...

Zijn onwaarschijnlijke verhaal begint eind jaren zeventig, wanneer Herscovici in het casino van Knokke-le-Zoute wordt voorgesteld aan Georgette Magritte. De kinderloze weduwe ziet een maatje en een potentieel in de 18-jarige economiestudent, een zoon van kunstverzamelaars bovendien; niet veel later vraagt ze hem om hulp bij het beheer van Magritte's nalatenschap.Wanneer Georgette in 1986 overlijdt, komt Herscovici tot zijn verbazing zelf voor die taak te staan. Instellingen als de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België erven Magritte's schilderijen, hij de morele en reproductierechten. Het komt hem aanvankelijk op geroddel en scheldbrieven te staan , maar de jonge erfgenaam en outsider weet het tij te keren. Met de oprichting van de Fondation Magritte (1998), verantwoordelijk voor de historische en wetenschappelijke verkenning van het oeuvre, en met de opening van het Magritte Museum in Brussel (2009). Een intensief tentoonstellingsprogramma in prestigieuze musea en nieuwe publicaties houden de Belgische surrealist haast permanent op de internationale agenda.Drie jaar geleden stond hij het Amerikaanse Opening Ceremony toe om een capsule collectie te maken rond Magritte - sindsdien stromen de voorstellen toe. Onlangs nog van Chanel, dat vorige maand stuntte met een op de surrealist gebaseerd "Ceci n'est pas un vernis", in nagellak van het huis."Magritte spreekt de ganse wereld aan, maar ik heb een zwak voor Belgische bedrijven", bekent Herscovici. "Bij Café Costume speelde ongetwijfeld mijn bewondering voor de Antwerpse mode en creativiteit in het algemeen, sectoren met grote internationale uitstraling. Maar ook hun integere aanpak en ervaring met kunstenaars als Michaël Borremans."Volgens de erfgenaam past de discrete afbeelding van werken van Magritte op de voering van de kostuumjasjes perfect bij de kunstenaar. "Uiterlijk was hij een erg burgerlijke verschijning - Frans kostuum, wit hemd, een das - maar inwendig was hij zoveel andere persoonlijkheden: fantast, maar ook vrijdenker, anarchist en revolutionair in zijn creativiteit. Dat duale schuilt ook in Café Costume, dat beeld van een strenge zakenman met toch die ongelimiteerde verbeelding. De discrete afbeeldingen op de voeringen zijn als een geheime tuin in het kostuum, afgeschermd van nieuwsgierige blikken". Hetzelfde geldt voor de Reverso Magritte van Jaeger-LeCoultre: daarop prijkt 's mans iconische pijp op de achterkant van een (omkeerbare) kast. "Ik ben selectief en principieel", benadrukt Herscovici. "Ik sta op kwaliteit, het mag niet goedkoop zijn. Magritte is wereldwijd een goede ambassadeur voor België, en dat kunnen we momenteel goed gebruiken".Komen er aan samenwerkingen vuistdikke contracten te pas?Charly Herscovici: "We moeten elkaar vooral goed aanvoelen. Dat gaat bij mij heel spontaan en intuïtief, en zonder strikte bepalingen. De enige gouden regel is dat het eindproduct de geest van Magritte respecteert. Café Costume had me bijvoorbeeld niet moeten vragen om een van zijn iconische symbolen in Antwerpen te situeren. Wat telt is dat de werken hun oorspronkelijke betekenis behouden. Men kan ze aansnijden of aanpassen als dat esthetisch beter is, zolang dat niet raakt aan de betekenis die Magritte ze gaf. Uiteindelijk begint alles ermee dat je goed je partners kiest. Gelukkig heb ik de luxe dat ik kan kiezen. Ik ontvang dagelijks nieuwe voorstellen uit de ganse wereld, negentig procent wijs ik af. Niemand is trouwens gebaat bij een slecht product dat niet verkoopt: Magritte niet, maar ook de fabrikant niet."Bent u de enige die zijn fiat moet geven?Herscovici: "Ja, maar ik ga wel vaak te rade in mijn omgeving. Daarbij praat ik met mensen van alle mogelijke leeftijden. Geen marketeers, maar