De Global Gender Gap Index wordt opgemaakt door het World Economic Forum (WEF). Voor die rangschikking kijkt het WEF naar de mate waarin mannen en vrouwen dezelfde kansen krijgen tot bijvoorbeeld economische participatie, politieke invloed, gezondheid, onderwijs, enzovoort.

Verrassende 'concurrenten'

De Scandinavische landen voeren traditiegetrouw de rangschikking aan: IJsland, Finland en Noorwegen zijn goed voor de top drie. Maar ook een aantal minder voor de hand liggende landen doen het beter inzake gendergelijkheid dan België: zoals Rwanda (5), de Filipijnen (7) , Nicaragua (10) of Burundi (12). België hinkt ook achterop tegenover heel wat buurlanden. Duitsland, Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk staan allemaal in de top twintig; enkel Luxemburg doet het slechter met plaats 34. Onderaan de rangschikking staan Syrië, Pakistan en Jemen.

Als gekeken wordt naar de subcategorieën, scoort België wel zeer goed voor wat de kansen van vrouwen in het onderwijs betreft. Ons land staat er op een gedeelde eerste plaats. Het laagste scoren we op gezondheid en levensverwachting, waar België de 64ste plaats bekleedt. Voor politieke invloed (35) en economische participatie en gelijke verloning (37) is er nog werk aan de winkel.

Toenemende economische ongelijkheid

Globaal hebben 68 landen hun score inzake gendergelijkheid het voorbije jaar zien verbeteren, tegen 74 die erop achteruit zijn gegaan. Een ambigu resultaat, aldus het WEF. De kloof tussen mannen en vrouwen bedraagt wereldwijd gemiddeld 31,7 %. De kloof is het kleinste als het gaat om gezondheidszorg en onderwijs.

Inzake economische participatie nam de genderongelijkheid dit jaar toe. Politieke participatie van vrouwen blijft het meest problematisch, maar er werd de voorbije jaren wel continu een kleine vooruitgang geboekt. (Belga/EK)