De veelzijdigheid van Brussel zit me als gegoten. Ondanks de drukte kun je je er ook in de anonimiteit terugtrekken. Het is een stad waar je altijd een beetje een buitenstaander en ontdekkingsreiziger blijft. Ik ben bewust in een stad gaan wonen die ik niet kende toen ik van mijn studies in Londen terugkeerde. Ik heb al op verschillende plekken geleefd. Als kind woonde ik een tijd in de Bijlmer in Amsterdam en als achttienjarige deed ik een uitwisselingsjaar in Brazilië. Ik weet hoe bevreemdend het kan zijn om ergens te komen waar het heel anders is.

Het is alsof er in Brazilië een andere laag in mezelf aangeboord wordt. Het kan een vermoeiend land zijn: zeker in de steden komt er voortdurend zoveel op je af. Ik merk dat ik vertraag wanneer ik er kom. Het gevoel van chaos is zo overweldigend dat ik niet de behoefte voel om ertegenin te gaan. Ik kom er in een ander ritme en dat is aangenaam. In België ben ik constant bezig mezelf te organiseren. In Brazilië ben je veel afhankelijker van de omstandigheden - bijvoorbeeld van bussen die wel of niet rijden - en dat geeft een ander soort energie.

Als je geen vertrouwen meer kunt hebben in een ander, wat blijft er dan nog over? Een verzameling eilandjes

Wat Brazilianen en Belgen gemeen hebben, is zelfrelativering. Ik denk aan een mop van de vader van het gastgezin waar ik in 1991 logeerde. "Toen God hier al die prachtige bergen, de oceaan, het aangename klimaat en de uitgestrekte wouden en heerlijke vruchten creëerde, vroegen de engelen of het niet oneerlijk was tegenover de rest van de wereld om één plek al die schoonheid toe te bedelen. Toen zei God: 'Wacht tot je ziet welke mensen ik er ga plaatsen.'" Dat Brazilianen daar zelf hard om moeten lachen, zegt veel. Je zou het als een soort gelatenheid kunnen zien, maar tegelijk zie je er ook een ongelooflijke veerkracht. Mensen combineren uit noodzaak soms drie jobs. Ze werken zichzelf uit de naad om er toch nog een studie bij te kunnen nemen, in de hoop het later misschien wat beter te hebben.

Journalistiek is de korte sprint, een roman schrijven een marathon. Ik heb beide nodig: de adrenaline voor de sprint, maar ook de endorfine die vrijkomt bij lange inspanningen, waardoor je in een flow raakt. Bij elke discipline worden andere delen van de hersenen aangesproken en dat houdt me in evenwicht. Dat jachtige opvolgen van de actualiteit kan je uitputten en vernauwt je blik als je niet oppast. Anderzijds hou ik van romans die geaard zijn. Een roman kan niet losgezongen zijn van de actualiteit. Zelfs wie heel filosofisch of poëtisch schrijft, blijft een kind van zijn tijd en omgeving.

Mensen kunnen vaak meer dan ze zelf denken. Ze blijven aan de gang, wat er ook gebeurt. Mijn vader overleed toen ik elf was. We vormden een warm gezin, onze ouders namen ons ernstig als kind en boden ons veel aan in termen van verhalen en ervaringen. Door dat verlies zag ik in hoe broos dat tegelijk was. Het maakte de band met mijn moeder en broers enkel hechter en opnieuw viel de veerkracht op. Hoe mijn moeder alleen drie kinderen opvoedde, terwijl ze een voltijdse baan had: fenomenaal.

Zelfs wie heel filosofisch of poëtisch schrijft, blijft een kind van zijn tijd en omgeving.

Het besef dat er geen tijd te verliezen is, zit er diep in sinds de dood van mijn vader. Ik probeer heel bewust met tijd om te gaan. Mijn houding om niet te snel te oordelen komt er wellicht ook uit voort. Ik sta vaak op de rem en denk: er is vast iets wat me nog ontgaat. Als er zoiets ingrijpends gebeurt, zie je hoe mensen zich opnieuw positioneren. Je merkt hoe ze omgaan met verlies en verdriet, wat ze wel zeggen en wat niet. Ik ben ervan doordrongen dat er veel verborgen blijft. Veel mensen zitten vol tegenstrijdigheden en kunnen zichzelf soms nog verrassen. Hoe kun je dan iemand reduceren tot één indruk?

Als je de moed opbrengt om open te staan en vertrouwen te hebben in andere mensen, krijg je veel goeds terug. Dat is een les die ik leerde van mijn moeder. Ik moet er vaak aan terugdenken omdat ik dat in de praktijk zelf niet altijd zo gemakkelijk vind. We leven ook in een tijd waarin zoiets bijna naïef lijkt. Er is een stellingenoorlog aan de gang. Iedereen zet zich schrap, wat vaak ook begrijpelijk is. Je zou bijna vergeten dat die open mentaliteit ook nog kan. Ik denk dat bij de meeste mensen de wil er wel is om elkaar te helpen, maar die raakt ondergesneeuwd door het lawaai en de ruis die onder andere via de sociale media tot bij ons komen. Als je geen vertrouwen meer kunt hebben in een ander, wat blijft er dan nog over? Een verzameling eilandjes.

Toekomstkoorts (20 euro) wordt uitgegeven door De Geus.