Arzoo Bahramand (44) staat in haar woonkamer in Sint-Amandsberg en vult een groot glas met sinaasappelsap en wel zeven ijsblokjes. Boven in het huis zitten haar twee dochters, Nigah (13) en Aria (11), op hun kamer. Haar oudste zoon, Hisham Omid (16), is bij vrienden. En de jongste, Arash (7), schenkt zichzelf een kom popcorn in en ploft naast zijn moeder in de zetel.
...

Arzoo Bahramand (44) staat in haar woonkamer in Sint-Amandsberg en vult een groot glas met sinaasappelsap en wel zeven ijsblokjes. Boven in het huis zitten haar twee dochters, Nigah (13) en Aria (11), op hun kamer. Haar oudste zoon, Hisham Omid (16), is bij vrienden. En de jongste, Arash (7), schenkt zichzelf een kom popcorn in en ploft naast zijn moeder in de zetel. Eerder die dag zat Arzoo nog in een ziekenhuiskamer met dochter Aria, die een vinger brak in de waterspeeltuin van de Gentse Blaarmeersen en nu haar zomervakantie begint met een gips. Het hele interview lang zullen er nonkels, tantes en grootouders van het meisje telefoneren, om te horen of ze niet te veel pijn heeft. Telkens verschijnt er een telefoonnummer op Arzoos gsm dat begint met +93, het landnummer van Afghanistan, de plek waar Arzoos familie woont. En zij tot zeven jaar geleden ook. Telkens negeert ze de oproepen. 'Een telefoongesprek met mijn familie is niet op twee minuten afgerond. Ik bel hen straks wel terug.' Arzoo Bahramand woonde tot 2010 in Afghanistan en had het er goed. Al op jonge leeftijd werd ze door haar ouders aangemoedigd om iets van haar leven te maken. 'Mijn vader, die ingenieur is, behandelde mijn broer en mij altijd gelijk', zegt ze met een zachte stem, in aarzelend maar goed Nederlands. 'In 2010 had ik mijn diploma geneeskunde op zak en was ik mij aan het specialiseren om gynaecologe te worden. Terwijl de positie van de vrouw in de meeste Afghaanse gezinnen zeer zwak is, werkte ik als assistent gynaecologie in een ziekenhuis in Jalalabad. Daarnaast zette ik mij in voor de Afghan Family Guidance Association, een ngo die de seksuele en reproductieve gezondheid van vrouwen wil verbeteren. Ons voornaamste doel was om vrouwen te informeren over het belang van anticonceptie, tussen twee zwangerschappen in.' De seksuele en reproductieve gezondheid van Afghaanse vrouwen is bijzonder slecht. Op het moment dat Arzoo voor de ngo werkt, staat Afghanistan op de derde plaats in de rangschikking van landen waar moedersterfte tijdens of na een bevalling het hoogst is. 'Zwangere vrouwen krijgen in Afghanistan niet de juiste zorgen, door de oorlog tussen het Westen en de Afghaanse taliban die al jaren in het land woedt', zegt ze. 'Bovendien is het lichaam van vele moeders vaak uitgeput, omdat het niet de tijd krijgt om goed te herstellen na een bevalling. Afghaanse vrouwen krijgen hun kinderen vaak veel te snel na elkaar. Dat dit levensgevaarlijk kan zijn, beseffen ze niet.' Als gynaecologe in opleiding ziet Arzoo dagelijks hoe slecht veel Afghaanse vrouwen eraan toe zijn. Binnen de muren van het ziekenhuis heeft ze echter weinig mogelijkheden om daar iets aan te veranderen. 'Als een vrouw met weeën op je bevallingstafel ligt, begin je geen gesprek over de voordelen van voorbehoedsmiddelen', zegt ze. 