kunstverzamelaars, conservators en andere mensen die geen commercieel perspectief hanteren. Mensen ook die de moed hebben om je te waarschuwen dat je uit de bocht dreigt te gaan, wat niet evident is. Het helpt dat ik dit ondertussen al dertig jaar doe, ik voel snel aan of we op dezelfde golflengte zitten. Maar ik heb deze opdracht niet geërfd met een handleiding. Het werk van Magritte levend houden, het wereldwijd bekendmaken en ervoor zorgen dat de kaars niet dooft - de rest leerde ik al doende."Waar paste u zoal voor?Herscovici:"Een kleine twintig jaar geleden stelde een belangrijk Amerikaans sigarettenmerk voor om een afbeelding van Magritte te gebruiken op een sigarettenpakje: een ongebruikt ontwerp voor Belga uit de jaren twintig waarop een rokende vrouw te zien is. Daar heb ik nee op gezegd, liever geen samenwerking dan een slecht geweten. Ook met een automerk haakte ik uiteindelijk af, omdat een goede samenwerking gewoon onmogelijk was."Het aanbod in de shop van het Magritte Museum overdondert. Dat stoort u niet?Herscovici: "Die afgeleide producten zijn ontworpen voor een brede doelgroep van museumbezoekers: volwassenen en kinderen, mensen met een ruim en anderen met een beperkt budget. Niet iedereen kan zich een pak van Café Costume of een mechanisch uurwerk veroorloven, en uiteindelijk wil elke kunstliefhebber iets aanbieden. Dus ook toegankelijke koffiemokken en kleine juwelen die van goede smaak getuigen en de geest van Magritte respecteren. Papierwaren als postkaarten en posters zijn ook prima boodschappers. Weet u dat er wereldwijd elke dertig seconden een postkaart met een afbeelding van Magritte wordt verkocht?"Vraagt u zich wel eens af wat hij daar zelf van zou denken?Herscovici:"Magritte leefde in een tijd dat de kunstwereld nog zeer elitair was en enkel de intellectuele kringen toegang hadden tot kunst. Dat is gelukkig niet meer het geval, en ook de manier waarop kunst gecommuniceerd wordt is totaal veranderd. Die vergelijking loopt dus mank. Anderzijds was Magritte ook een volkskunstenaar. Zeker in de jaren twintig, zijn meest idealistische periode. Toen droomde hij ervan om zijn schilderijen in grote aantallen te reproduceren. Om een werk te maken, het vervolgens op affiches wereldwijd te verspreiden, en het doek vervolgens te vernietigen. Met de leeftijd veranderden zijn opvattingen en ook zijn financiële situatie, maar die droom drukte een blijvende stempel. Affiches en andere dragers schrikten hem zeker niet af, integendeel. Hoe meer mensen zijn afbeeldingen en poëzie bereikte, hoe liever hij het had. Een museum of een gewone huiskamer, dat maakt voor hem geen verschil."U was voorbestemd om uw vader op te volgen in de familiale kledingzaak. Hoe kijkt u dertig jaar later terug op uw erfenis?Herscovici: "Het ging in de eerste plaats om een opdracht en een zware verantwoordelijkheid, zeker voor een twintiger. Ik ontving geen berg geld of materiële goederen, maar om intellectueel erfgoed. Vergelijk het met een lege enveloppe: er zit niks in, maar ze geeft je wel heel wat macht. Bovendien kon ik me aan niemand spiegelen - erfgenaam van een kunstenaar zijn is geen beroep - en waren de kunstwereld en de pers de eerste jaren erg wantrouwig, soms ronduit vijandig."U dacht er niet even aan te weigeren en iets anders te gaan doen?Herscovici: Ik genoot dankzij de steun van mijn familie een bepaalde financiële zekerheid. Daardoor kon ik me toeleggen op die ene taak die tegelijk een passie was. Daar ben ik nu ook erg blij om. Er is een prachtig museum gekomen, na tentoonstellingen in Amerikaanse steden en Japan volgen dit najaar nieuwe retrospectieven in Parijs en Frankfurt, er staan nieuwe publicaties op stapel - ik heb dankzij deze opdracht iets gedaan met mijn leven".