De online enquête, gehouden van 2 tot 9 april, is belangrijk om de impact van de epidemie in kaart te brengen. Uit de bevraging, waaraan 44.000 mensen deelnamen, blijkt dat de angststoornissen (20 procent) sinds het begin van de COVID-19-crisis sterk zijn toegenomen in vergelijking met de resultaten van de gezondheidsenquête van 2018 (11 procent). Vrouwen (24 procent) hebben meer te kampen met angststoornissen dan mannen (16 procent). Ongeveer één op de vier 16-44-jarigen (25 procent) vertoont een angststoornis (20 procent van de mannen en 30 procent van de vrouwen).

De prevalentie van angststoornissen neemt af met de leeftijd vanaf 45 jaar. Bij de jongeren van 16 tot 24 jaar is het voorkomen van angststoornissen verdubbeld bij jongens en verdrievoudigd bij meisjes. Steun van familie en vrienden vermindert volgens Sciensano de angst die wordt veroorzaakt door de COVID-19-crisis. Het vermindert ook het risico op depressies. Hoe meer de verschillende gebieden van het leven (werk, inkomen, gezondheid, toekomst) door de crisis worden beïnvloed, hoe groter het risico op angst en/of depressieve stoornis. De tweede enquête kan nog tot 23 april worden ingevuld. 'De informatie die we hieruit halen, is cruciaal om de verdere verspreiding van de pandemie op te volgen en de maatregelen te kunnen evalueren', aldus viroloog Steven Van Gucht.

Ook uit de online bevragingen die UAntwerpen iedere dinsdag publiceert, kon worden opgemaakt dat de lockdown bij veel mensen leidt tot slechter welzijn. Een derde van de deelnemers gaf aan minder goed te slapen en zich minder goed te kunnen concentreren. Bepaalde groepen geven een lager psychisch welbevinden aan. 'Dat zien we onder anderen bij mensen onder de 70 jaar, vrouwen, mensen die behoren tot een kleiner huishouden (singles), hoger opgeleiden, mensen zonder voltijdse betrekking en mensen die symptomen van COVID-19 vaststellen bij zichzelf of een huisgenoot', duidt epidemioloog Pierre Van Damme. (Belga/LP)

De online enquête, gehouden van 2 tot 9 april, is belangrijk om de impact van de epidemie in kaart te brengen. Uit de bevraging, waaraan 44.000 mensen deelnamen, blijkt dat de angststoornissen (20 procent) sinds het begin van de COVID-19-crisis sterk zijn toegenomen in vergelijking met de resultaten van de gezondheidsenquête van 2018 (11 procent). Vrouwen (24 procent) hebben meer te kampen met angststoornissen dan mannen (16 procent). Ongeveer één op de vier 16-44-jarigen (25 procent) vertoont een angststoornis (20 procent van de mannen en 30 procent van de vrouwen). De prevalentie van angststoornissen neemt af met de leeftijd vanaf 45 jaar. Bij de jongeren van 16 tot 24 jaar is het voorkomen van angststoornissen verdubbeld bij jongens en verdrievoudigd bij meisjes. Steun van familie en vrienden vermindert volgens Sciensano de angst die wordt veroorzaakt door de COVID-19-crisis. Het vermindert ook het risico op depressies. Hoe meer de verschillende gebieden van het leven (werk, inkomen, gezondheid, toekomst) door de crisis worden beïnvloed, hoe groter het risico op angst en/of depressieve stoornis. De tweede enquête kan nog tot 23 april worden ingevuld. 'De informatie die we hieruit halen, is cruciaal om de verdere verspreiding van de pandemie op te volgen en de maatregelen te kunnen evalueren', aldus viroloog Steven Van Gucht.Ook uit de online bevragingen die UAntwerpen iedere dinsdag publiceert, kon worden opgemaakt dat de lockdown bij veel mensen leidt tot slechter welzijn. Een derde van de deelnemers gaf aan minder goed te slapen en zich minder goed te kunnen concentreren. Bepaalde groepen geven een lager psychisch welbevinden aan. 'Dat zien we onder anderen bij mensen onder de 70 jaar, vrouwen, mensen die behoren tot een kleiner huishouden (singles), hoger opgeleiden, mensen zonder voltijdse betrekking en mensen die symptomen van COVID-19 vaststellen bij zichzelf of een huisgenoot', duidt epidemioloog Pierre Van Damme. (Belga/LP)