'Ik wou dat wel. Zeker bij ongeschoolde vrouwen die niet eens kunnen lezen, voelde ik de drang om hen te informeren over hun lichaam en hun rechten. Maar in Afghanistan is dat niet de taak van een gynaecoloog. Om die vrouwen toch te kunnen helpen, ben ik in 2006 bij die ngo begonnen.' De jaren daarop informeert de ngo steeds meer vrouwen over het gebruik van voorbehoedsmiddelen. 'Dat was in het begin niet evident', zegt Arzoo. 'Afghanistan is een islamitisch land waar het aantal kinderen dat een vrouw moet krijgen moeilijk bespreekbaar is. Kinderen worden er gezien als een godsgeschenk. Anticonceptie wordt niet overal aanvaard. Net daarom was ik blij met de vooruitgang die onze ngo aan het boeken was. De hele wereld evolueert en vecht zich vrij, Afghaanse vrouwen mogen echt niet achterblijven.' Maar in 2010 begint Arzoo telefoons te krijgen van een onbekende beller. Telkens wanneer ze opneemt, ratelt een man aan de andere kant van de lijn een reeks dreigementen af en beveelt hij Arzoo dat ze moet stoppen met het promoten van contraceptie. 'Maar ik deed helemaal niets fout', zegt Arzoo. 'Ik respecteerde zowel de islam als de rechten van de mens.' Wanneer ze op een dag in een riksja zit om van het ziekenhuis waar ze werkt terug naar huis te gaan, wordt haar voertuig aangereden door een zwarte auto die met hoge snelheid tegen het karretje botst. Arzoos chauffeur raakt gewond aan zijn benen, de riksja kantelt om, zelf komt ze ervan af met een buil op het hoofd. De auto is nadien nergens te bespeuren. 'Ik dacht dat het om een ongelukkig verkeersongeval ging. Maar de volgende dag werd ik opnieuw gebeld. De stem aan de andere kant van de lijn zei: 'Deze keer heb je geluk gehad, maar volgende keer ben je echt dood.' Toen pas drong het tot mij door dat ik helemaal niet betrokken was geweest bij een verkeersongeval. Iemand had mij opzettelijk aangereden en proberen te doden. Ik vermoed iemand van een fundamentalistische groepering, al zal ik nooit weten wie.' Arzoo doet aangifte bij de politie, maar die kan niet achterhalen wie de mogelijke dader is. Wel bieden de politiemannen haar een wapen aan waarmee ze zich kan verdedigen, als het moet. 'Dat wou ik niet aanvaarden. Ik ben een arts. Ik gebruik geen wapens.' Arzoos familie komt in allerijl samen om de situatie te bespreken. 'Samen met mijn man Homayon, die internist is, heb ik vrij snel beslist om uit Afghanistan weg te gaan. Jalalabad was sowieso al niet de veiligste stad, en de oorlog maakte over het hele land burgerslachtoffers. Allebei kenden we verhalen van mensen die door de taliban ontvoerd of gedood waren.' Omdat het echtpaar snel weg wil, zijn ze genoodzaakt een mensensmokkelaar in te schakelen. 'Ik had vier kleine kinderen en ik voelde me met de dag onveiliger', zegt Arzoo. 'Voor zes personen krijg je in Afghanistan niet snel een visum geregeld. We hebben een smokkelaar 55.000 euro betaald en zijn vertrokken. We wisten dat we op een veilige plek in Europa zouden terechtkomen, meer niet.' Het gezin reist van Afghanistan naar Pakistan, waar ze twee dagen verblijven. Vervolgens vliegen ze van de Pakistaanse hoofdstad Islamabad naar Dubai. Daar vraagt de smokkelaar hen om op te splitsen, omdat het moeilijk is om in één keer zes personen Europa binnen te smokkelen. 'Mijn jongste zoon was vijf maanden oud', zegt Arzoo. 'Als moeder kon ik onmogelijk tussen mijn kinderen kiezen. En het liefst wou ik ook bij mijn man blijven, hij is altijd al mijn grootste steun geweest.' Maar samenblijven is geen optie: de smokkelaar beslist om eerst Arzoo en haar vier kinderen mee te nemen, daarna is het de beurt aan haar man Homayon. Hij verbiedt het echtpaar om in tussentijd contact te houden, hun telefoons moeten ze afstaan. 