'Vroeger was ik een rotkind, ik hing het verschrikkelijk uit. Ik begrijp nu dat ik zo deed tegenover de buitenwereld omdat ik vanbinnen heel onzeker was. Op school in Turnhout liep ik achter, op basket was ik te klein en te mollig. In het algemeen voelde ik me anders omdat we thuis geen Nederlands spraken - mijn ouders zijn Iraanse vluchtelingen - en we ons als vakantie geen twee weken Frankrijk konden veroorloven, maar hooguit een dag Walibi.
...

'Vroeger was ik een rotkind, ik hing het verschrikkelijk uit. Ik begrijp nu dat ik zo deed tegenover de buitenwereld omdat ik vanbinnen heel onzeker was. Op school in Turnhout liep ik achter, op basket was ik te klein en te mollig. In het algemeen voelde ik me anders omdat we thuis geen Nederlands spraken - mijn ouders zijn Iraanse vluchtelingen - en we ons als vakantie geen twee weken Frankrijk konden veroorloven, maar hooguit een dag Walibi. Toen ik in het derde middelbaar een C-attest kreeg, zei mijn vader: 'Kom naar Leuven.' Hij woonde daar sinds de scheiding van mijn ouders een paar jaar daarvoor en beloofde me te helpen met mijn vakken. Maar ik voelde me als een pudding die in elkaar aan het zakken was, niet in staat om in Leuven misschien weer pesterijen te verdragen. Ik wilde gewoon stoppen met school. Maar mijn vader zit vol wijze raad en hij zei: 'Je hebt je toekomst, maar ook je verleden in handen.' Ik moest me voorstellen hoe ik over vijf jaar zou willen terugblikken op vandaag en welke keuzes ik dus moest maken om fier te kunnen zijn op mijn toekomstige verleden. Mijn pa kende me goed genoeg om te weten dat ik graag muziek maakte en genoot van de spotlights. Hij had me als driejarige al Iraanse liedjes en danspasjes geleerd en mijn moeder had in haar thuisland nog amateurtheater gespeeld. Dus toen ik de richting woordkunst en drama ontdekte, voelde ik: dit is awesome, dit wil ik doen. Toen ik uiteindelijk slaagde voor de toelatingsproef in het Lemmensinstituut in Leuven was dat een crazy boost voor mijn zelfvertrouwen. Mijn ouders bleven me daarna stimuleren. Zo betaalde mijn moeder eens tweehonderd euro voor een dure beat die ik voor mijn eerste nummer had gekocht. Ik wilde dat, want mijn pa had me aangeraden: zorg dat je muziek direct kwalitatief is, haal er het beste uit. Om die ambities te kunnen betalen, deed ik sinds mijn vijftiende alle soorten jobs: in de horeca, in de media, in de muziek. Lang slapen vond ik tijdverlies, productief zijn was veel cooler. Ik deed casting na casting, open podium na open podium , omdat mijn vader had gezegd: 'Laat desnoods een scheet op het podium, het draagt allemaal bij aan je ervaring.' Het klopt. Had ik in mijn puberteit niet van alles geprobeerd, dan had ik nu geen Ketnet-hoofdrol gekregen of mijn eigen voorstelling kunnen maken. Na de première vroegen verschillende mensen om de tekst te krijgen, van mij, die jongen die altijd gehoord had dat zijn Nederlands niet goed genoeg was. Mijn pa kwam me in tranen vastpakken en spuide tegen mijn vrienden gekke, maar lieve oneliners als: 'Ik ben de boom, mijn zoon is het fruit.' In het Nederlands bekt dat niet, maar in het Perzisch klinkt het prachtig. Mijn pa belichaamt die poëzie en tegelijk een grote strengheid. Als ik thuis mijn klusjes niet deed, riep hij furieus dat ik straf verdiende. Soms gaf hij me effectief huisarrest. Maar hij bleef mijn broer en mij inspireren omdat hij ons toonde hoe hij zelf de tegenslagen in zijn leven te boven was gekomen. Het is voor hem en mijn al even betrokken moeder dat ik nu zoveel ambitie toon. Ik mag natuurlijk niet té perfectionistisch zijn - ik ben erg streng voor mezelf - en moet oppassen voor een burn-out, maar ik grijp alle kansen. Ik kan nu wat dat rotkind nooit heeft gekund: geloven dat mijn toekomst toch rooskleurig zal zijn.'