'Je zou nochtans een geweldige vader zijn.' Ik weet niet hoe vaak dat zinnetje al tegen mij gezegd is. Ik ben het in de loop der jaren als een compliment gaan beschouwen, maar eigenlijk zou ik het het liefst van al nooit meer horen. Want ik wil helemaal geen geweldige vader zijn. Ook geen slechte, begrijp me niet verkeerd. Ik wil helemaal geen vader zijn. Maar dat is ook in 2018 nog steeds taboe. Wanneer ik op een feestje iemand ontmoet, komt na een paar minuten de onvermijdelijke vraag: 'Heb jij kinderen?' Soms gebeurt het iets minder subtiel en wordt me vlakaf gevraagd hoeveel ik er heb - alsof het een evidentie is dat je je na je veertigste hebt voortgeplant. Hoe dan ook, het antwoord op die vraag - ik heb er geen en ik hoef ze ook niet - zorgt steevast voor een ongemakkelijke stilte. Alsof mensen er automatisch van uitgaan dat je leven minder geslaagd is als er geen ukjes op je Facebookpagina opduiken.
...