'Waarom ik daar uiteindelijk mee ingestemd heb, weet ik nog altijd niet. Waarschijnlijk omdat ik vermoedde dat mijn man gewoon twee dagen later al terug bij ons zou zijn.' In Dubai nemen Arzoo en haar kinderen het vliegtuig naar Europa, waar de reis verdergaat in een auto. Op dinsdag 8 juni 2010, heel vroeg in de ochtend, worden ze gedropt in de voor hen onbekende straten van Brussel. Op een papiertje heeft Arzoo het adres gekribbeld staan van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, waar ze moet gaan vertellen dat ze in Afghanistan vreest vermoord te worden, en dus asiel wil aanvragen in België. Maar hoe ze de weg naar dat commissariaat moet vinden, weet ze niet. Iedereen die ze in het Engels om hulp vraagt, antwoordt haar in het Frans, een taal die Arzoo niet verstaat. Haar vier kinderen zijn moe, hebben honger en dorst. Haar eerste zomer in België zal Arzoo nooit vergeten. 'Nadat ik uiteindelijk de dienst vreemdelingenzaken had gevonden en mijn asielaanvraag had ingediend, belandden mijn kinderen en ik in een opvangcentrum in Gent. Van daaruit werden we na een tijd overgeplaatst naar een kleine, individuele woning met twee slaapkamers. Zowel de mensen van Vluchtelingenwerk Vlaanderen als een maatschappelijk werker vingen ons telkens goed op, toch was die eerste zomer in België afschuwelijk. Deels omdat ik het niet gewoon was om zo hulpeloos te zijn. Ik kende hier niemand, sprak nog geen Nederlands en kon niet onmiddellijk beginnen te werken. Maar vooral omdat ik maar geen nieuws ontving over mijn man. Ik had contact met mijn familie in Afghanistan, maar ook zij wisten niet waar hij was. Ik begon te vrezen dat de smokkelaar hem beroofd en vermoord had.' Omdat het zomervakantie is en haar kinderen dus niet naar school kunnen, moet Arzoo hen thuis bezighouden. Zonder speelgoed of televisie. De enige afleiding die ze hen kan bieden, is het speeltuintje in het park naast hun sociale woning. 'Daar zaten we een hele zomer lang, elke dag. Terwijl mijn kinderen door het park renden, keek ik vanop een bankje toe. Elke keer rolden de tranen over mijn wangen. Het was allemaal verschrikkelijk moeilijk.' In november 2010, wanneer haar kinderen al twee maanden schoollopen in België, krijgt Arzoo rond acht uur 's avonds telefoon. Het is haar man Homayon, om te zeggen dat hij in Brugge is aangekomen. 'Via mijn familie had mijn man mijn Belgische telefoonnummer achterhaald. Het was zo emotioneel om na vijf maanden zijn stem weer te horen. Ik heb een hele nacht gehuild. 's Morgens vroeg heb ik mijn maatschappelijk werkster meteen gevraagd waar Brugge lag. Samen zijn we naar het asielcentrum van Brugge gereden, waar ik mijn man eindelijk terugzag.' Omdat hun beide asielaanvragen nog in behandeling zijn, duurt het uiteindelijk nog drie maanden voor Arzoos man bij zijn gezin in Gent mag intrekken. 'Ik begrijp niet goed waarom we niet meteen herenigd konden worden', zegt Arzoo. 'Blijkbaar moet je als asielzoeker in het eerste opvangcentrum blijven dat je wordt toegewezen, ook als de rest van je familie in een ander centrum verblijft, anders wordt je asielprocedure verbroken. Drie maanden lang hebben onze kinderen hun vader enkel in het weekend kunnen zien. Sinds februari 2011 hebben we gelukkig allemaal een verblijfsvergunning en leven we weer samen onder één dak.' De afgelopen zeven jaar leerde het gezin van Arzoo Bahramand zich aanpassen aan een nieuwe cultuur, omgeving, taal en leefsituatie. Dat ging gepaard met ups en downs. 