok ik van Penang, Maleisië, naar Newcastle en in 2013 kwam ik in Gent terecht. Een plek met fijne collega's waar vooruitgang mogelijk is. Ik mis mijn familie en vrienden, en het lekkere eten van thuis, maar misschien ben ik na tien jaar toch een beetje een Europeaan.