'In Afghanistan waren mijn man en ik allebei arts', zegt Arzoo. 'Natuurlijk is het wennen als je plots in een sociale woning terechtkomt en moet overleven op een leefloon. Mijn man en ik hebben meteen een taalcursus Nederlands gevolgd, omdat we zo snel mogelijk weer wilden werken. Helaas werden onze Afghaanse artsendiploma's hier in België niet erkend. Ik kon hier wel opnieuw geneeskunde gaan studeren, maar met vier kinderen zag ik dat niet zitten. In 2013 heb ik me ingeschreven voor de kortere studie vroedkunde aan de Arteveldehogeschool in Gent, terwijl mijn man besloot om een nachtwinkel uit te baten. Zo kon hij overdag de kinderen ophalen van school, terwijl ik in de les zat.' In juni 2016 wordt Arzoo omwille van haar toewijding en veerkracht door het stadsbestuur van Gent verkozen tot 'student van het jaar'. Even later verneemt ze dat haar Afghaanse artsendiploma toch erkend kan worden in België, op voorwaarde dat ze een gelijkwaardigheidserkenning krijgt van het Naric, de instantie die in Vlaanderen de waarde van buitenlandse diploma's bepaalt. Daarvoor moet ze een uitgebreid persoonlijk dossier samenstellen, met daarin bewijzen van haar medische kennis en ervaring. In oktober volgt het goede nieuws: haar basisdiploma geneeskunde wordt aanvaard, waardoor ze hier als huisarts aan de slag kan. 'Toch is het nog altijd mijn droom om verder te specialiseren tot gynaecologe', zegt Arzoo. 'Al weet ik niet of het er ooit nog van komt. Ik voel me nu al schuldig tegenover mijn kinderen, omdat ik de voorbije jaren al zoveel studeerde en weinig tijd had voor hen.' Momenteel werkt Arzoo als fertiliteitsarts aan de Vrouwenkliniek in Gent, op de afdeling Reproductieve Geneeskunde, die door Petra De Sutter geleid wordt. Ze heeft er een proefcontract voor een half jaar. 'Ik vind de job bijzonder interessant, maar ik besef dat ik door de taalbarrière en de verschillen tussen de Afghaanse en Belgische gezondheidszorg een achterstand heb op mijn collega's. Als ik kon, zou ik 's nachts studeren om die weg te werken. Maar ik wil mijn gezin ook niet verwaarlozen. Mijn kinderen doen het hier goed op school en ik wil hen daarin blijven aanmoedigen. Ik ben al blij dat ik overdag opnieuw een witte doktersjas kan dragen.' Wat de toekomst nog brengt voor het gezin, zal zich moeten uitwijzen. Deze zomer hebben de zes, voor het eerst sinds hun aankomst in België, alleszins iets moois in het vooruitzicht: vijf dagen Engeland. 'Op één september waren mijn kinderen altijd teleurgesteld, omdat al hun klasgenoten op vakantie waren geweest, en zij niet. Ik hoop hen straks enkele mooie plaatsen te kunnen tonen, waaronder Londen, zodat ze daarna met hun vriendjes ook eens echte vakantieherinneringen kunnen uitwisselen.' En dan rinkelt haar telefoon weer. In Afghanistan willen ze nu echt wel weten hoe het gaat met die gebroken vinger daar in Gent. Op 24 september stapt Arzoo Bahramand mee in de Refugee Walk in het Nationaal Park Hoge Kempen, georganiseerd door Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Met de opbrengst worden vluchtelingen als Arzoo in ons land opgevangen en ondersteund.